Current facets (Pre-Master)

Het verschil tussen rijk en arm wordt steeds kleiner

Het verschil tussen rijk en arm wordt steeds kleiner

Niet alleen neemt de inkomensongelijkheid in de wereld af, maar door dalende prijzen hebben ook steeds meer mensen toegang tot consumptiegoederen.

De inkomensverdeling in de wereld

De ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties UNDP heeft in samenwerking met gapminder.org (1) prachtige animaties gemaakt van het verloop van de inkomensongelijkheid in de wereld over de afgelopen decennia. Onderstaande plaatjes zijn foto’s hiervan voor de jaren 1970 en 2013.



Op de verticale as staat de wereldbevolking uitgesplitst naar de regio’s: Zuid-Azië, Oost-Azië, Oost-Europa, Latijs-Amerika, OECD-landen, en Afrika.
 
Op de horizontale (logaritmische) as staat de koopkracht in dollars per persoon per dag, waarbij zowel gecorrigeerd is voor inflatie tussen 1970 en 2013 als voor prijsverschillen tussen landen (het is immers goedkoper in Tsjaad naar de kapper te gaan dan in Nederland). De koopkracht van de inkomens is hierdoor over tijd en regio’s vergelijkbaar.

Als we de plaatjes van 1970 en 2013 vergelijken zien we drie belangrijke verschillen:

  1. De wereldbevolking (op de verticale as) is sinds 1970 bijna verdubbeld van 3.7 miljard toen tot ruim 7 miljard nu, maar dat wisten we al.
  2. Bijna alle regio’s zijn rijker geworden en dus naar rechts opgeschoven, maar Zuid-Azië (India) en Oost-Azië (China) zijn veel meer naar rechts opgeschoven dan de rijke OECD-landen, maar dat wisten we ook al.
  3. Het belangrijkste verschil is het resultaat van bovenstaande twee punten, en dit realiseerden we ons wellicht nog niet:
  • In 1970 zien we twee toppen in de wereldinkomensverdeling. Er is een duidelijke polarisatie tussen arme en rijke regio’s met weinig overlap.
  • Nu, in 2013, ziet het beeld er heel anders uit. Het is meer één wereld geworden.

De inkomensongelijkheid in de wereld is de optelsom van de inkomensongelijkheden binnen landen en de inkomensongelijkheid tussen landen. Terwijl de ongelijkheid binnen landen iets toeneemt, neemt - door de hoge economische groei in China en India met hun enorme bevolkingsaantallen - de inkomensongelijkheid tussen landen in de wereld snel af. In totaal (binnen en tussen landen) neemt de inkomensongelijkheid in de wereld af, omdat de afname van de ongelijkheid tussen landen groter is dan de toename van de ongelijkheid binnen landen.

Toegang tot consumptiegoederen

Hoewel de inkomensongelijkheid binnen arme en rijke landen iets is toegenomen, is tegelijkertijd de toegang tot consumptiegoederen voor iedereen, rijk en arm, ook toegenomen. Al in 2007 merkte The Economist (2) op dat inkomensongelijkheid iets anders is dan ongelijkheid in toegang tot consumptiegoederen. Honderd jaar geleden konden alleen de zeer rijken zich een auto en een elektrische koelkast veroorloven. Gewone mensen liepen en gebruikten een smeltend blok ijs. Doordat bijna alles goedkoper is geworden - vervoer, koelkasten, kleding, voedsel – hebben nu ook de niet-rijken toegang tot deze producten.

Een Ikea-koelkast van 100 euro houdt uw drankje net zo koel als een Heineken-inloopkoelkast. Een goedkope TV zendt dezelfde programma’s uit als een 55-inch-led-PrestigeHD-3D TV. Ook met een laag inkomen en laag uitgavenpatroon kunnen we tegenwoordig met een koel drankje naar Boer Zoekt Vrouw kijken of naar een Bollywoodfilm. Met een tweedehands autootje kom je ook van A naar B, en in een Ferrari ook.

De ongelijkheid van het nut, het plezier, van de spullen is stukken kleiner dan de ongelijkheid van de uitgaven hiervan. Het plezier van het consumptiepatroon van de armen gaat steeds meer lijken op dat van de rijken.

Meer dan de helft van huishoudens in India heeft nu een mobiele telefoon en een TV. Natuurlijk is de armoede de wereld nog niet uit en is er nog een lange weg te gaan, maar het verschil tussen rijk en arm, hoe dan ook gemeten, wordt wel steeds kleiner.

Referenties

1)  www.gapminder.org

2)  The Economist, The new (improved) Gilded Age, 19 December, 2007.

CV

Hans de Kruijk is universitair docent ontwikkelingseconomie aan de Erasmus School of Economics en consultant voor de Verenigde Naties, de Aziatische Ontwikkelingsbank en de Wereldbank voor armoedeonderzoek in ontwikkelingslanden.