Regeringsbeleid werkte fijnstofstrijd in de hand

Regeringsbeleid werkte fijnstofstrijd in de hand

Vanaf eind 2004 tot april 2010 was luchtkwaliteit veelvuldig in het nieuws. Infrastructurele projecten zoals de bouw van woningen, winkelcentra en zeker weguitbreidingen werden door de Raad van State stilgelegd vanwege overschrijding van de Europese normen voor luchtkwaliteit, neergelegd in het Besluit Luchtkwaliteit. De regering probeerde destijds onder de eigen regelingen uit te komen en gaven, ook toen al, Europa de schuld. Dat stelt jurist Tobias Arnoldussen in zijn proefschrift over de politieke en juridische strijd rond luchtkwaliteit. Hij promoveert vrijdag 4 maart 2016 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Op basis van Europese en Nederlandse beleidsdocumenten, wetenschappelijke rapporten en interviews maakte Arnoldussen een reconstructie van de strijd en haar voorgeschiedenis tot in de jaren tachtig. De Europese luchtkwaliteitsnormen hebben inderdaad aan de basis gelegen voor het stilleggen van bouwprojecten, maar de Nederlandse regering heeft zelf een bijdrage geleverd aan hun totstandkoming, een feit dat door Nederlandse regering werd ontkend. Zij stelde juist door de Brusselse normen overvallen te zijn.

Besluiten overheid aanvechtbaar
Daarnaast hebben Nederlandse beleidskeuzes een rol gespeeld bij het ontstaan van de fijnstofstrijd. Aangezien de luchtkwaliteitsnormen op grote schaal in Nederland werden overtreden, bleek een groot aantal overheidsbesluiten op die grond juridisch aanvechtbaar te zijn. De milieubeweging gebruikte die om de milieuonvriendelijke mobiliteitspolitiek van de kabinetten Balkenende aan te vallen.

Economie en milieu gaan niet samen
De milieubeweging zette een ‘juridische strategie’ in om vooral weguitbreidingen te torpederen. Politieke partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum vielen in het parlement de regering Balkenende fel aan omdat die de gezondheid van omwonenden langs snelwegen zou verkwanselen. De in Nederland lang gekoesterde consensus op het gebied van milieubescherming was in die jaren ver te zoeken. Die consensus was gebaseerd op het idee dat milieubescherming en economische ontwikkeling goed samen konden gaan, maar de fijnstofstrijd toonde het problematische karakter van die aanname.

Lapmiddelen
Pogingen van de kabinetten Balkenende om de scherpe kantjes van de luchtkwaliteitsnormen af te halen liepen stuk op het verzet van de Raad van State tegen deze in zijn ogen dubieuze lapmiddelen. Het duurde vijf jaar voordat de bestuurlijke onmacht werd opgeheven door de introductie van de ‘programmatische aanpak‘, een nieuw beleidsplan om op lange termijn de luchtkwaliteitsnormen te halen, terwijl ontwikkeling toch mogelijk werd gemaakt.

Inzet recht probaat middel
Arnoldussen concludeert dat de fijnstofstrijd aantoont dat de inzet van het recht bij milieuconflicten een probaat middel kan zijn ter behartiging van het milieubelang, zeker omdat het voorkomen van schade een steeds grotere plaats lijkt in te nemen binnen de Europese en Nederlandse rechtsorde.

Over Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen begon in 2007 aan zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Thans doceert hij meerdere juridische vakken aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Hij is ook verbonden aan PPLE, de interdisciplinaire honors-opleiding van de UvA. Naast doceren publiceert hij over zijn onderzoek.

Meer informatie

Persvoorlichting, T (010) 408 1216 E press@eur.nl