Wie als eerste de prik en hoe kan het land weer open?

Wetenschappers van de TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam doen onderzoek naar de voorkeuren van Nederlanders voor de volgorde van vaccinatie in de groep gezonde Nederlanders tussen de 18 en 60 jaar en verschillende varianten van het coronapaspoort. Het onderzoek staat open voor alle Nederlanders tot en met maandag 12 april. Iedere Nederlander vanaf 18 jaar kan meedoen met het onderzoek via deze website.

Tot nu toe hebben 3.300 Nederlanders meegedaan aan het onderzoek. 1.500 deelnemers waren onderdeel van een panel dat representatief is voor de Nederlandse bevolking; de overige 1.800 mensen hebben meegedaan via een open oproep tot deelname. De resultaten van beide groepen, zowel de representatieve groep van 1.500 mensen als de deelnemers aan het nu opengestelde onderzoek, worden gerapporteerd aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Waarom openstellen voor alle Nederlanders?

De bruikbaarheid van onderzoek naar voorkeuren van Nederlanders over overheidsbeleid is optimaal als twee kernwaarden geborgd zijn. Ten eerste is dat ‘representativiteit’: de deelnemers aan het onderzoek moeten een goede afspiegeling zijn van de Nederlandse bevolking. Dit realiseren we door middel van een representatieve steekproef. Ten tweede is dat ‘inclusiviteit’: alle Nederlanders die hun voorkeuren willen doorgeven aan de overheid moeten de kans krijgen om aan het onderzoek deel te nemen. Dit borgen we door het onderzoek open te stellen voor alle Nederlanders boven de 18 jaar. Aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport rapporteren wij over de voorkeuren van beide groepen; het ministerie kan beide gebruiken als puzzelstukjes voor het maken van beleid over het coronapaspoort en de volgorde van vaccinatie.

Inzicht in voorkeuren is belangrijk

Vanaf mei zijn gezonde Nederlanders tussen de 18 tot 60 jaar oud zonder medische indicatie aan de beurt voor vaccinatie. Het gaat hier om een groep van 7,1 miljoen Nederlanders. Voorkeuren van Nederlanders voor de verschillende keuzes die de overheid kan maken over de volgorde van vaccinatie binnen deze groep zijn nog niet in kaart gebracht. Ook is het nog onduidelijk welke voorkeuren Nederlanders hebben met betrekking tot het coronapaspoort. Om goed geïnformeerde beslissingen te nemen is het voor beleidsmakers van belang te weten wat er leeft in de samenleving. Dit onderzoek stelt de overheid in staat om de voorkeuren van burgers mee te laten wegen in hun beleid.

Volgorde van vaccinatie

Volgens het meest recente vaccinatieschema, heeft het Kabinet ervoor gekozen dat de groep gezonde Nederlanders tussen de 18 en 60 jaar van oud naar jong gevaccineerd zal worden. Dit betekent dat de groep van 50 tot 60 jaar vanaf half mei als eerst een oproep krijgt en de groep van 18 tot 29 jaar vanaf eind juni als laatst een oproep krijgt. In de media zijn er regelmatig oproepen om bepaalde groepen voorrang te geven op vaccinatie, zoals onderwijzers en politieagenten of juist jongeren. We vroegen Nederlanders om vijf mogelijke strategieën voor de volgorde van vaccinatie onder gezonde Nederlanders tussen de 18 en 60 jaar oud te rangschikken en te beoordelen op basis van hun voorkeur: 1) van oud naar jong vaccineren – de huidige strategie van het Kabinet: 2) van jong naar oud vaccineren – de strategie van het Kabinet in omgekeerde volgorde: 3) mensen die in cruciale beroepen werken eerst, zoals onderwijs of kinderopvang, ordehandhaving, hulpdiensten en openbaar vervoer; 4) mensen die in medische contactberoepen werken eerst, zoals fysiotherapeuten, tandartsen en verloskundigen; en 5) mensen met een mantelzorgverklaring eerst.

Voorlopige resultaten vaccinatiestrategie

Zowel in de representatieve groep als in de open deelname zien we dat voorkeuren van deelnemers voor de volgorde van vaccinatie afwijken van het voornemen van het Kabinet om van oud naar jong te vaccineren. Ongeveer de helft van de deelnemers vindt voorrang geven aan mensen die in medische contactberoepen werken de meest aantrekkelijke strategie, terwijl 1 op de 5 deelnemers de voorkeur geeft aan het starten met mensen die in cruciale beroepen werken. De strategie “van jong naar oud vaccineren” kan op de minste steun rekenen. Dit geldt voor verschillende subgroepen (verschillende leeftijdsklassen, mannen/vrouwen, opleidingsniveaus). In de representatieve groep zijn jongeren wel iets positiever over deze strategie dan ouderen. Ouderen zijn positiever dan jongeren over het geven van voorrang aan medische contactberoepen. Mensen die het risico van besmetting en ziek worden na besmetting met corona hoger inschatten voor zichzelf, zien meer in de strategie “van oud naar jong vaccineren”. Tot slot valt op dat deelnemers aan het representatieve onderzoek die ouder zijn dan 60 jaar of een medische indicatie hebben een relatief sterke voorkeur hebben voor het voorrang geven aan mantelzorgers.

