Hooggerechtshof Nederlands-Indië beschreven

Hooggerechtshof Nederlands-Indië beschreven

Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië waakte als opperste rechtbank over de rechtspraak aldaar. Oud-rechter Kees Briët beschrijft voor het eerst de institutionele geschiedenis van een van de belangrijkste staatsinstellingen van Nederlands-Indië in zijn proefschrift Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819-1848. Portret van een vergeten rechtscollege. Hij promoveert donderdag 24 september 2015 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Aan welke regelingen was het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië onderworpen? Hoe was de verhouding met het gouvernement? Was het onafhankelijk van het Indische bestuur? Welke bevolkingsgroepen vielen onder zijn gezag? Wie waren de presidenten, wie de rechters? Waar zetelde dat college?

Kees Briët onderzocht deze vragen voor de periode vanaf de oprichting in 1819 tot de invoering van gecodificeerde wetgeving in Nederlands-Indië in 1848. Voor zijn proefschrift waren onder meer de besluiten van de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië zijn bron.

In het proefschrift beschrijft Briët voor de periode 1798 tot 1819 de voorgeschiedenis in Nederland en Oost-Indië van de instelling van het hooggerechtshof. 
Hij stelt daarbij de grote invloed vast van het rapport uit 1803 van de Commissie tot de Oost-Indische Zaken aan het Staatsbewind van de Bataafse Republiek en die van het Brits Tussenbestuur (1811-1816) op de rechtspraak in het Nederlands-Indië na 1816. Daarna komt de periode 1819-1848 de functie, taken en bevoegdheden van het hof aan de orde, en het hof als rechterlijke instelling.

Meer informatie

Team Persvoorlichting, T (010) 408 1216 E press@eur.nl