‘Schaf hoge vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg af’

Schaf hoge vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg af’

Schaf de hoge vergoeding van niet-gecontracteerde zorg af en voer een wettelijk bepaalde minimumvergoeding in. De hoge vergoeding belemmert een effectieve zorginkoop, stelt prof.dr. Wynand van de Ven, hoogleraar sociale ziektekostenverzekering bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam, in zijn afscheidsrede “Het beste zorgstelsel?” op vrijdag 2 oktober 2015. Het is volgens hem wachten op de eerste verzekeraar die het aandurft om zich te profileren als ‘dé zorgverzekeraar voor chronisch zieken’. 

Zorgverzekeraars hoeven niet met alle zorgaanbieders een contract te sluiten. Maar voor niet-gecontracteerde zorg moeten zij hun verzekerden wettelijk een zodanig hoge vergoeding geven dat er voor die verzekerden geen belemmering is om naar niet-gecontracteerde zorgaanbieders te gaan. 
Van de Ven is van mening dat zo’n hoge vergoeding een effectieve zorginkoop belemmert en daarom zo snel mogelijk afgeschaft moet worden. Waarom zouden zorgverleners nog contractueel een prijs afspreken met een verzekeraar als de vergoeding zonder contract zo hoog is?

Hij bepleit invoering van een wettelijk bepaalde minimumvergoeding voor niet-gecontracteerde zorg. Die moet zo laag zijn dat de meeste verzekerden in de regel geen gebruik maken van niet-gecontracteerde zorg, bijvoorbeeld een vergoeding van maar de helft van de kosten.

Chronisch zieken
Van de Ven gaat ook in op risicoselectie van verzekerden door zorgverzekeraars. Begin dit jaar heeft de regering aangekondigd dit probleem te zullen oplossen. Door een forse verbetering van de verevening worden verzekeraars beloond die het aandurven chronisch zieken aan te trekken met zorg van goede kwaliteit. Een historische doorbraak, stelt Van de Ven. Het zorglandschap zal hierdoor drastisch veranderen. Verzekeraars moeten op zoek naar een nieuw verdienmodel waarbij de winst zit in het beter organiseren en coördineren van de zorg voor chronisch zieken. Als gevolg hiervan moeten zij hun zorginkoopbeleid en marketingstrategie drastisch herzien. Het is volgens Van de Ven wachten op de eerste verzekeraar die het aandurft om zich te profileren als ‘dé zorgverzekeraar voor chronisch zieken’.

Verder vindt hij dat zorgverzekeraars steeds beter zorg inkopen, maar dat ze daar onvoldoende waardering voor krijgen. Samen vormen aanbieders en patiënten een natuurlijke coalitie als het gaat om kritiek op de zorginkoper, kritiek die niet altijd terecht is. Zorginkoop is een ondankbare taak, concludeert hij.

Gereguleerde concurrentie
In zijn afscheidscollege stelt Van de Ven dat Nederland internationaal uniek is omdat in de afgelopen 25 jaar consistente hervormingen zijn gerealiseerd gericht op het realiseren van gereguleerde concurrentie in de zorg. Met de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 is een belangrijke stap gezet. De Nederlandse hervormingen vormen volgens hem een inspiratiebron voor andere landen.

Gereguleerde concurrentie past bij de Nederlandse traditie van particulier initiatief in de zorg. Wel moet voor het goed functioneren van het zorgstelsel nog hard worden gewerkt aan het tegengaan van risicoselectie, aan het bevorderen van begrijpelijke en transparante informatie over de kwaliteit van zorg, aan het invoeren van bekostigingssystemen die zorgaanbieders belonen voor goede kwaliteit zorg, en aan effectieve fusietoetsing. Van de Ven sluit niet uit dat zorgvormen die in het verleden vanuit de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet zijn overgeheveld, uiteindelijk uit de Zorgverzekeringswet zullen moeten worden verwijderd.

Het Nederlandse zorgstelsel kent een hoge mate van solidariteit. In zijn afscheidscollege concludeert Van de Ven: “Ik ken geen ander land waarvan het zorgstelsel onder de ‘sluier van onwetendheid’ duidelijk beter is dan het Nederlandse zorgstelsel.” Met de ‘sluier van onwetendheid’ wordt bedoeld dat men niet weet welke positie men in de samenleving inneemt, bijvoorbeeld wat betreft gezondheid, inkomen of leeftijd. Zijn conclusie is dat er geen realistisch alternatief is. Consistent verder bouwen aan een zorgstelsel met gereguleerde concurrentie is de beste optie voor het zo goed mogelijk realiseren van goede, betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg in Nederland.

Meer informatie

De tekst van het afscheidscollege is onder embargo verkrijgbaar via communicatie@bmg.eur.nl (embargo tot vrijdag 2 oktober 2015 – 17.00 uur). Nadere info bij Wouter Kleijheeg (010) 408 8878 / kleijheeg@bmg.eur.nl