Deelnemers noemen verschillende argumenten om hun voorkeur voor het geven van voorrang aan medische contactberoepen en cruciale beroepen te onderbouwen. Dr. Niek Mouter (TU Delft): “we zien dat deze beroepsgroepen volgens Nederlanders prioriteit moeten krijgen omdat zij een verhoogde kans hebben om besmet te raken, terwijl ziekteverzuim juist bij deze beroepen voorkomen moet worden om de samenleving draaiende te houden.” Ook geven deelnemers aan dat mensen die werkzaam zijn in deze beroepen potentiële superspreaders zijn, omdat ze een groot aantal mensen per dag ontmoeten. “Als het vaccin ook besmetting kan voorkomen dan is het volgens deelnemers helemaal verstandig om deze beroepsgroepen als eerst het vaccin te geven om de pandemie de kop in te drukken,” aldus Mouter. Tot slot geven deelnemers aan dat mensen die werkzaam zijn in de zorg en in cruciale beroepen de samenleving het afgelopen jaar een dienst hebben bewezen en dat zij daarom als beloning vaccinatievoorrang moeten krijgen.

Zowel in de representatieve groep als in de open deelname komt de huidige strategie ‘van oud naar jong vaccineren’ als derde uit de bus. De deelnemers die deze strategie adviseren noemen dat je via deze strategie de mensen die het hoogste risico lopen als eerst beschermt, maar er wordt ook gezegd dat het een eenvoudig uit te voeren strategie is en de deelnemers die deze strategie adviseren geven aan dat het onwenselijk is om weer van strategie te veranderen.

  • Coronapaspoort

    Daarnaast vroegen we de deelnemers aan het onderzoek of ze het eens zouden zijn met het invoeren van een nationaal coronapaspoort dat extra vrijheden geeft aan mensen die niet besmettelijk zijn, omdat ze het COVID-19-vaccin hebben gekregen, een recente negatieve coronatest kunnen laten zien of aantoonbaar al besmet zijn geweest. Het coronapaspoort zou gelden in de periode totdat iedereen zich heeft kunnen laten vaccineren. Deelnemers aan het onderzoek konden middels een keuze-experiment aangeven welke extra vrijheden mensen met een nationaal coronapaspoort zouden moeten krijgen. De 24 opties die respondenten kregen voorgelegd waren vrijheden voor bezitters van een coronapaspoort op het gebied van samenkomen in groepen (binnen en buiten), het bezoeken van uitgaansgelegenheden (o.a. cafés, restaurants, musea, bioscopen en grote evenementen) en het bezoeken van sportgelegenheden. Deelnemers konden de regering ook adviseren om het nationaal coronapaspoort helemaal niet in te voeren.

    Voorlopige resultaten coronapaspoort

    Middels discrete keuzemodellen is geanalyseerd of verschillende groepen Nederlanders verschillende voorkeuren hebben. In de representatieve groep zien we dat als er een nationaal coronapaspoort ingevoerd gaat worden, Nederlanders dit het liefste willen vanaf 1 juni a.s. “Hierbij vinden Nederlanders ‘toegang tot de horeca’ het belangrijkst, gevolgd door ‘winkelen zonder afspraak’ en ‘in grote(re) groepen samenkomen’,” zegt prof.dr. Esther de Bekker-Grob van de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Opvallend is dat voorstanders en tegenstanders van een coronapaspoort hetzelfde denken over deze prioritering.”

    Waar verschillend over gedacht wordt, is over de wenselijkheid van een coronapaspoort. Ongeveer een derde van de Nederlanders is sterk tegen de invoering van een nationaal coronapaspoort. “In deze groep zitten vooral Nederlanders tussen de 40 en 60 jaar en Nederlanders die zich niet willen laten vaccineren. Als reden noemen ze onder meer dat een coronapaspoort een disproportioneel middel is en voor verdeeldheid in de samenleving en discriminatie zorgt,” aldus De Bekker-Grob. Daarnaast is 40% van de Nederlanders juist positief over een nationaal coronapaspoort. Zij juichen het toe dat de samenleving daarmee weer sneller open kan. Waarbij het opvallend is dat juist 60-plussers het liefst willen dat het coronapaspoort al per 1 mei ingevoerd wordt.

    De rest van de Nederlanders is voorwaardelijk voorstander, zegt De Bekker-Grob: “deze mensen zijn in principe negatief over een coronapaspoort, maar ze zijn mogelijk over de streep te trekken als het paspoort ervoor zorgt dat de horeca en winkels weer snel toegankelijk zijn evenals het samenkomen met meerdere mensen. In deze groep zitten met name mensen jonger dan 60 jaar en mensen die bereid zijn zich te laten vaccineren.”

    Mensen die het idee hebben dat zij een hoge kans hebben om besmet te raken met het coronavirus zijn veel positiever over het invoeren van een coronapaspoort dan mensen die denken dat zij een lage kans hebben om besmet te raken. Een mogelijke verklaring is dat er door de invoering van een coronapaspoort ‘safe havens’ ontstaan waar mensen die denken risico te lopen zich veilig genoeg voelen om heen te gaan.

    Wie is de opdrachtgever van dit onderzoek?

    De gegevensverzameling voor dit project wordt gefinancierd vanuit het TU Delft Covid-19 response fund. De onderzoekers hebben het onderzoek zelf opgezet en uitgevoerd. Zij ontvangen verder geen financiering voor dit onderzoek. Er is met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport afgesproken dat de onderzoekers de resultaten met het ministerie delen en dit is ook gecommuniceerd aan de deelnemers van het onderzoek.  

Prof.dr. Esther de Bekker-Grob

Prof.dr. Job van Exel

Dr. Jorien Veldwijk

Dr. Niek Mouter