Overzicht coschappen

In de klinische fase maakt de coassistent zich de bekwaamheden eigen om professionele activiteiten in een specifieke, authentieke context adequaat uit te voeren door de geïntegreerde aanwezigheid van kennis, inzichten, vaardigheden en professioneel gedrag. Hiernaast maakt de coassistent zich de denk- en handelwijze eigen, die past bij de stappen uit het begrippenschema: ‘van klachten naar oorzaak/pathofysiologie en ziekte/ziektebeeld naar de behandeling/preventie’. Daarom zijn de volgende onderdelen te onderscheiden: 1) het leren van de vaardigheden van medisch probleem oplossen: anamnese – lichamelijk onderzoek - probleembenoeming – differentiaal diagnose – aanvullend onderzoek – diagnose; 2) speciële, disciplinegebonden training met nadruk op kennis, diagnostische behandelingen van ziektebeelden, opdoen van ervaring en verhoging van tempo; 3) zelfstandig medisch handelen met eigen verantwoordelijkheid en oriëntatie op een vervolgopleiding; 4) ontwikkeling van en reflectie op de zeven rollen uit het CanMEDS- model zoals opgenomen in het Raamplan Artsopleiding 2009 (medische deskundige, communicator, samenwerker, organisator, gezondheidsbevorderaar, academicus, en beroepsbeoefenaar), zodat deze op het niveau van basisarts kunnen worden ingevuld.

Onderwijsperiode10 weken
Studiebelasting14 ECTS
Toetsing
  1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
  2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
  3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

Aan het eind van dit vak:

  1. heeft de coassistent zich de vaardigheden eigen gemaakt, die staan omschreven in de eindtermen van het Raamplan 2009, behorende bij de Inwendige Geneeskunde;
  2. kan de coassistent de beginselen toepassen van probleemoplossend klinisch redeneren;
  3. kan de coassistent een recept schrijven;
  4. kan de coassistent door middel van leerstof uit een leerboek inwendige geneeskunde, de gestatuste en/of gepresenteerde patiëntencasus uitleggen en toelichten;
  5. kan de coassistent diverse aspecten van klinische patiëntenzorg, zoals de beleving van de patiënt en medische, verpleegkundige en logistieke aspecten benoemen;
  6. kan de coassistent een adequaat verslag maken van de afgenomen anamnese, het verrichte lichamelijk onderzoek en de conclusies in de vorm van een status op het standaardformulier;
  7. kan de coassistent de essentiële gegevens uit de status presenteren en beredeneren en voorstellen doen voor aanvullend onderzoek en beleid.

Tijdens het coschap heelkunde komt de coassistent in aanraking met een aantal aspecten van de chirurgische praktijk waarbij hij actief werkt aan het behalen van de gestelde leerdoelen. Naast het toepassen van de beginselen van het klinisch redeneren, wordt de coassistent begeleid in het leren aangeven van beleid ten opzichte van het schatten van het operatierisico, conservatief versus operatief beleid, preoperatieve voorbereiding, postoperatieve zorg, en t.o.v. behandeling van eventuele locale / systemische complicaties.

Onderwijsperiode10 weken
Studiebelasting14 ECTS
Toetsing
  1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
  2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
  3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit vak kan de coassistent:

    1. systematisch gegevens verzamelen; een differentiaaldiagnose opstellen; eventueel benodigd aanvullend onderzoek aangeven; beargumenteerd een waarschijnlijkheidsdiagnose formuleren;
    2. het beleid aangeven ten opzichte van het schatten van het operatierisico; het onservatief vs. operatief beleid; preoperatieve voorbereiding (electief/acuut), postoperatieve zorg, behandeling van eventuele locale/systemische complicaties;
    3. zowel mondeling als schriftelijk verslag leggen;
    4. acute hulp verlenen, basale chirurgische technieken toepassen, verbanden aanleggen,een venapunctie verrichten;
    5. een blaascatheter en een maagsonde aanbrengen alsmede subcutaan, intramusculair, intraveneus injiceren.

