Current facets (Pre-Master)

Goddelijke voorzienigheid in het economisch denken

Goddelijke voorzienigheid in het economisch denken

Een op de vijf Amerikanen gelooft dat God een actieve rol speelt in de economie, zo bleek uit een recent in de Verenigde Staten gehouden onderzoek. In de vroegmoderne tijd - de periode van de ontdekkingsreizen, de wetenschappelijke revolutie en de Verlichting - moet dit aandeel aanzienlijk hoger hebben gelegen. In zijn proefschrift 'Divine Oeconomy / Goddelycke Oeconomie' beschrijft Joost Hengstmengel hoe de christelijke doctrine van de goddelijke voorzienigheid door vroegmoderne schrijvers over economie werd toegepast in hun geschriften.

‘God en geld’ werden in West-Europa tot ver in de achttiende eeuw als vanzelfsprekend met elkaar in verband gebracht. Internationale handel, arbeidsdeling, waarde en prijs, eigenbelang en economische ongelijkheid waren geen neutrale aangelegenheden, maar fenomenen waarin de hand van God zichtbaar was.

Universele economie Gods plan
Zoals Hengstmengel in zijn proefschrift laat zien, vormden Gods zorg en regering in de vroegmoderne periode niet alleen een bovennatuurlijke verklaring voor bestaande economische verschijnselen. Deze werden namelijk ook aangegrepen om nieuwe economische ontwikkelingen op theologische gronden te rechtvaardigen. Zo bouwde de achttiende-eeuwse campagne voor vrije internationale handel voort op de theologische veronderstelling dat Gods plan een universele economie omvatte. Ook de steeds verder doorgevoerde maatschappelijke arbeidsdeling, het najagen van private economische belangen en de soms schrijnende economische ongelijkheid werden op basis van voorzienigheidsargumenten verdedigd.

Voorzienigheid
De invloed van de theologie op het economisch denken van de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw was daarmee veelkleuriger dan de door Max Weber geformuleerde these over religie en kapitalisme doet vermoeden. Het geloof in een ‘goddelijke economie’ was meer dan een kwestie van ethiek: dankzij de voorzienigheid was de Schepper direct bij de economie van alledag betrokken. Door deze gedachte toe te passen in hun economische analyses en pleidooien, zo luidt Hengstmengels conclusie, droegen vroegmoderne schrijvers al dan niet bewust bij aan een secularisering van het denken. De doctrine van de voorzienigheid had voor deze ‘economen’ immers bij uitstek een wereldse en alledaagse betekenis. 

Over Joost Hengstmengel
Joost Hengstmengel (Rotterdam, 1985) studeerde Economie & Informatica, Filosofie en Filosofie van de Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De afgelopen vier jaar deed onderzoek naar de historische wisselwerking tussen economie, theologie en religie. Vanaf 1 januari 2016 gaat hij aan de slag als post-doctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg in een onderzoeksproject onder leiding van prof.dr. P.J.J. van Geest naar de verhouding tussen de eigenliefde, naastenliefde en publieke liefde.

Meer informatie

Ceciel Meiborg, T (010) 408     E ceciel.meiborg@eur.nl