Current facets (Pre-Master)

Betrokkenheid overheid bij infrastructuurprojecten goed voor resultaat

Betrokkenheid overheid bij infrastructuurprojecten goed voor

Als de overheid actief betrokken is bij de uitvoeringsfase van grote infrastructuurprojecten kan dat betere resultaten opleveren. Het gaat dan met name om de relaties met belanghebbenden in de omgeving van een project. Dat concludeert Stefan Verweij in zijn proefschrift Once the Shovel Hits the Ground. Hij onderzocht onder andere de publiek-private samenwerking (PPS) bij de verbreding van de A15 Maasvlakte-Vaanplein en de ondertunneling A2 Maastricht. Verweij promoveert donderdag 10 september 2015 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Verweij analyseerde naast de A2 en A15 projecten voor zijn proefschrift ook 27 projecten uit de database van Rijkswaterstaat. Er zijn twee manieren om de uitvoering aan te pakken bij infrastructuurprojecten: of er wordt rechtstreeks nauw samengewerkt tussen het project en de omgeving bij de oplossing van knelpunten in de uitvoering, of de projectorganisatie trekt meer haar eigen plan maar in nauwere samenwerking met de opdrachtgever.

Expertise overheid
Uit de analyse blijkt dat de expertise en relaties met lokale belanghebbenden van de overheid erg nuttig is bij de uitvoering. Bij de populaire publiek-private samenwerkingsvorm DBFM dreigt de overheidsexpertise onvoldoende benut te worden door de sterke scheiding van overheid en uitvoerder, waarbij de uitvoerder verantwoordelijk is voor het managen van de uitvoering. Zo zagen we bij de A15 Maasvlakte-Vaanplein dat overheid en markt weinig samenwerkten in de uitvoering, terwijl de overheid, in het bijzonder Rijkswaterstaat, over een beter netwerk beschikt in de omgeving.

Kleinere projecten
De overheid moet ook in de uitvoering van PPS-projecten voldoende betrokken blijven en haar stakeholdermanagement capaciteiten benutten. Bij de A2 Maastricht was de overheid veel meer betrokken en dat leverde ook veel betere resultaten op. Bij kleinere en simpelere projecten blijkt dat de aannemer minder hulp nodig heeft van de overheid bij het managen van de relaties met de omgeving, stelt de promovendus.

De uitkomsten van het onderzoek benadrukken ook het belang van getemperd enthousiasme over DBFM, en meer aandacht voor de evaluatie van deze momenteel populaire vorm van publiek-private samenwerking.

Meer informatie

Team Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, T (010) 408 1216 E press@eur.nl