    In dit coschap gaat de coassistent de klinische vaardigheden, die in vorige coschappen geleerd zijn, oefenen en toepassen bij kinderen. Bovendien willen we de coassistent in deze weken graag een goed beeld geven van de kindergeneeskunde. De coassistent zal merken dat de kindergeneeskunde een speciaal karakter heeft, juist doordat de patiënten baby’s of kinderen en hun ouders zijn. Het is een wereld van verschil of de patiënt een pasgeborene of een puber is: niet alleen zijn anamnese en lichamelijk onderzoek volledig anders, maar ook de aard, verloop en symptomen van ziekte verschillen. Tijdens het coschap kindergeneeskunde staat daarom het ontwikkelen en oefenen van de klinische vaardigheden, die nodig zijn voor het oplossen van patiëntproblemen bij kinderen, centraal.

    De nadruk ligt op het afnemen van een (hetero-)anamnese; het verrichten van een lichamelijk onderzoek, het opstellen van een probleemlijst, een differentiaaldiagnose en een beleidsplan. Hierbij dient onder andere rekening gehouden te worden met de leeftijd, ontwikkelingsniveau, voorgeschiedenis en gezinssituatie van de patiënt en zijn / haar ouders / verzorgers. Tijdens het coschap is tevens aandacht voor verslaglegging en presentatie van patiënt-probleem en beleidsplan.

    Onderwijsperiode5 weken
    Studiebelasting7 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit vak kan de coassistent:

    1. zelfstandig een systematische en volledige kindergeneeskundige anamnese afnemen;
    2. zelfstandig een systematisch en volledig lichamelijk onderzoek verrichten met speciale aandacht voor de leeftijdsspecifieke benadering van het kind;
    3. naar aanleiding van de bevindingen uit (hetero)- anamnese en lichamelijk onderzoek een probleemlijst opstellen;
    4. een differentiaaldiagnose en waarschijnlijkheidsdiagnose dan wel werkhypothese opstellen en een patiëntenprobleem met beleidsplan presenteren;
    5. voor de veel voorkomende problemen in de kindergeneeskunde een voor de individuele patiënt verantwoord beleid opstellen voor nadere diagnostiek, behandeling of zorg om het probleem op te lossen;
    6. aspecten van multidisciplinair (medische en paramedische) benadering van kindergeneeskundige problemen benoemen;
    7. voor een bepaald geneesmiddel een dosering en toedieningsvorm kiezen, rekening houdend met de leeftijd, omgevingsfactoren en acceptatie van het kind;
    8. de normale motorisch en geestelijke ontwikkeling van een pasgeborene tot en met een adolescent beschrijven;
    9. de benodigde voeding (hoeveelheid, frequentie en samenstelling) voor een pasgeborene, een zuigeling, een kleuter en een adolescent benoemen;
    10. een voedingsanamnese afnemen en een voedingsadvies geven voor veel voorkomende aandoeningen;
    11. een normale groeicurve beschrijven en de bijzonderheden van een groeicurve verwoorden en interpreteren;
    12. een volledige familieanamnese uitvragen en deze op een overzichtelijke wijze in een stamboom weergeven;
    13. symptomen van bedreigde vitale functies bij zuigelingen en kinderen herkennen en theorie en techniek van elementaire reanimatie bij kinderen toepassen.

    Het programma bestaat uit het zelfstandig onderzoeken van patiënten, het opstellen van een differentiaaldiagnose en suggesties doen voor de behandeling. De coassistent neemt deel aan het cursorisch onderwijs en aan klinische besprekingen.

    Onderwijsperiode5 weken
    Studiebelasting7 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit vak kan de coassistent:

    1. heeft de coassistent zich vaardigheden eigen gemaakt conform de lijst in het werkboek gynaecologie en verloskunde;
    2. is de coassistent in staat medisch-sociale aspecten in de besluitvorming te betrekken;
    3. heeft de coassistent inzicht gekregen in de verschillende aandoeningen, die de verloskundig, voortplantingsgeneeskundig en gynaecologisch ingestelde vrouwenarts behandelt;
    4. kan de coassistent op geleide van anamnese en eigen onderzoek tot een differentiaaldiagnose komen en een voorstel doen voor eventueel aanvullend onderzoek;
    5. heeft de coassistent kennis van de veranderingen in de fysiologie van de zwangere en kan de consequenties daarvan interpreteren in anamnese en eigen onderzoek.

