In Memoriam prof. dr. J.A.A. van Doorn (1925-2008)

Met het overlijden van prof.dr. J.A.A. van Doorn op 14 mei 2008 heeft de Nederlandse samenleving een ware intellectueel en de Nederlandse sociologie een van haar grondleggers verloren. Onze universitaire gemeenschap zal prof. Van Doorn echter bovenal blijven herinneren als stichter, eerste decaan en langdurig boegbeeld van de Faculteit der Sociale Wetenschappen. 

Jacques van Doorn werd in 1960 benoemd tot hoogleraar sociologie aan de toenmalige Nederlandse Economische Hogeschool, met als speciale opdracht een Faculteit der Sociale Wetenschappen op te richten naast de toen bestaande economieopleiding. In 1963 kwam de eerste lichting sociologiestudenten aan. Hiermee begon een periode van vrijwel onafgebroken bloei van de sociologie in Nederland in het algemeen en in Rotterdam in het bijzonder.

De Rotterdamse sociologie droeg van meet af aan duidelijk het stempel van Van Doorn: wetenschappelijk zeer gedegen en tegelijkertijd maatschappelijk betrokken, beleidsgeoriënteerd, maar toch kritisch. Het zijn kenmerken die wij tot op de dag van vandaag met grote dankbaarheid aan prof. Van Doorn koesteren en waarin wij ons ook onderscheiden van de andere sociologieopleidingen in Nederland.

De kernvraag die zeker aanvankelijk in de Rotterdamse sociologie centraal stond, luidde: Hoe analyseer je de samenleving en welke bijdrage kan (overheids)beleid leveren aan maatschappelijke verandering? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, was volgens Van Doorn veel aandacht nodig voor de studie van brede maatschappelijke ontwikkelingen en voor historisch-sociologische reflectie.

Beide elementen waren en zijn nog altijd ruim vertegenwoordigd in de Rotterdamse opleiding. Anders dan zo velen in die jaren, zag Van Doorn de sociologie zeker niet als een instrument voor maatschappijhervorming. De sociologie die hem voor ogen stond was veel meer een sociologie van het beleid dan een voor het beleid. Hij geloofde niet zo in de maakbaarheid van de samenleving. Naarmate zijn twijfels hierover in wetenschap en samenleving breder werden gedeeld, schoof Van Doorns interesse geleidelijk op naar de vraag hoe maatschappelijke collectieven met elkaar de strijd aangaan om de ontwikkelingen naar eigen hand te zetten.

Deze fascinatie met collectieven en macht zijn ongetwijfeld mede ingegeven door Van Doorns persoonlijke ervaringen. Zoals bij zo velen van zijn generatie zijn die getekend door de oorlog, in zijn geval vooral door de politiële acties ten tijde van de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië. Van Doorn diende daar enige jaren in het Nederlandse leger en wat hij daar meemaakte liet hem zijn leven lang niet meer los. Zijn meest gelezen boeken – afgezien van zijn met Cor Lammers geschreven standaardwerk Moderne sociologie - handelen over het nationaalsocialisme en over Indië.

Talrijk waren de voorbeelden uit Indië waarmee hij zijn colleges doorspekte en ademloos luisterden de studenten naar zijn sociologische duiding van op het eerste gezicht tamelijk alledaagse gebeurtenissen en persoonlijke avonturen. Ik spreek hier uit eigen ervaring, want gedurende mijn militaire diensttijd, begin jaren ’70, had ik als jong doctorandus het voorrecht assistent te zijn van Jacques van Doorn, die ook jarenlang als hoogleraar was verbonden aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda.

Degenen onder ons die Jacques van Doorn persoonlijk hebben gekend, zullen hem in de eerste plaats blijven herinneren als een bijzonder erudiet man. Iemand met een zo brede kennis van zowel theorie als praktijk komt men in de hooggespecialiseerde wetenschapsbeoefening van vandaag niet of nauwelijks meer tegen. In de alledaagse omgang bleef hij zijn leven lang iets afstandelijks houden – een ‘ouderwetse’ professor, maar bepaald niet een die vanuit een ivoren toren de wereld gadesloeg. Integendeel, decennialang – en zeker vanaf zijn emeritaat in 1987 – heeft hij met zijn kritische observatievermogen en zijn vlijmscherpe pen actief deelgenomen aan het maatschappelijk debat.

Tot zelfs enkele weken geleden maakte hij zich vanaf zijn ziekbed nog druk over het fanatisme van anti-islamisten in Nederland. Zijn polemische artikelen riepen altijd felle reacties op, maar misschien waren die vooral zo fel omdat de waarheid soms zeer oncomfortabel is. Ook de grootste tegenstanders van Jacques van Doorn wisten dat hij met zijn erudiete en doorwrochte analyses nooit ver van de waarheid verwijderd kon zijn. Voor een wetenschapper is dat misschien wel het grootst denkbare compliment.

Prof.dr. Han Entzinger,
Voorzitter capaciteitsgroep Sociologie/ESSB
Rotterdam,
mei 2008