“Onderzoekers hebben doorgaans de beste bedoelingen, maar de structuur waarbinnen ze opereren stelt ze niet in staat om niét te participeren in een destructieve orde,” stelt socioloog Willem Schinkel

Willem Schinkel (1976) is hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en van Science in Transition. Grote thema’s schuwt hij niet. Ter illustratie: in 2008 verscheen zijn boek De gedroomde samenleving en in 2012 het boek De nieuwe democratie, naar andere vormen van politiek.

Op 22 oktober spreekt Schinkel samen met Rogier van Reekum over zijn nieuwste boek: Theorie van de Kraal: kapitaal, ras, fascisme (Boom, 2019). “Het boek gaat over de heersende orde, en wat die teweegbrengt.”

U heeft veel gepubliceerd over diversiteit op de universiteit. Waarom is het gebrek daar aan een groot probleem?

“Als je ziet dat negentig procent van de hoogleraren een witte man is, dan kun je niet volhouden dat hier op kwaliteit is geselecteerd. Sterker nog: dat is juist het bewijs dat er op middelmatigheid is geselecteerd. Mannen en vrouwen, van kleur of wit, zijn even getalenteerd en intelligent, dus als je zoveel witte mannen hebt, komen deze automatisch uit de lagere regionen van kwaliteit. Hier is ook veel onderzoek naar.”

U zegt: een gebrek aan diversiteit is een gebrek aan kwaliteit?
“Ja, maar dat verhaal is niet in het belang van bestaande machtsstructuren op de universiteit. Net als dat het niet in het belang van de universiteit is om serieus na te denken over haar taken.”

Want, wat zijn volgens u de taken van de universiteit? En wat is de rol van academische kennis in het publieke domein?
“Er is decennia aan studiemateriaal over wat de rol van de universiteit zou moeten zijn. Het eerste doel is: toegankelijk onderwijs geven, en vrij onderzoek doen. Helaas zijn onderzoekers – ook hier op de Erasmus – haast automatisch geneigd met de bestaande orde mee te gaan, zodat onderzoek daarop aansluit. Maar een onderzoeksagenda zou niet gevormd moeten worden door de staat of het bedrijfsleven. Sterker nog: onderzoek dat de staat of het bedrijfsleven kan ondermijnen, lijkt me in veel gevallen interessanter, bijvoorbeeld in het licht van de mondiale opwarming. Meegaan met de bestaande machtsorde zoals die bestaat in de maatschappij is natuurlijk ook een manier om je eigen machtspositie in stand te houden. Er bestaan allerlei nobele idealen over wetenschap, maar weinig onderzoekers hebben echt de illusie dat zij de feiten ontdekken. Bovendien, als je zou zeggen dat wetenschap om feiten gaat, doe je de wetenschap geen recht, de arbeid van wetenschap, de activiteit van het onderzoeken en de creativiteit die daarin tot stand komt.”

En daardoor komt de academische kennis niet of niet goed in de samenleving terecht, zegt u?
“De tweede belangrijke taak van de universiteit is: de productie van publieke kennis. Kennis van, voor en met het publiek. Je kunt niet hier druk bezig zijn met het bouwen van je CV en vervolgens wat kennis naar het publiek gooien: succes ermee! Om impact te hebben, zal je een ander soort engagement moeten hebben met de wereld buiten de universiteit. Hier en daar gebeurt dit al. Medische wetenschappers die samenwerken met patiëntenorganisaties bijvoorbeeld. Sociale wetenschappers die in het publieke domein opereren. Er zijn nog veel meer mogelijkheden.”

"Om impact te hebben, zal je een ander soort engagement moeten hebben met de wereld buiten de universiteit."

Het is wel in opkomst dat wetenschappers het publiek opzoeken?
“Ja. Maar het heersende idee lijkt nog steeds: ‘Wetenschap is autonoom, het moet met rust gelaten worden.’ Alsof het moreel hoogstaand is om onderzoek te doen, en helemaal bijzonder dat je je kennis vervolgens ook nog wilt délen, alsof het nobel is om te werken aan de grote oplossingen voor de wereld.”

