Oudste coschap

Het oudste coschap omvat 12 weken en kan worden gelopen bij een van de verschillende (sub-) disciplines van het Erasmus MC en de geaffilieerde instellingen. Het oudste coschap kan zowel intra- als extramuraal worden gelopen. Studenten kunnen een coschap kiezen uit het aanbod van het Erasmus MC, maar kunnen ook zelf een coschap organiseren. Het oudste coschap kan worden gecombineerd met één of twee keuzecoschappen. Het coschap kan daarmee worden uitgebreid tot een periode van 15 en maximaal 18 weken. Het oudste coschap kan worden beschouwd als een ‘proeve van bekwaamheid’ waarbij de voltooiing van de opleiding en de geschiktheid als basisarts moeten worden aangetoond. Tijdens het oudste coschap leert de coassistent de in de voorgaande jaren verworven kennis en vaardigheden toe te passen, en verbreedt en verdiept de coassistent zijn/haar algemeen medische kennis en vaardigheden. De coassistent krijgt de gelegenheid om zich verder in de discipline specifieke vaardigheden te verdiepen en de algemene vaardigheden (zoals bijv. anamnese, lichamelijk onderzoek en opstellen van een behandelplan) op eindniveau toe te passen.

Onderwijsperiode12, 15 of 18 weken
Studiebelasting16 ECTS

De coassistent krijgt gelegenheid om werkervaring op te bouwen, leert meer routine te krijgen en ontwikkelt steeds meer tempo. Daarnaast wordt het oudste coschap gekenmerkt door een opklimmend niveau van complexiteit van de praktijksituaties en casuïstiek. Verder is het coschap gericht op het ontwikkelen van een toenemende mate van zelfstandigheid en grotere eigen verantwoordelijkheid voor het medisch handelen, uiteraard onder nauwgezette supervisie (zie niveau VI en V Raamplan Artsopleiding 2020). Bij de meeste oudste coschappen krijgt de oudste coassistent een beperkt aantal poliklinische/klinische patiënten voor wie hij/zij de primaire verantwoordelijkheid voor de basale medische zorg draagt. Hierbij hoort de oudste coassistent zijn/haar werkzaamheden zelf te organiseren. Uiteraard ligt de eindverantwoordelijkheid bij de arts die de dagelijkse begeleiding op zich heeft genomen (meestal de arts die verantwoordelijk is voor de afdeling of polikliniek waar de coassistent zijn werkzaamheden verricht). Per specialisme varieert de aard en het aantal eigen patiënten. De coassistent leert verder tijdens het coschap om, in beknopte termen, volledig en op heldere wijze eigen patiënten voor te dragen of te presenteren tijdens besprekingen. Hij/zij draagt (onder supervisie) zorg voor een juiste verslaglegging in de dossiers van de patiënten (correcte verslaglegging van bevindingen, adviezen, relevante informatie, afspraken en behandelplan).

De coassistent werkt (meestal) samen in een multidisciplinair team rond de patiënt, bestaande uit mede coassistenten, arts-assistenten, specialisten, verpleging, paramedici en anderen, en is hier een wezenlijk onderdeel van. Van de coassistent wordt verwacht dat hij/zij actief deelneemt aan multidisciplinaire besprekingen en mee werkt aan het opstellen van verantwoord beleid, ten aanzien van aanvullende diagnostiek, behandeling en zorg voor de eigen patiënten. De coassistent moet in staat zijn om een juiste diagnose te stellen en een goede inschatting te maken welke behandeling passend is voor de patiënt. De coassistent leert om beslissingen te nemen, deze te kunnen verantwoorden, en leert daarbij ook om aan te geven waar zijn/haar grenzen liggen (leert eigen competentiegrenzen kennen). Zo nodig vraagt de coassistent, in overleg met de supervisor, aanvullend onderzoek aan en verzorgt de overdracht aan andere zorgverleners. De coassistent leert zelfstandig het medicatiebeleid te verzorgen en laat deze controleren en ondertekenen door een supervisor. De coassistent kan verslag uitbrengen van een bijgewoond slecht nieuws gesprek. Daarnaast is de coassistent betrokken bij activiteiten van de afdeling, zoals actief deelnemen aan complicatiebesprekingen en wetenschappelijke besprekingen van de betreffende afdeling. Van de coassistent wordt een proactieve houding verwacht.

Aan het einde van de opleiding moet de coassistent voldoen aan de wettelijke eindtermen uit het Raamplan Artsopleiding 2020. In het oudste coschap ligt het accent op de integratie van alle CanMEDS-rollen en bijbehorende competenties. Daarnaast is er specifieke aandacht voor de volgende accenten: tempo en routine, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, zorgdragen voor een beperkt aantal patiënten of zorggerelateerde taken en complexiteit.

De coassistent:

  • heeft aan het einde van het oudste coschap alle competenties ontwikkeld op het niveau zoals aangegeven in het Raamplan Artsopleiding 2020;
  • heeft bewijsmateriaal verzameld voor zowel ontwikkeling als beoordeling (d.m.v. KPB’s en/of andere assessment instrumenten);
  • heeft gereflecteerd op zijn/haar eigen leerproces en vervolgens steeds nieuwe of aangepaste persoonlijke leerdoelen gesteld (in een Individueel Ontwikkelingsplan);
  • heeft een beeld gevormd van carrièredoelen en ontwikkelingsdoelen op korte en lange termijn (in een Individueel Ontwikkelingsplan).

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen