Verbeter samenwerking tussen ministeries bij vredesoperaties

Verbeter samenwerking tussen ministeries bij vredesoperaties

Tijdens de missie in Afghanistan (2006-2010) moesten verschillende ministeries met elkaar samenwerken. Dat verliep niet altijd vlekkeloos, constateert Lenny Hazelbag in zijn proefschrift. Vooral  bij het begin van de missie was er een gebrek aan coördinatie en traden er spanningen op in de samenwerking. Hazelbag, die zelf als militair in Afghanistan diende, verdedigt zijn proefschrift op donderdag 1 december 2016 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Tijdens de vredesoperaties in de jaren '90 van de vorige eeuw werd duidelijk dat militairen als instrument alleen niet de oplossing waren. Er waren meer partijen nodig om de problemen op te lossen, zoals ngo’s, internationale organisaties, het bedrijfsleven, lokale autoriteiten en ‘Private Military Companies’. Echter, dit geheel van partijen en organisaties in crisisgebieden zorgden onder meer voor overlap, versplintering van beschikbare capaciteiten, tegenstrijdig beleid en inefficiënte bestedingen.

Om meer samenhang in de activiteiten van alle partijen te verkrijgen, werd gekozen voor de ‘Comprehensive Approach’ of ‘geïntegreerde benadering’. Internationale organisaties en nationale overheden omarmden deze filosofie, zo ook Nederland en het Verenigd Koninkrijk bij de missie in Afghanistan (2006-2010). Voor zijn proefschrift ‘De geïntegreerde benadering in Afghanistan: tussen ambitie en praktijk’ onderzocht Hazelbag de samenwerking tussen ministeries in Nederland en het Verenigd Koninkrijk tijdens die missie. Dat deed hij door middel van een casestudy met onder andere surveys en interviews de samenwerking in de hoofdsteden van beide landen tijdens die missie.

Spanningen
Uit zijn onderzoek blijkt dat het niet eenvoudig was om departementen met elkaar te laten samenwerken. In de samenwerking werden diverse spanningen zichtbaar. Deze spanningen ontstonden doordat verticaal georganiseerde departementen opeens horizontaal met elkaar moesten samenwerken. Daarnaast kwamen er spanningen doordat de departementen enerzijds wel met elkaar wilden samenwerken, maar anderzijds ook solistisch wilden optreden. “De departementale reflex is dan ook nog steeds groot en departementalisme hangt als een schaduw over de samenwerking heen”, aldus Hazelbag.

Hij constateert verder dat de aansturing van de samenwerking van belang is. Het onderzoek laat zien dat in het Verenigd Koninkrijk het gevaar op over-coördinatie op de loer lag, met veel overleggen, terwijl in Nederland de coördinatie van alle partijen juist tekort schoot.

Een ander verschil is dat men in het Verenigd Koninkrijk wilde leren naar aanleiding van de missie in Afghanistan: er werd op zoek gegaan naar verbeteringen bij de aanpak van complexe crisissituaties en de coördinatie daarvan. Ministeries kregen de mogelijkheid om bij elkaar in de keuken te kijken. In Nederland zijn er daarentegen nauwelijks aanpassingen geweest. De bredere samenwerking verschraalde zelfs. Zo duurde het tot 2014 om tot een doctrine over de geïntegreerde aanpak te komen.

Om de samenwerking op politiek niveau te coördineren stelt Hazelbag voor om de Raad voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (onderraad van de ministerraad) als een soort Nationale Veiligheidsraad in te richten. Daar kan de Stuurgroep Missies en Operaties dan onder vallen. Daarnaast moet de verschraalde overlegstructuur op zo’n manier worden hersteld dat ook de ministeries buiten de kerndepartementen toegang hebben tot de samenwerking hebben. Volgens Hazelbag kunnen we tenslotte leren van de Britten en de wijze waarop zij hun departementen laten samenwerken.

Over Lenny Hazelbag
Lenny Hazelbag (Alkmaar, 1971) studeerde aan de Koninklijke Militaire Academie. Na zijn beëdiging tot beroepsofficier bij de Koninklijke Landmacht in 1994 werd hij als infanterie-officier bij diverse eenheden in Nederland en Duitsland geplaatst en nam hij aan meerdere vredesmissies deel. Van 2002 – 2006 studeerde hij Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Leiden. In het najaar van 2006 werd hij als compagniescommandant naar de provincie Uruzgan in Afghanistan uitgezonden. Na terugkomst van deze missie werd hij als Docent Landoptreden aan de Faculteit Militaire Wetenschappen geplaatst. Vanaf 2009 richtte hij zich op zijn promotieonderzoek naar de interdepartementale samenwerking in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Vanaf 2013 volgde hij de Hogere Defensie Vorming in Breda die hij in juli 2014 afrondde. Na deze opleiding is hij opnieuw werkzaam bij het Commando Landstrijdkrachten.

LennyHazelbag
Meer informatie

Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, 010 4081216 of press@eur.nl