    Het programma bestaat uit het zelfstandig onderzoeken van patiënten, het opstellen van een differentiaaldiagnose en suggesties doen voor de behandeling. De coassistent neemt deel aan het cursorisch onderwijs en aan klinische besprekingen.

    Onderwijsperiode5 weken
    Studiebelasting7 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit vak kan de coassistent:

    1. zelfstandig een (hetero)anamnese afnemen, een neurologisch onderzoek uitvoeren en de bevindingen op geordende wijze in een status neerleggen;
    2. aan de hand van de bevindingen verkregen bij anamnese en neurologisch onderzoek het probleem in het zenuwstelsel lokaliseren;
    3. aan de hand van de bevindingen verkregen bij anamnese en neurologisch onderzoek een etiologische differentiële diagnose opstellen;
    4. aan de hand van de probleemstelling een verantwoord beleid voorstellen voor nadere diagnostiek, behandeling of zorg om het probleem op te lossen;
    5. in begrijpelijke bewoordingen een patiënt of verwanten noodzakelijke en gewenste informatie geven en controleren of de gegeven informatie ook begrepen is.

    Ten aanzien van de sociale vaardigheden:

    1. toont de coassistent aan op adequate wijze te kunnen deelnemen aan multidisciplinair teamoverleg en overleg met verwijzers;
    2. is de coassistent in staat een professionele houding te handhaven in het contact met oncoöperatieve patiënten en/of familieleden;
    3. is de coassistent in staat op beknopte en heldere wijze een casus te presenteren en daarover van gedachten te wisselen.

    Ten aanzien van het professioneel gedrag:

    1. heeft de coassistent nadrukkelijk getoond zich in de omgang met patiënten, familieleden van patiënten, collega's en andere disciplines zowel professioneel als betrokken te gedragen conform hetgeen van een (aankomend) arts verwacht mag worden. Hij/zij neemt daarbij de gangbare medisch-ethische normen in acht.

    Tijdens het reguliere coschap maakt de coassistent kennis met de psychiatrie. Onder supervisie zal hij/zij bij verschillende patiënten zelfstandig een psychiatrische anamnese afnemen, een psychiatrisch onderzoek verrichten, een (differentiële) diagnose stellen en een beleid of behandelplan opstellen. Daarnaast neemt de coassistent deel aan onderwijsactiviteiten, referaten en klinische besprekingen.

    Het reguliere coschap wordt binnen het Erasmus MC of één van de perifere instellingen gelopen.

    Onderwijsperiode5 weken
    Studiebelasting7 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit vak kan de coassistent:

    1. een (kinder- en jeugd)psychiatrische anamnese opnemen (met inbegrip van een sociale, een biografische en een heteroanamnese);
    2. een (kinder- en jeugd)psychiatrisch onderzoek verrichten en de bevindingen op geordende wijze in een status neerleggen;
    3. de bij anamnese en onderzoek verkregen informatie ordenen en wegen en vervolgens uitwerken tot een structuurdiagnose met etiopathogenetische en differentiaal-diagnostische overwegingen;
    4. een behandelstrategie opstellen, waaronder de indicatie voor farmacotherapeutische en psychotherapeutische interventies alsmede de indicatie voor verwijzing en/of multidisciplinaire participatie;
    5. de relationele, medisch-ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten van psychiatrische problematiek benoemen en toelichten;
    6. een professionele houding en attitude tonen, zich uitend in betrokkenheid in de communicatie met patiënten, familieleden en andere direct betrokkenen in uiteenlopende situaties.

    Ten aanzien van de sociale vaardigheden:

    1. toont de coassistent aan op adequate wijze te kunnen deelnemen aan multidisciplinair teamoverleg en overleg met verwijzers;
    2. is de coassistent in staat een professionele houding te handhaven in het contact met oncoöperatieve patiënten en/of familieleden;
    3. is de coassistent in staat op beknopte en heldere wijze een casus te presenteren en daarover van gedachten te wisselen.

