Weigeren van een vonnis ‘bij de grens’ moet mogelijk blijven

Weigeren van een vonnis ‘bij de grens’ moet mogelijk blijven

Soms is het nodig om een vonnis uit de ene lidstaat van de Europese Unie ‘bij de grens’ tegen te houden om zo het universele recht op een eerlijk proces te waarborgen. Als een vonnis resultaat is van een oneerlijke procedure in de rechtsgang in een land moet het voor een ander land mogelijk blijven het niet te accepteren. Dat oordeelt juriste Monique Hazelhorst in haar proefschrift, dat ze op donderdag 13 oktober 2016 verdedigt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Binnen de Europese Unie is het steeds gemakkelijker voor personen en bedrijven om zaken te doen met personen en bedrijven in andere EU-lidstaten. Om vrije handel mogelijk te maken is van groot belang dat het ook mogelijk is om eventuele conflicten die uit bijvoorbeeld een contract voortkomen effectief op te lossen. Zo moet het voor een tuinder in Nederland die groenten levert aan een Duitse supermarkt bijvoorbeeld mogelijk zijn om naar de rechter te gaan wanneer de supermarkt niet betaalt. Als hij dan een vonnis van de Nederlandse rechtbank heeft verkregen waarin staat dat de supermarkt moet betalen, moet dat ook in Duitsland gelding hebben, zodat de Nederlandse tuinder ook in Duitsland maatregelen kan nemen om te zorgen dat hij krijgt waar hij volgens het vonnis recht op heeft.

Grenzeloze vonnissen
De Europese Unie maakt het sinds lange tijd mogelijk om op deze manier vonnissen uit de ene EU-lidstaat in andere lidstaten ten uitvoer te leggen. Ook voor vonnissen bestaan daarom nauwelijks grenzen meer. De laatste 15 jaar is zelfs een aantal maatregelen genomen waardoor de grenzen helemaal zijn weggevallen. Een ingrijpende maatregel is dat het voor sommige vonnissen voor lidstaten niet meer mogelijk is om, in gevallen waarin er iets erg is misgegaan, het vonnis als het ware toegang tot het land te weigeren, zodat het niet ten uitvoer kan worden gelegd. 
Maar is dat niet een stap te ver? Die vraag onderzocht Monique Hazelhorst voor haar proefschrift ‘Free Movement of Civil Judgments in the European Union and the Right to a Fair Trial’. 

Op basis van haar onderzoek stelt ze dat het soms nodig kan zijn om een vonnis te weigeren wanneer dat vonnis het resultaat is van een procedure die oneerlijk is geweest. Die conclusie volgt uit een analyse van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het Europees Grondrechtenhandvest van de EU en de rechtspraak van Europese rechters hierover. Het onderzoek stelt dat weigering van een vonnis soms de enige remedie is om een oneerlijkheid tegen te gaan. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als de rechter die de beslissing heeft genomen daarvoor steekpenningen heeft aangenomen en dus niet onpartijdig was. 

Hazelhorst: "Wel moet zorgvuldig worden afgewogen of weigering de enige mogelijke remedie is, omdat personen en bedrijven die naar de rechter gaan, er natuurlijk in beginsel op moeten kunnen vertrouwen dat zij ook krijgen wat de rechter hen heeft toegekend. Ook dat is een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces."

Het promotieonderzoek van Monique Hazelhorst ontving NWO-financiering uit de Vernieuwingsimpuls. Zie ook het bericht van NWO

Over Monique Hazelhorst 
M.I. (Monique) Hazelhorst (1987) voerde haar promotieonderzoek uit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Erasmus School of Law, binnen het Vidi-project ‘Securing Quality in Cross-Border Enforcement: Towards European Principles of Civil Procedure?’ van prof. mr. dr. X.E. (Xandra) Kramer. Binnen hetzelfde project voert E.A. (Alina) Ontanu een rechtsvergelijkend onderzoek uit naar de implementatie van de uniforme Europese procedures in verschillende EU-lidstaten. Hazelhorst werkt inmiddels als medewerker van het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
 

Meer informatie

Barry Mulder, (010) 408 97 58, communicatie@law.eur.nl