Vrouwelijke en internationale academici blijven achter op het gebied van rang en salaris

ESB

Teresa Bago d'Uva, universitair hoofddocent Health Economics en Diversity Officer aan Erasmus School of Economics, en Pilar García-Gómez, universitair hoofddocent toegepaste economie, hebben onderzoek gedaan naar de verschillen in rang en salaris tussen vrouwen en mannen en tussen Nederlandse en internationale academici aan Erasmus School of Economics. Uit hun onderzoek blijkt dat van 2014 tot 2018, de rang en het salaris van vrouwelijke en internationale academici lager lag dan die van mannelijke Nederlandse academici.

De twee onderzoeksters hebben gebruik gemaakt van de HR-database van Erasmus School of Economics van de jaren 2014 tot en met 2018. Omdat er in de onderzoeksperiode geen vrouwelijke hoogleraren met een vaste aanstelling waren, konden Bago d'Uva en García-Gómez de salarisverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers slechts beoordelen tot de rang van bijzonder hoogleraar.

Aanzienlijke verschillen in rang

Uit het onderzoek bleek dat er grote verschillen zijn in rang tussen de professoren. Er waren slechts drie vrouwelijke bijzonder hoogleraren, ten opzichte van achttien mannelijke. Ook in andere rangen vonden ze zeer weinig vrouwelijke en internationale mannelijke professoren. De verschillen in rang kunnen deels verklaard worden door het feit dat de internationale en vrouwelijke groepen jonger zijn en meer recentelijk zijn aangenomen. Nadat deze invloeden waren uitgesloten vonden de onderzoeksters dat de kans op de positie van universitair docent en bijzonder hoogleraar gemiddeld 39% is voor Nederlandse mannen. Voor niet-Nederlandse mannen ligt deze kans ongeveer 10 procentpunten lager, voor Nederlandse vrouwen ongeveer 13 procentpunten en voor niet-Nederlandse vrouwen 16 procentpunten.  

Verschillen in salarissen en bonussen

Het onderzoek vindt ook aanzienlijke verschillen in het bruto maandsalaris tussen zowel vrouwelijk als mannelijk, Nederlands en niet-Nederlands academisch personeel. Het gemiddeld maandsalaris van Nederlandse vrouwelijke werknemers ligt 167 euro lager dan dat van Nederlandse mannelijke academici. In vergelijking met de salarissen van Nederlandse mannelijke werknemers liggen de salarissen van niet-Nederlandse mannen 323 euro lager en de salarissen van niet-Nederlandse vrouwen 404 euro. Ook vindt het onderzoek verschillen tussen de kansen op een bonus. Hierbij maakt het onderzoek een onderscheid tussen maandelijkse bonussen en een eenmalige bonus als erkenning voor een prestatie. Uit de resultaten blijkt dat gemiddeld 13% van de Nederlandse mannelijke werknemers een maandelijkse bonus ontvangt en 23% een eenmalige bonus. De gemiddelde kans op een maandelijkse bonus voor vrouwen is minstens 46% kleiner dan voor Nederlandse en niet-Nederlandse mannen. De kans op een eenmalige bonus is voor alle groepen ten minste 52% kleiner dan voor Nederlandse mannen.

Mogelijke verklaringen

Het onderzoek probeert verklaringen te vinden voor het achterblijven van vrouwelijke en niet-Nederlandse medewerkers op het gebied van rang en salaris. Een mogelijke reden hiervoor is dat vrouwen te maken krijgen met verschillende barrières die negatief bijdragen aan de kans om te studeren en een carrière in de economie te beginnen. Andere mogelijke oorzaken zijn de vooroordelen in onderwijsevaluaties die de promotiekansen beïnvloeden, of de beperkte toegang tot mentorschap, het gebrek aan rolmodellen en een vijandige omgeving voor vrouwen en andere minderheden in de economische sector. In het onderzoek wordt ook vermeld dat het belangrijk is om rekening te houden met andere factoren, zoals het feit dat internationaal personeel wordt getroffen door de kosten van het aanpassen aan een nieuw land en een nieuwe werkomgeving.

Belangrijke boodschap

De resultaten dragen een belangrijke boodschap en het onderzoek vraagt dan ook om onmiddellijke beleidsaandacht. Het is van groot belang dat organisaties en afdelingen ervoor zorgen dat hun werknemers bewust zijn van de mogelijke carrièrestappen en dat het moederschap geen invloed heeft op het carrièretraject van vrouwen. Leidinggevenden, managers en commissieleden moeten bewust worden van de bestaande verschillen en de vooroordelen en barrières die aan deze verschillen hebben bijgedragen.

Universitair Hoofddocent
Universitair Hoofddocent
Meer informatie

Het volledige artikel van ESB, kunt u hierboven downloaden of lees het interview die Teresa Bago d'Uva en Pilar García-Gómez gaven aan ESB.