    Ten aanzien van het professioneel gedrag:

    1. heeft de coassistent nadrukkelijk getoond zich in de omgang met patiënten, familieleden van patiënten, collega's en andere disciplines zowel professioneel als betrokken te gedragen conform hetgeen van een (aankomend) arts verwacht mag worden. Hij neemt daarbij de gangbare medisch-ethische normen in acht.

    Het coschap dermatologie bestaat uit drie weken, onderverdeeld in één week polikliniek dermatologie, één week venereologie en één week kliniek en kinderdermatologie. Tevens is er participatie in speciële activiteiten zoals dermatochirurgie, flebologie en lichtbehandeling.

    Onderwijsperiode3 weken
    Studiebelasting4 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit vak kan de coassistent:

    1. de efflorescenties, de pathofysiologie en het klinisch beeld beschrijven van aandoeningen die tijdens het onderwijs dermatologie aan de orde zijn geweest (eczeem; psoriasis; acné; ulcus cruris; auto-immuunziekten: pemphigus; parapemphigus; lupus erythematodes; huidtumoren: basaalcelcarcinoom; melanoom; plaveiselcelcarcinoom; sexueel overdraagbare aandoeningen);
    2. een dermatologische anamnese afnemen en een huidaandoening beschrijven;
    3. een huidaandoening systematisch beschrijven volgens "PROVOKE": P = plaats; R = rangschikking; O = omvang; V = vorm; - O = omtrek; K = kleur; E = efflorescentie.

    Het programma bestaat uit het zelfstandig onderzoeken van patiënten, het opstellen van een differentiaaldiagnose en suggesties doen voor de behandeling. De coassistent neemt deel aan het cursorisch onderwijs en aan klinische besprekingen.

    Onderwijsperiode3 weken
    Studiebelasting4 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit coschap:

    1. heeft de coassistent kennis van een groot aantal KNO-ziektebeelden (vergrote en/of pijnlijke lymfeklieren / zwelling in de hals / hoofdpijn / verminderde gelaatsmotoriek / halitose / smaakstoornissen / oorpijn / jeuk in oor / uitvloed uit het oor (otorrhoe) / slechthorendheid/doofheid / oorsuizen / duizeligheid/ evenwichtstoornissen (vertigo) / neusbloeding / reukstoornissen / onvrede neusvorm / uitvloed uit de neus (rhinorrhoe) / niezen / snurken / keelpijn/globus / slikklachten / inslikken vreemd voorwerp / zuurbranden / opgeven/oprispen van onverteerd voedsel / heesheid / stemverandering / stoornissen in spraak en taal / hoesten / stridor);
    2. is de coassistent in staat om een scala aan onderzoeken aan keel, neus en oren uit te voeren (beoordelen oor, gehoor en evenwicht / inspectie oorschelp, stand oor en mastoïd / inspectie gehoorgang en trommelvlies met voorhoofdslamp en otoscoop / gehooronderzoek met behulp van een stemvork / interpretatie van toonaudiometrie / tampon inbrengen in gehoorgang / beoordelen neus en bijholten / inspectie vorm en contour neus, neusingang / beoordelen doorgankelijkheid / rhinoscopia anterior / interpretatie röntgenonderzoek neusbijholten / beoordelen mond, keel, spraak en hals / inspectie lippen, mondholte, tonsillen / inspectie tongbeweging en beweging pharynxbogen / inspectie hypopharynx en stembanden met keelspiegel / beoordelen stem en spraak / palpatie hals en lymfeklieren).

    Tijdens het coschap onderzoekt de coassistent zelfstandig patiënten, stelt differentiaaldiagnoses op en doet suggesties voor de behandeling. De coassistent neemt deel aan het cursorisch onderwijs en aan klinische besprekingen, fluoresceïne angiografie besprekingen, etc.

