Hoe fietsen sociale participatie kan verbeteren

Fietsen kan mensen helpen om volwaardig mee te draaien in de samenleving. Het biedt mensen toegang tot bijvoorbeeld werkgelegenheid. Dat stelt Morgan Geile in haar masteronderzoek dat ze samen met het Dutch Research Institute for Transitions (DRIFT) uitvoerde.

Ze voerde een studie uit in Rotterdam-Zuid - waar de bevolking het minst van heel Nederland fietst - om te zien waarom mensen daar de fiets niet vaker gebruiken. Ook deed ze een reeks aanbevelingen om het gebruik van de fiets te bevorderen.

In haar onderzoek richt Morgan Geile zich op het fenomeen ‘transport poverty’ ('transportarmoede'): het onvermogen om voldoende vervoer te benutten om zo volledig deel te kunnen nemen aan belangrijke activiteiten als werk, onderwijs en sociale interactie.

Een gebrek aan toereikende en toegankelijke vervoersopties kan het voor mensen moeilijk maken om werk te vinden. Transportarmoede kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld te weinig geld om met vervoer te kunnen reizen of een gebrek aan vervoer in de directe omgeving. Mensen worden steeds mobieler (hypermobiliteit), daarom wordt transportarmoede ook steeds belangrijker. Met haar onderzoek wil ze deze vorm van armoede bestrijden.

Potentieel
Maak de fiets het primaire vervoermiddel in steden, stelt Geile voor. Fietsen is een praktische methode om transportarmoede aan te pakken. Volgens Geile heeft de fiets namelijk het grote potentieel te voldoen aan de transportbehoeften van mensen in dichtbevolkte stedelijke gebieden, vooral voor degenen die moeite hebben om toegang te krijgen tot belangrijke activiteiten zoals werk en school. Fietsen kan de sociale betrokkenheid verbeteren en buurten leefbaarder maken.

Geile vindt fietsen een goedkope, effectieve, toegankelijke en soms snellere manier van stedelijk vervoer. Meer fietsen draagt ook bij aan een duurzaam stedelijke omgeving en een gezonde, actieve levensstijl. Toch is er ondanks alle voordelen van fietsen nog steeds transportarmoede. Hoe komt dat? En wat kunnen we doen om fietsen te stimuleren?

Rotterdam-Zuid
Geile stelde voor haar onderzoek een reeks focusgroepen samen, bestaande uit mensen die transportarmoede ervaren. Ze vroeg hen naar hun visies op vervoer. In dit geval omvatte de studie deelnemers uit Rotterdam-Zuid. Want hoewel Rotterdam een relatief goede fietsinfrastructuur heeft, is ‘Zuid’ het gebied in Nederland waarvan de bevolking het minst fietst.

De resultaten tonen aan dat veel mensen het erover eens zijn dat fietsen een goedkopere, duurzamere en gezondere optie is, maar desondanks zijn ze terughoudend in het meer gaan gebruiken van fiets. Ze wijzen vooral op de moeilijkheid om te fietsen met veel kinderen en de angst voor de persoonlijke veiligheid: fietsdiefstal, zorgen over kinderen die ’s nachts alleen fietsen en het gedrag van andere verkeersdeelnemers. Kortom, de resultaten laten zien dat de 'menselijke factor' een grote rol speelt in de transportkeuze.  

Maar hoe kan fietsen dan toch worden gestimuleerd? In een reeks aanbevelingen aan de gemeente Rotterdam concentreert Geile zich op veiligheid: meer (beveiligde) fietsenstallingen, betere verlichting en op de weg een scheiding van auto- en fietsverkeer. Ook raadt ze aan hardrijders steviger aan te pakken. Verder zouden snelle scooters niet meer op het fietspad mogen. Andere aanbevelingen betreffen stimuleringsprogramma’s voor kinderen om te gaan fietsen en de mogelijkheid om via fietsdeelsystemen transportfietsen of e-bikes te gebruiken.  

Over Morgan Geile
Morgan Geile (Universiteit van Freiburg) voerde haar onderzoek uit in samenwerking met het Dutch Research Institute for Transitions (DRIFT), onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Publicatiedatum: 16 mei 2017