'Staatsbelang' argument in tijden van crisis

'Staatsbelang' argument in tijden van crisis

In de huidige debatten over Europa, zoals die over de Brexit, is het ‘staatsbelang’ een veelgebruikte krachtterm. Deze terminologie ontstond eind zestiende eeuw, in een Europa van extreem toenemende oorlogvoering en de verscheurende Reformatie. Auteurs analyseerden de politieke chaos en crises in termen van staatsbelangen, om politieke verantwoordelijkheid te kunnen opeisen, kritiek op overheden te legitimeren, om lezers te mobiliseren en te activeren. Dat concludeert Marianne Klerk in Reason of State and Predatory Monarchy in the Dutch Republic, 1638-1675. The Legacy of the Duc de Rohan.  Zij promoveert donderdag 27 oktober aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Vijandbeeld
In haar proefschrift onderzocht historica Marianne Klerk zeventiende-eeuwse Nederlands, Duitse en Franse bestsellers, waarin Europa voor het eerst werd ontleed als een systeem van afhankelijke en rivaliserende staten met ieder zijn eigen belangen. Alle onderzochte schrijvers pakten hun pen op in felle politieke debatten over de Europese militaire competitie: welke koers te varen in de buitenlandse politiek, over de hoogte van de oorlogsbelastingen en over binnenlandse machtswisselingen. Elk advies over het staatsbelang berustte op een analyse van de landskenmerken. Hiermee konden de auteurs een bepaalde binnenlandse politieke factie naar voren schuiven als beste kandidaat om het staatsbelang te bevorderen, –en een andere factie juist afschrijven. Allen creëerden daarbij een vijandbeeld door het specifiëren en analyseren van het gevaar, dat Klerk omschrijft als, de roofzuchtige monarchie.

Rohan: van ex-rebel naar patriot
Zo stelde de voormalig Hugenotenleider, Henri Duc de Rohan, dat in het staatsbelang Frankrijk zich moest mengen in de Dertigjarige Oorlog tégen het Katholieke Spanje. Het Spaanse staatsbelang berustte op een onbegrensde roofzucht, die werd geëxploiteerd door een professionele oorlogsmachine en verhuld ging onder een Machiavellistische sluier van geveinsde godsdienstijver. Hij schreef het echter in de vorm van een analyse van de verschillende landskenmerken, als een objectief advies aan de Franse kroon. Op deze manier kon Rohan de gevoelige geloofskwestie ontwijken en zijn felle kritiek –ook tegen het pro-Spaanse beleid van Frankrijk– een rechtmatig karakter geven: niets anders dan het behoud van het staatsbelang was zijn doel. Bovendien kon hij, als ex-rebel, zich zo presenteren als een ware patriot van Frankrijk.

Klerk constateert dat de andere auteurs de staatsbelangen-argumentatiewijze van Rohan hergebruikten, maar voor verschillende, soms tegengestelde politieke doelen inzetten. Na het Rampjaar in 1672 kopieerde Petrus Valkenier gehele passage uit Rohan’s werk om het Frankrijk van Lodewijk XIV als de roofzuchtige monarchie te bestempelen en stadhouder Willem III te kwalificeren als de verdediger van het Nederlandse staatsbelang. Het was een effectieve taal, –inhoudelijk flexibel en zeer polemisch–, waarmee kritiek worden omgebogen in loyaal advies, het politieke debat worden beïnvloed en de massa gemobiliseerd.

Marianne Klerk (Middelburg, 1985) studeerde geschiedenis bij Erasmus School of History, Culture and Communication. Tijdens haar promotie-onderzoek gaf zij diverse vakken aan de Rotterdamse geschiedenisopleiding. Vanaf oktober 2016 s zij werkzaam als postdoctorale onderzoeker naar de cultuur van de Amsterdamse oorlogsmarkt aan de Universiteit van Oxford.

Meer informatie

Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, T (010) 408 1216 of E press@eur.nl