Current facets (Pre-Master)

Kunst uit financieel oogpunt niet aantrekkelijk genoeg

Kunst uit financieel oogpunt niet aantrekkelijk genoeg

Regelmatig halen recordprijzen voor schilderijen het nieuws. En vaak zijn het hedgefondsmanagers die grof geld voor schilderijen betalen. Is kunst inderdaad zo’n goede financiële investering?

Investeerders zijn constant op zoek naar investeringen die het voor risico gecorrigeerde rendement verhogen. Het gaat hierbij niet om een enkel schilderij dat wellicht door geluk heel erg in waarde stijgt, maar goede rendementen op een brede portfolio van bijvoorbeeld schilderijen. 

Verschillende studies hebben aangetoond dat investeringen in kunst hiervoor in aanmerking komen, met rendementen van circa 10 procent, en een lage correlatie met aandelenrendementen, waardoor schilderijen hun waarde zouden behouden als aandelenmarkten instorten.

Een belangrijk kenmerk van investeren in kunst is echter dat rendementen veel moeilijker te bepalen zijn dan rendementen op aandelen. Waar aandeelprijzen op ieder moment observeerbaar zijn voor aandelen van beursgenoteerde bedrijven, zijn de prijzen van schilderijen pas observeerbaar als een schilderij verhandelt. En vaak zit er meer dan 30 jaar tussen opeenvolgende veilingen van een schilderij.

In een recent artikel van mij met Arthur Korteweg (Stanford University) en Roman Kraussl (Luxemburg School of Finance) wordt aangetoond dat de schilderijen die worden verhandeld niet representatief zijn voor de totale schilderijmarkt. Schilderijen komen vaker op de markt als de verkoper denkt een hoog rendement te kunnen behalen; schilderijen in stijlen die uit de mode zijn, zijn veel minder vertegenwoordigd. Het schatten van rendementen op basis van gegevens van verkochte schilderijen levert daarom een te rooskleurig beeld op van kunstinvesteringen. In tijden van economische crisis lijken de verkochte schilderijen nog best goede rendementen te behalen, maar dit betreft vooral de uitzonderingen.

Door te kijken naar meer dan twintigduizend schilderijen die meer dan één keer zijn geveild na 1972, vinden we eerst een jaarlijks gemiddeld rendement van ongeveer tien procent en een negatieve correlatie met aandelenrendementen. Kunst lijkt dan zeker te behoren tot optimale portfolio’s. Maar wanneer we corrigeren voor het feit dat schilderijen met prijsstijgingen een grotere kans hebben om geveild te worden en dus in onze dataset te verschijnen, zakt het rendement voor een representatief schilderij tot ongeveer zes procent en is sprake van een positieve correlatie met aandelen. Alhoewel deze rendementen nog steeds niet slecht zijn, is er daarmee geen belangrijke rol voor schilderijen weggelegd in optimale portfolio’s. Hetzelfde geldt voor het enkel investeren in bepaalde stromingen, zoals oude meesters, impressionisten of moderne kunst.

Wanneer we transactiekosten en verzekeringskosten meenemen, wordt deze conclusie nog sterker. Kunstinvesteringen zijn daarom niet aantrekkelijk genoeg vanuit een financieel oogpunt, behalve wellicht als je een uitstekende kijk hebt op de toekomstige vraag naar kunst. De aanbeveling is om alleen kunst aan te schaffen als je veel plezier ontvangt van de esthetische waarde.

CV

Patrick Verwijmeren is bijzonder hoogleraar Corporate Finance aan de Erasmus School of Economics. Hij doet onder meer onderzoek naar de optimale kapitaalstructuur voor ondernemingen, de invloeden van short sales en hedgefondsen, en recente ontwikkelingen in corporate governance. Zijn voornaamste specialisme vormt bedrijfsfinanciering door middel van converteerbare obligaties. In mei 2013 ontving Verwijmeren een Vidi-subsidie voor zijn onderzoeksvoorstel “Handel met voorkennis opsporen”.