    Onderwijsperiode3 weken
    Studiebelasting4 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit coschap kan de coassistent:

    1. een speciële anamnese afnemen en bevindingen van het eigen algemeen oogheelkundig onderzoek op een geordende wijze in een status neerleggen;
    2. een oogheelkundige differentiaaldiagnose opstellen en een verantwoord beleid voorstellen voor nadere diagnostiek, behandeling of zorg om het probleem op te lossen;
    3. via informatiebronnen antwoorden zoeken op vragen die nietdoor parate kennis beantwoord kunnen worden;
    4. een recept voor eenvoudige oogheelkundige aandoeningen uitschrijven;
    5. een conceptbrief aan de huisarts c.q. collega schrijven;
    6. aangeven welke instanties zich bezighouden met maatschappelijke dienstverlening aan blinden en slechtzienden;
    7. de basale aspecten aangeven van de samenwerking met paramedici binnen de oogzorg.

    Huisartsgeneeskunde is een combinatie van evidence-based medicine en real-life practice. De combinatie van stage in de huisartspraktijk en facultair onderwijs probeert dit in zich te verenigen. In dit coschap maakt de coassistent gedurende zes weken op een intensieve wijze kennis met de huisartsgeneeskunde. De coassistent heeft zelfstandig contact met patiënten, uiteraard onder supervisie van een huisarts.

    Onderwijsperiode6 weken + terugkomdagen
    Studiebelasting8 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

    Aan het eind van dit coschap heeft de coassistent:

    1. (meer) ervaring opgedaan met het medisch probleemoplossend denken en handelen in de context van de huisartspraktijk;
    2. met het oog op latere specialisatie, een goede indruk gekregen van het beroep van de huisarts.

    De sociale geneeskunde wordt onderverdeeld in 1) de maatschappelijke gezondheidszorg (geneeskunde voor maatschappij en gezondheid, community medicine), gericht op gezondheid in de woon- en leefomgeving en 2) de arbeidsgerelateerde gezondheidszorg (geneeskunde voor arbeid en gezondheid, occupational medicine), gericht op gezondheid in de werkomgeving. Binnen de maatschappelijke gezondheidszorg worden de profielen jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding, forensische geneeskunde, medische milieukunde, sociaal medische advisering en management en beleid in de gezondheidszorg onderscheiden. Binnen de arbeidsgerelateerde gezondheidszorg worden de profielen bedrijfsgeneeskunde waaronder sportgeneeskunde en verzekeringsgeneeskunde onderscheiden.

    Dit coschap van twee weken heeft de volgende opbouw:

    • lesdag 1 Inleiding Arbeid en Gezondheid;
    • lesdag 2 Inleiding Maatschappij en Gezondheid;
    • praktijkstage van 6 dagen bij een Arbodienst, het UWV, een GGD, een Centrum voor Jeugd en Gezin of andere sociaal-geneeskundige praktijkorganisatie. Tijdens de praktijkstage worden werkzaamheden uitgevoerd onder begeleiding van sociaal- geneeskundigen;
    • één roostervrije dag voor het werken aan een groepsopdracht;
    • lesdag 3 Forensische geneeskunde en presentaties, groepsopdrachten.
    Onderwijsperiode3 weken stage, kleinschalig onderwijs
    Studiebelasting8 ECTS
    Toetsing
    1. Observatie patiëntcontact 1 en 2
    2. Beoordeling professioneel gedrag en handelen tijdens gehele coschap
    3. Eventuele aanvullende opdrachten zoals beschreven in de handleiding van het onderwijs

      Aan het eind van dit coschap:

      • kan de coassistent gezondheidsklachten interpreteren in relatie tot de leef- en werkomgeving van de individuele patiënt en kan het beleid daarop inrichten (individuele preventie en sociaal-medische begeleiding);
      • kan de coassistent gezondheidsproblemen op groepsniveau herkennen en meewerken aan het opstellen van interventieplannen voor deze groepsproblemen (collectieve preventie); onderkent de coassistent het belang om vanuit de individuele patiëntenzorg samen te werken met sociaal-geneeskundige collega's “arbeid en gezondheid” en “maatschappij en gezondheid”;
      • kan de coassistent samenwerken in de oplossing van een medisch probleem met maatschappelijke implicaties (maatschappelijk handelen).

      Vergelijk @count opleiding

      • @title

        • Tijdsduur: @duration
      Vergelijk opleidingen