Standaarden in gezondheidszorg anders ontwikkelen

Standaarden in gezondheidszorg anders ontwikkelen

Houd bij het ontwikkelen van standaarden in de zorg rekening met reflexiviteit – het vermogen om situaties te interpreteren, er betekenis aan te geven en naar te handelen. Dat stelt Esther van Loon van het instituut Beleid Management en Gezondheidszorg (iBMG) in haar proefschrift. ‘Reflexieve standaardisatie’ biedt een belangrijke aanzet voor het anders denken over standaardisatie in de zorg. Ze verdedigt haar proefschrift woensdag 20 mei 2015 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. 
 

In de gezondheidszorg wordt veel gestandaardiseerd om een zorg te realiseren die efficiënt, van een constant niveau van kwaliteit en toegankelijk voor iedereen is. De keerzijde is dat standaarden ook vaak ervaren worden als rigide, te voorschrijvend en te weinig rekening houdend met de essentiële verschillen tussen patiënten en zorgsituaties. Als oplossing voor deze nadelen wordt vaak gesuggereerd dat reflexieve zorgprofessionals in staat zijn om te bepalen wanneer een standaard te volgen en of juist ervan af te wijken. Maar dit leidt dan weer tot nieuwe willekeur en verschillen die standaarden juist moeten voorkomen.

Ontwerp
Voor haar proefschrift ‘Reflexieve standaardisering en gestandaardiseerde reflexiviteit. Ontwikkeling en gebruik van innovaties in de gezondheidszorg’ onderzocht Van Loon hoe reflexiviteit meegenomen kan worden in het ontwerp van standaarden om de kwaliteit van ouderenzorg te verbeteren. Doel was standaarden meer reflexief te maken en ook de eigen inschatting en beoordeling van zorgverleners op punten meer te sturen. Dat voorkomt te veel willekeur. Het beoogde resultaat was te komen tot standaarden die beter aansluiten – en daarmee meer gebruikt worden – bij vraagstukken in de praktijk. Het onderzoek vond plaats binnen het landelijke verbeterprogramma voor langdurige zorg, ‘Zorg voor Beter’.

Van Loon volgde drie standaarden vanaf hun ontwikkeling tot het gebruik in de ouderenzorgpraktijk. Dit kwalitatieve onderzoek leidde tot inzicht dat het belangrijk is dat er in de ontwikkeling van standaarden meer gevarieerd wordt tussen het directief sturen van zorgverleners en plekken waar reflectie juist specifiek wordt verwelkomd. Zo werd er onder andere in de ontwikkeling van een zorgleefplan gezocht naar het ruimte laten voor de dialoog met oudere cliënten over de gewenste inhoud van zorg. Tegelijkertijd werd er gestuurd: die dialoog moest gaan over vier domeinen van zorgverlening. De mate waarin standaarden sturen en ruimte bieden moeten goed met elkaar in evenwicht zijn. Dat vraagt om actief experimenteren met wat al dan niet werkt en het bestuderen van de consequenties voor gebruik. Uitwisseling tussen ontwikkeling en gebruik helpen reflexieve standaarden te vormen.

De drie casussen laten zien volgens Van Loon zien dat reflectie meenemen in ontwikkeling van standaarden belangrijk is voor het creëren van werkbare standaarden die goed aansluiten bij de vragen die er leven in de zorgpraktijk. Reflexieve standaardisatie biedt daarmee een belangrijke aanzet voor het anders denken over standaardisatie in de zorg.

Meer informatie

Team Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, T 010 4081216 of E press@eur.nl