Prof. mr. dr. drs. Jeroen Temperman interviewed for Spotlight-series of Erasmus School of Law

Wat drijft onze hoogleraren, PhD’ers, onderzoekers en Universitair (hoofd)docenten? Waar komt hun passie voor het recht, de criminologie of het fiscaal recht vandaan? Met welke onderzoeken zijn ze bezig? En wat onderscheidt Erasmus School of Law en haar onderzoek van de rest van de academische wereld? In de interviewserie ‘Wetenschapper in de Spotlight’ geven onze academici antwoord op deze en andere vragen. Zo krijgt u een beter beeld van ons wetenschappelijke onderzoek en van onze mensen.

‘Ik ben mijn wetenschappelijke opleiding begonnen met de opleiding Humanistiek aan de Universiteit voor Humanistiek. In mijn tweede studiejaar ben ik daarnaast gestart met mijn bachelor (en daarna mijn master) Rechtsgeleerdheid aan Erasmus School of Law.’

‘Op het moment dat ik deze studies deed, was ik er niet direct van doordrongen dat ik onderzoeker zou kunnen worden op het gebied van mensenrechten. Dat was voor mij echt een geleidelijk proces. Bij de Humanistiek ligt de nadruk op ethiek, vergelijkende religiewetenschap en filosofie en de betekenissen die binnen die disciplines gegeven worden aan humanistische waarden, zoals rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. De Rechtsgeleerdheid zorgde voor een overlap met Humanistiek wanneer publiekrechtelijke onderwerpen en met name het internationale recht en mensenrechten aan de orde kwamen.’

‘Na mijn studies had ik het gevoel dat ik nog niet klaar was en vertrok daarom naar het buitenland. Van reizen komt nog meer reizen. Zo volgde ik onder andere een master Mensenrecht in Italië, studeerde ik in Kopenhagen en liep stage in Londen bij het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. Vervolgens vertrok ik naar Ierland om te beginnen met mijn proefschrift aan het Irish Centre for Human Rights. Na mijn promotie ben ik als universitair docent gaan werken bij de Universiteit van Amsterdam. In 2010 was de cirkel rond toen ik terugkeerde naar Erasmus School of Law, waar ik hoofddocent Internationaal Publiekrecht werd. In 2017 ben ik benoemd tot bijzonder hoogleraar Internationaal Recht en Religie.’

Echte bijdrage aan de literatuur

‘In Ierland ben ik begonnen aan mijn eerste meerjarige onderzoeksproject, over de relatie tussen kerk en staat en de impact hiervan op mensenrechtenbescherming. Ten eerste onderzocht ik de bestaande relaties tussen kerk en staat. Hierin ben ik ambitieus, misschien iets te ambitieus, te werk gegaan door alle bijna tweehonderd Lidstaten van de Verenigde Naties met elkaar te vergelijken. Een enorme exercitie in rechtsvergelijking, maar het was in deze fase van het onderzoek belangrijk het brede spectrum te schetsen, voorbij te gaan aan “seculiere staten” versus “theocratieën”, en dus de vele varianten die bestaan in kaart te brengen.’

‘Deze inventarisatie van bestaande modellen koppelde ik vervolgens aan de implementatie van mensenrechten. Op die manier onderzocht ik welke correlaties er bestaan tussen de verhouding van kerk en staat en mensenrechtenbescherming. De belangrijkste bijdrage van mijn werk was een dieper inzicht in de precieze aard van die correlaties: Dit onderzoek liet zien dat die niet alleen bestonden tussen de verhouding van kerk en staat en de godsdienstvrijheid, maar dat impact ook waarneembaar was op de implementatie van andere rechten, zoals het recht op onderwijs, het recht op werk en andere sociaaleconomische rechten.’

Expert op gebied recht en religie

‘Over het algemeen doe ik mijn juridisch onderzoek zelfstandig. Mijn meest recente boekpublicatie ‘Religious Hatred and International Law: The Prohibition of Incitment to Violence or Discrimination’ over haatzaaien is daar een voorbeeld van. Uiteraard zijn er ook rechtsgebieden binnen mijn expertise waarin ik samenwerk met mijn Europese en internationale collega’s. Zo was ik als redacteur betrokken bij een boek over religieuze symbolen in openbare ruimtes. Dat was een samenwerking tussen zo’n 25 internationale experts.’

‘Binnenkort publiceer ik de resultaten van een soortgelijk internationaal onderzoeksproject, dit maal naar de aard en werking van blasfemiewetgeving in Westerse landen. Ik vind het bij dergelijke samenwerkingsprojecten belangrijk niet enkel expertise uit verschillende landen te bundelen, maar de data ook op basis van een verscheidenheid aan methodes en benaderingen te bespreken. Al naar gelang waar het project het meest baat bij heeft, kunnen dat empirische, rechtsfilosofische, sociologische, etc., verhandelingen zijn.’

Eigentijds en relevant

‘Als wetenschapper op het gebied van mensenrechten ben je altijd bezig met eigentijdse en recente thema’s en dilemma’s. Waar ik in toenemende mate onderzoek naar doe en wat ik erg interessant vind, zijn botsingen tussen bepaalde mensenrechten, zoals botsingen tussen ondernemingsvrijheid en godsdienstvrijheid, of die tussen gelijke behandeling op gronde van seksuele oriëntatie en godsdienstvrijheid. Ik constateer dat in deze pluralistische maatschappij meer en meer botsingen ontstaan, waardoor het belang van mensenrechten en onderzoek daarnaar nooit zal verdwijnen. In die zin is mijn werk nooit af.’

Afstand van de ivoren toren

‘In september 2016 ben ik als godsdienstvrijheid-expert benoemd bij de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Dit brengt mij in de gelegenheid aan de 57 lidstaten adviezen uit te brengen met betrekking tot beleid of handelingen die aan godsdienstvrijheid kunnen raken. Voor mij betekende mijn benoeming dat de afstand tussen de ivoren toren van de wetenschapper en de daadwerkelijke praktijk een stuk kleiner is geworden.’

Fundamenteel onderzoek

‘Als ik Erasmus School of Law aan vakgenoten moet beschrijven, dan denk ik het Rotterdamse adagium van ‘de mouwen opstropen’. ESL gaat complex, fundamenteel onderzoek niet uit de weg.’

‘Onderzoek breder kenbaar maken onder het grote publiek is in mijn ogen noodzakelijk. Dit geldt voor alle wetenschappen, of dit nu fundamenteel of toegepast onderzoek is. Maatschappelijke relevantie voor ons type onderzoek, naar wetgeving, beleid, etc., lijkt veelal een gegeven. Toch is het goed stil te staan bij de vraag hoe de vertaalslag te maken van een gepubliceerd paper in een top journal naar bredere publieke bekendheid met de resultaten van je onderzoek. Onderzoek op het gebied recht en religie is hier een goed voorbeeld, omdat het zo evident belangrijk is voor de maatschappij. Toch moet je wel zelf actief die stap durven maken.’

Personalia

Naam: Jeroen Temperman
Functie: bijzonder hoogleraar Internationaal Recht en Religie
Proefschrift (2009): ‘State-Religion Relationships and Human Rights Law: Towards a Right to Religiously Neutral Governance.’
Expertise: Internationaal recht en religie
Huidig onderzoek: botsingen tussen godsdienstvrijheid en gelijke rechten lhbt's; religieuze vrijheid binnen gevangeniswezen; religies binnen openbaar onderwijs.