Toetsing van (schijn)zelfstandigheid vraagt om een fijnmaziger systeem

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid probeert om oneigenlijke arbeidsrelaties tegen te gaan door een proef met een web module. Met deze module kunnen werkgevers achterhalen of zij voor een ‘klus’ een zelfstandige mogen inzetten of hiervoor een werknemer in dienst moeten nemen. De module bevat tientallen, gedetailleerde vragen over de arbeidsrelatie. Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht aan Erasmus School of Law, betwijfelt of deze module in alle gevallen antwoord biedt op dit juridisch-complexe vraagstuk.

De vraag of iemand voor de wet een zelfstandige is of een werknemer, hangt af van de mate van zelfstandigheid en ondergeschiktheid van de werkende. “Een zelfstandige bepaalt zelf welk werk hij doet, en hoe. Als een opdrachtgever zich intensief met de inhoud of werkwijze bemoeit, dan is dat een sterke indicatie dat sprake is van een werknemer in plaats van een zelfstandige.”

Houweling vindt het een goede ontwikkeling dat de overheid werkgevers met deze module probeert te helpen. Echter zorgt de complexiteit van het vraagstuk voor een ingewikkelde vragenlijst en een vaak onduidelijke uitkomst. In hoeverre een werkgever zich bemoeit met de werkzaamheden, verschilt per sector en het soort werk. “Ik snap dat de politiek een toetsingskader wil, maar daarmee misken je dat de manier van werken per organisatie verschilt. Je zou eigenlijk een fijnmaziger manier moeten hebben om te toetsen.” Volgens Houweling zal de uitkomst regelmatig zijn dat de arbeidsrelatie slecht vast te stellen is.

Meer informatie

Het hele artikel van NRC is hier te lezen.