Slecht zicht op vraag naar arbeid

Slecht zicht op vraag naar arbeid

We hebben slecht zicht op de vraag naar arbeid. Daardoor is het moeilijk om effectief beleid te ontwikkelen voor de arbeidsmarkt, het onderwijs en de sociale zekerheid. Dat stelt arbeidssocioloog Peter Donker van Heel in zijn proefschrift, waarop hij op vrijdag 9 oktober 2015 hoopt te promoveren aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij stelt een aantal maatregelen voor om het zicht op de arbeidsmarkt te verbeteren. ​

Donker van Heel deed voor zijn proefschrift ‘Definiëren en meten van vacatures in dynamisch perspectief’ onderzoek naar de definities van vacatures en het verkrijgen van beter inzicht in die vacatures.

We hebben met de huidige internationaal gangbare definitie van vacatures beperkt zicht op de vraag naar arbeid, concludeert de promovendus. Vacatures zijn ook moeilijk te meten: bestaande bronnen spreken elkaar tegen, statistieken geven substantiële onderschattingen van het aantal vacatures, schetsen veelal een selectief beeld en soms is het onduidelijk hoe de statistieken tot stand zijn gekomen, zoals bij cijfers van online vacatures. De definitie sluit ook niet aan bij de perceptie van bedrijven, werkzoekenden en intermediairs. Daarnaast is het een statische benadering van het vacatureconcept, terwijl de vacaturemarkt juist heel dynamisch is. En tenslotte komt de definitie niet overeen met de definitie van een baan.

Volgens Donker van Heel is dat alles problematisch, omdat we daarom onvoldoende in staat zijn om goed beleid te ontwikkelen voor de arbeidsmarkt, het onderwijs en de sociale zekerheid.

Aanbevelingen 
Om de situatie te verbeteren geeft Donker van Heel een reeks van aanbevelingen. Ten eerste stelt hij een nieuwe definitie van vacatures voor, waarbij ze – net als banen - worden gedefinieerd in termen van contracten. 
Ook zijn betere metingen noodzakelijk. Bestaande methoden om vacatures te meten komen onvoldoende tegemoet aan de criteria die aan een goede meting gesteld mogen worden, volgens zijn onderzoek. Hij stelt voor een nieuw meetinstrument te ontwikkelen waarmee vacatures op bedrijfsniveau worden geregistreerd, om zo een goed beeld te verkrijgen van de baanmogelijkheden.

Daarnaast zou niet alleen de actieve, maar ook de ‘latente’ vraag naar arbeid gemeten moeten worden. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de atypische vraag, zoals vrijwilligerswerk, werkervaringsplaatsen, gesubsidieerd werk, stagemogelijkheden en begeleid werken. Maar ook de vraag naar uitzendkrachten moet volgens hem beter in beeld worden gebracht.

Dit alles is noodzakelijk, om beter zicht te krijgen op baankansen voor werkzoekenden. "Voor werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt - bijvoorbeeld de doelgroepen van de Participatiewet – is het van belang de bestaande vacatureinformatie te verbeteren”, aldus Donker van Heel.

Meer informatie

Marjolein Kooistra, mediarelaties FSW, kooistra@fsw.eur.nl, 010 408 2135 / 06 83676038