Current facets (Pre-Master)

Ondernemers vormden afhankelijkheid Rotterdam en Duitse achterland

Ondernemers vormden afhankelijkheid Rotterdam en Duitse

Dat het Ruhrgebied na 1900 de grootste industriële regio van Europa werd, is in hoge mate te danken aan Rotterdam. Andersom kan de groei van Rotterdam tot de belangrijkste bulkgoederenhaven van Europa toegeschreven worden aan het succes van de Ruhrindustrie. Ondernemers speelden een sleutelrol in de totstandkoming van de relatie tussen beide regio's. Dat stelt Joep Schenk in zijn proefschrift ‘Havenbaronnen en Ruhrbonzen’, waarop hij donderdag 19 november 2015 promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dat de Rotterdamse haven en de industrie in het Ruhrgebied sinds het laatste kwart van de negentiende eeuw steeds meer van elkaar afhankelijk werden, was echter niet vanzelfsprekend of planmatig gestuurd. Het was niet zo dat Rotterdam als vanzelf de uitvalsbasis van het goedkope Rijntransport werd, zodat de Ruhrindustrie in verbinding kwam met de wereldmarkt. Rotterdam werd namelijk pas na de eeuwwisseling de belangrijkste voorhaven van het Ruhrgebied.

Kolenkartel
Deze vertraagde ontwikkeling was te wijten aan de organisatie van de kolenindustrie in het Ruhrgebied. De sterk gekartelliseerde kolenmijnbouw maakte sinds de jaren 1860 voor de lange afstandshandel uitsluitend gebruik van het spoor. Dit had organisatorische, maar aanvankelijk ook financiële voordelen, en werd in de loop der jaren standaard praktijk voor een steeds groter deel van de mijnbouwsector.

Controle over de Rijn
Pas toen het machtige kolenkartel in 1903 kans zag enkele grote mijnbouwmaatschappijen aan de Rijn in zich op te nemen, kon deze gestandaardiseerde afzetstructuur veranderen. Het kolenkartel kreeg namelijk in één keer de controle over een omvangrijke Rijnvloot. Dit maakte een verbeterde coördinatie tussen de opwaartse erts- en de afwaartse kolenstromen mogelijk. De dalende vervoerskosten op de Rijn gaven Rotterdam als zeehaven nu eindelijk een beslissend concurrentievoordeel. Het waren uiteindelijk ondernemers die de wederzijdse afhankelijkheidsrelatie tussen Rotterdam en het Duitse achterland werkelijk vormgaven.

Goede maatjes
In het spanningsveld van de individuele belangen van havenbaronnen en Ruhrbonzen enerzijds en de meer structurele gesteldheid van de regio's, zoals de loop van de Rijn, economische groei en overheidsinterventie anderzijds, konden Rotterdam en het Ruhrgebied elkaar uiteindelijk goed vinden.

Over Joep Schenk
Het promotieonderzoek van Joep Schenk maakt deel uit van het onderzoeksproject over de Rijn A Rhine Economy, 1850-2000 van de Erasmus School of History, Culture and Communication. Schenk (1983) studeerde geschiedenis (BA) in Groningen en Bologna en behaalde in 2007 cum laude zijn Masterdiploma Holocaust en Genocidestudies in Amsterdam. Tussen 2009 en 2015 werkte Schenk als promovendus en werkgroepdocent aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam binnen het door NWO gefinancierde onderzoeksproject: Outport and Hinterland. Rotterdam Business and the Ruhr Industry, 1870-2010. Inmiddels is hij verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Meer informatie

Team Persvoorlichting, T (010) 408 1216 E press@eur.nl