Oosterschelde 2017

Bekijk het fotoverslag

Langs de Oosterschelde

Het is dinsdag 2 mei.
Klokslag tien uur vertrekken 168 gepensioneerden van Woudestein. Om half twaalf steken we in Sint-Annaland van wal, en varen we de Oosterschelde op, het grootste nationale park van Nederland: maar er is geen boom te zien. Het is nattig en koud, maar  op het binnendek  is het warm en behaaglijk. Pas aan boord kunnen we elkaar echt begroeten. “Je ziet er nog goed uit” hoor je iedere keer, en dat betekent dat je toch weer een stuk ouder geworden bent, maar nog wel herkenbaar.  In de loop van de dag ga je oude vertrouwde gezichten missen. We halen met elkaar herinneringen op aan  vroeger, onze Erasmus tijd ,onder het genot van een kopje koffie en een koffietafel met kroket. Buiten blijft de lucht grauw en grijs, precies zoals het KNMI heeft aangegeven. Het deert ons niet. Er liggen mooie boeken aan boord met foto’s en tekeningen van alle vogels die zich , vanwege het  mindere weer buiten,  niet laten zien. Zelfs kleurplaten en kleurpotloden zijn er voor de liefhebbers. Op het bovendek kom je bij de stuurhut. De kapitein ligt op zijn stoel als op een sofa, met het oog op twee tv schermen om de boel beneden in de gaten te houden. Hij is op zijn smartphone een spelletje aan het spelen en kijkt pas op als de grote Zeelandbrug naderbij komt. We zijn dan al de Roggeplaat voorbij waar echte zeehonden liggen te relaxen, precies zoals de folder beschrijft. Als echte filmsterren, laten ze zich uitgebreid fotograferen. Er zit weinig beweging in.

De bussen staan klaar in Zierikzee en we gaan naar het watersnoodmuseum in Ouwerkerk. Het is een heel gedoe voor we allemaal, een voor een, met of zonder museumkaart, binnen zijn. Lopend door de 4 caissons, krijg je een goed beeld van de ramp waar meer dan 1800 doden vielen en duizenden mensen op de vlucht sloegen voor het alles verwoestende water. Er worden films vertoond, er liggen verslagboeken met honderden verhalen en foto’s. Ik vind heel toevallig het logboek van het  Korps Commando troepen Roosendaal en lees: “1 Februari 1953, 5 u.10. Officier van piket ontvangt telef. opdracht van de Div. Staf 3MA  om onmiddellijk militaire bijstand te verlenen in verband met een dijkbreuk bij Willemstad. Al het beschikbare personeel dient te worden ingezet ( ook de gestraften welke in de cellen aanwezig zijn) ” . ‘ 75 Man onder commando van sergeant Bruinoge gaan op pad met  jeep en drie drietonners . Het logboek gaat door met een uiterst gedetailleerde beschrijving, bijna van minuut tot minuut, in de volgende uren en dagen. De chaos wordt onvoorstelbaar groot. Er wordt gevraagd om sijnvlaggen (later gecorrigeerd: seinvlaggen), lakens, brood, laarzen, accu’s en landaggregaat, een lijkkist voor de verongelukte kapitein, boeien voor een man die een jeep van de Franse helpers probeert te stelen, boten en droge kleren. Gevraagd wordt wanneer het eb is en wanneer de vloed opkomt. De chaos groeit en groeit. De beschrijving van de ramp grijpt je aan. Ik krijg het benauwd en vlucht naar buiten: de dijk is nog heel en het water rustig.

Om 17.00 uur gaan we op weg naar Stellendam. De zon breekt door, en eindelijk zien we het mooie landschap met schilderachtige kerkdorpen, grote groene weiden met schapen en koeien, en bloeiende bomen. We zijn welkom in Restaurant Zoet of Zout  ( what’s in a name!) en brengen daar nog een paar gezellige uurtjes door. Moe maar voldaan trekken we om 21.00 uur weer op huis aan. De gouden zon zinkt langzaam in de zee. Met dank aan onze reisgenoten en aan het College van Bestuur die dit uitstapje mogelijk maakte.

3.5.17 Eildert Bruining