Het is niet verkeerd toch, om mee te denken over oplossingen voor wereldproblemen?
“Nee, maar wat ik een interessante vraag vind: in welke mate heeft de wetenschap niet ook bíjgedragen aan de grote wereldproblemen? We maken een klimaatcatastrofe mee waar de wetenschap op allerlei manieren in geïmpliceerd is. Wij hebben hier op de Erasmus ook economie en bedrijfskunde, vakgebieden die over het algemeen gericht zijn op de continuering van een economie die gericht is op groei, en daarmee op het kapot maken van de aarde. Natuurwetenschappers zijn op allerlei manieren bezig met het uitvinden van technologieën die de wereld kapot maken. Op welke manier kan wetenschap ook, tegelijkertijd, een rol hebben in het redden of het matigen van het toebrengen van schade? Dat weten we eigenlijk helemaal niet. Maar: denken dat je als wetenschapper per definitie impact kunt hebben en dan juichend ontvangen zult worden, is hoogmoed.”

Maar je kunt toch ook niet zeggen: ‘Ach, klimaatcatastrofe, armoede, zoek het uit, we geven er niet om?
“Precies. Maar het is dus de vraag of de wetenschap, of de universiteit in zijn huidige vorm, überhaupt in staat is om iets te doen aan de problemen. Omdat de wetenschap in zijn huidige vorm ook door competitie is georganiseerd, en georganiseerd op het in stand houden van een bestaande politieke, economische orde. Ik denk dat je heel radicaal anders moet gaan denken en werken op een universiteit als je werkelijke verandering nastreeft. Een vorm waarin hiërarchie of macht geen rol meer speelt en waar het publieke belang voorop staat. Maar als je dat zegt, is dat natuurlijk vervelend voor allerlei witte mannen die nu de macht hebben. Maar ja, zij zijn juist het probleem.
Belangrijk om hieraan toe te voegen: wat ik nu zeg, doet allerlei mensen tekort. Onderzoekers hebben doorgaans de beste bedoelingen, maar de structuur waarbinnen ze opereren stelt ze niet in staat om niet te participeren in een destructieve orde. Dat geldt ook voor mezelf. De structuur waarin we zitten en de orde waarin we werken, laat het simpelweg niet toe om fundamenteel iets te veranderen.”

"We maken een klimaatcatastrofe mee waar de wetenschap op allerlei manieren in geïmpliceerd is."

Wat is de oplossing?
“Ik ken die niet in mijn eentje. De oplossing moet komen uit een collectief werk. Het probleem met de wetenschap is geïmpliceerd in een veel grotere, planetaire catastrofe.”

Gaat hierover ook jullie nieuwe boek Theorie van de kraal?
“De thema’s zijn gerelateerd. Het boek gaat over de heersende orde en wat die teweegbrengt. We hebben het over het recentelijk opkomen van allerlei vormen van fascisme. Wij relateren dat bijvoorbeeld aan het denken van de socioloog Du Bois. Kapitaalaccumulatie vindt plaats bij de 0,1 procent, dat weten we inmiddels allemaal. Waarom daartegen nooit opstand is geweest, is omdat witte mensen altijd voordeeltjes kregen, konden meedelen. Witte arbeiders konden participeren in kapitaalaccumulatie, dat heet de verzorgingsstaat. Daardoor heeft zich nooit een antagonisme gevormd tegen de ‘rijke één procent’. Witte arbeiders hebben nooit noodzaak gevoeld om zich solidair te voelen met anderen. Wat we nu meemaken, is dat ze die voordeeltjes niet meer krijgen want kapitaalaccumulatie ligt bij een steeds kleinere hoeveelheid mensen. Dus allerlei andere mensen denken nu: we moeten pakken wat we pakken kunnen! Deze manier van denken gaat gepaard met veel geweld. De Middellandse Zee is de dodelijkste grens ter wereld, er sterven duizenden mensen per jaar, allemaal om onze nationale puurheid te bewaren. Het boek gaat dus over wat het van ons vraagt, om te participeren in de dominante orde.”

Professor
Faculteit
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences
Meer informatie

Willem Schinkel is één van de gasten op de volgende editie van Studio Erasmus op 22 oktober, in Theater Rotterdam, waar hij samen met mede-auteur Rogier van Reekum meer vertelt over het nieuwe boek.