Energie en gebouwen

Energiezorg

Op 11 december 2013 is de Energiebeleidsverklaring getekend door de voorzitter van het College van Bestuur. In de energiebeleidsverklaring worden de belangrijkste doelen op het gebied van energie en duurzaamheid voor de EUR benoemd en hoe deze bereikt gaan worden. Zo verwijst de verklaring naar de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie (MJA3), de relevantie van het opzetten van een volwaardig energiezorgsysteem en het belang om het beheer van energiesystemen energie-efficiënt in te richten en hierbij voortdurend te streven naar optimalisatie.

MJA3 en Energie-Efficiency Plan 2017-2020

Middels de derde generatie Meerjarenafspraak energie-efficiëntie (MJA3) heeft de overheid met onderwijsinstellingen afspraken gemaakt om 30% energie-efficiëntieverbetering in de periode 2005-2020 te behalen. De EUR heeft zich gecommitteerd aan deze afspraken. Het Energie Efficiency Plan (EEP) beschrijft als onderdeel van de MJA3 de activiteiten die worden ondernomen om het energiegebruik te verlagen. Steeds voor een periode van 4 jaar wordt een plan (EEP) opgesteld om de 2% energie-efficiency verbetering per jaar te realiseren. In 2016 is het EEP 2017-2020 opgesteld (zie download). Dit is het laatste plan in de MJA3 periode. Het plan voorziet in een 10% verbetering van de energie-efficiency in deze periode en bevat maatregelen om zuiniger met energie om te gaan. Een grote bijdrage aan de verbetering van de energie-efficiency voor de komende jaren leveren de te realiseren nieuwe energiezuinige gebouwen en de systemen voor warmte-koudeopslag in de bodem (de WKO-systemen). Door deze systemen zal op een energie-efficiënte wijze koude voor gebouwkoeling worden geleverd.

Daarnaast bevat het Handboek Beheer naast wettelijke voorschriften ook aanvullende energiebesparende maatregelen, welke tijdens de uitvoering van vastgoedprojecten (zowel renovatie en nieuwbouw) uitgangspunt zijn. Bijvoorbeeld het standaard installeren van energiezuinige verlichting die geschakeld wordt op daglicht en beweging.

Energieverbruik

In 2017 is 42.001 GJ stadsverwarming, 16.207 MWh elektriciteit en circa 89.200 m3 drinkwater verbruikt op Campus Woudestein. Het elektriciteitsverbruik is licht gestegen in 2017 t.o.v. 2016. Dit wordt verklaard door het toegenomen gebruiksoppervlak. Ook is het waterverbruik gestegen omdat er meer studenten op de campus waren. Anders dan energie en water, is in 2017 minder warmte verbruikt dan in 2016. Dit komt omdat het iets warmer was in 2017 dan in 2016, het aantal graaddagen was 2.547 in 2017 tegen 2.666 in 2016. Het verbruik per graaddag is ook gedaald.

De EUR maakt jaarlijks een energiejaarrapportage met uitgebreide informatie over het energieverbruik. De rapportage voor 2017 is binnenkort hier te downloaden.

Energiebesparingsmaatregelen

De ambitie van de EUR, vastgelegd in MJA-3 afspraken, is om vanaf 2005 2% verbetering van de energie-efficiëntie per jaar te realiseren. Deze verbeterde energie-efficiëntie wordt voornamelijk bereikt door de doorvoering van energiebesparende maatregelen. Deze maatregelen zijn opgenomen en beschreven in het Technisch Handboek. Deze maatregelen dienen in ieder geval bij renovatie en nieuwbouw te worden uitgevoerd, de EUR verwacht dat dit het doorvoeren van maatregelen vergemakkelijkt. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn vervanging van beglazing door zonwerend isolerend HR++ glas, het installeren van klimaatplafonds ter voorbereiding voor aansluiting op een WKO installatie en het installeren van energiezuinige verlichting die geschakeld wordt op daglicht en beweging. Ook het verbeteren van dakisolatie is een maatregel, maar dit zal alleen bij renovatie van gebouwen gebeuren. Een groot aantal energiebesparende maatregelen zijn uitgevoerd bij de duurzame renovatie – wat in 2015 startte - van een tweetal gebouwen: het Sanders Gebouw en de Universiteitsbibliotheek. Deze zijn in 2017 weer in gebruik genomen. 

De universiteit maakt bij het uitvoeren van maatregelen in gebouwen telkens de afweging tussen de drie p’s: people, planet en profit. Daarbij moet uit overwegingen die te maken hebben met een goed werkklimaat of vanwege bedrijfsmatige argumenten soms worden gekozen voor minder energiezuinige oplossingen. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat er besloten wordt verbeteringen in het binnenklimaat door te voeren of dat de openingstijden verruimd worden. Gebouwen kunnen hierdoor iets meer energie gaan verbruiken.