Online thuisonderwijs zorgt voor ongelijke leeromgevingen

Fotograaf: Hester Blankestijn

Hoe hebben Rotterdamse basisscholen de intelligente lockdown in het voorjaar van 2020 doorstaan? Hoe hebben deze scholen ingespeeld op hun doelgroep, welke lessen zijn geleerd en wat nemen zij in de toekomst mee?  Deze vragen staan centraal in het onderzoek 'Rotterdams basisonderwijs in coronatijd' uitgevoerd door Risbo in opdracht van de Kenniswerkplaats Rotterdams Talent. Schooldirecteuren uit diverse Rotterdamse wijken zijn gevraagd naar hun ervaringen van het gedwongen online thuisonderwijs aan hun leerlingen. Het rapport wordt aangeboden aan schoolbesturen en basisscholen Rotterdam.

Door het coronavirus waren de scholen in maart 2020 gedwongen hun deuren te sluiten en over te gaan op online thuisonderwijs. De basisscholen hebben daarbij geprobeerd hun onderwijs af te stemmen op de visie en doelgroep van de school. Dit mondde uit dat instructies online werden gegeven. Daarbij werden de leerlingen in meer of mindere mate ondersteund door hun ouders. Het blijkt uit het onderzoek dat er grote verschillen zijn tussen ouders. Zij die meer tijd hadden voor thuisonderwijs en zij die weinig tijd hadden. En ook tussen bekwame en minder bekwame ouders. Dit betekende dus dat de wijze van thuisonderwijs ingericht moest zijn binnen de mogelijkheden van ouders.

Online thuisonderwijs levert veel problemen op

Uit het onderzoek kwamen met name problemen naar voren die betrekking hebben op de sociaaleconomische omstandigheden van families. Zo beschikten veel families niet over voldoende apparaten zoals laptops om alle kinderen online te laten leren. Zonder school is het moeilijker een gezonde levensstijl in stand te houden, bijvoorbeeld vanwege stress en geldproblemen. Ook kregen de kinderen veel minder beweging en ontwikkelden zij een ander slaapritme. Er waren grote verschillen in de hoeveelheid werk die kinderen thuis verrichtten en de mate waarin ouders hen wisten te ondersteunen. Hierdoor ontstonden leerachterstanden. Over de lagere groepen maken scholen zich weinig zorgen over achterstanden, omdat er voldoende tijd is om de achterstanden in te lopen. Voor hogere groepen moest het onderwijs echter worden aangepast om hen klaar te stomen voor het Voortgezet Onderwijs. Dit gebeurde door vooral in te zetten op vakken die daar belangrijk zijn en waarop kinderen nu op achterliepen.

Niet alles is negatief

De onderzoekers kregen ook enkele positieve geluiden te horen. Scholen die al langer digitale media inzetten in hun onderwijs maakten de overstap relatief gemakkelijk. Kinderen en jonge docenten konden daarbij het gemakkelijkst schakelen.  Tevens profiteerden sommige kinderen juist van intensievere contact dat tijdens de sluiting werd onderhouden door de school met de kinderen. Wel kostte scholen dit extra tijd en energie en moesten leerkrachten hun grenzen goed afbakenen ten opzichte van ouders. Door de ervaringen nu opgedaan zien schoolleiders nu meer mogelijkheden voor het prominenter inzetten van digitale middelen, waarbij ze denken dat dit het groeiende lerarentekort kan verzachten. Toch zitten de scholen voorlopig niet te wachten op een volledige overstap naar digitaal onderwijs.

Aanbevelingen

De ouderparticipatie is  belangrijk, en lijkt nu nog urgenter wanneer leerlingen thuis onderwijs moeten volgen. Dit geldt zeker voor families met ongunstige sociaaleconomische omstandigheden en/of een gebrekkige beheersing van het Nederlands, die mogelijk lastiger te bereiken zijn (ook onder normale omstandigheden).
Scholen zijn gebaat bij een individuele aanpak, passend bij hun school. Echter is het raadzaam voor schoolleiders van elkaar te leren om ideeën en dilemma’s uit te wisselen en deze vervolgens vorm te geven in een eigen schoolaanpak. Daarnaast moeten scholen  voorbereid zijn en flexibel  blijven voor toekomstige ‘crises’ door (bijvoorbeeld) digitale middelen te integreren in hun curriculum.

Over het onderzoek

Het onderzoek vond plaats in de periode april tot juni 2020. De gesprekken zijn gevoerd met negen schooldirecteuren in verschillende Rotterdamse wijken, Feijenoord, IJsselmonde, Barendrecht, Pernis, Nesselande, Ommoord, Zuidwijk, Schiebroek en Oud-Crooswijk.

Het rapport wordt aangeboden aan schoolbesturen en basisscholen Rotterdam. De Kenniswerkplaats Rotterdams Talent zal school professionals bij elkaar brengen om over de bevindingen door te praten en om acties uit te zetten om te leren wat online leren betekent en hoe het goed gefaciliteerd kan worden.

Over de Kenniswerkplaats Rotterdams Talent

De Kenniswerkplaats Rotterdams Talent (KWP) is een initiatief van de gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam en bestaat uit een netwerk beleidsmedewerkers van de gemeente Rotterdam en Rotterdamse onderwijsinstellingen van primair tot wetenschappelijk onderwijs. De KWP heeft een tweeledige doelstelling. Enerzijds beoogt de kenniswerkplaats een bijdrage te leveren aan kennisontwikkeling op het gebied van Rotterdams talent. Anderzijds beoogt de werkplaats bij te dragen aan de uitwisseling en de toepassing van die kennis en daarmee aan het verbeteren van het onderwijsbeleid en de praktijk van het onderwijs in Rotterdam.

Downloaden rapport

Rotterdams basisonderwijs in coronatijd. Een rondgang langs schoolleiders over hun aanpak en de toekomst / Katja van der Schans met medewerking van Menno Verbeek & Tomislav Tudjman

 

Meer informatie

Marjolein Kooistra, mediarelaties ESSB, 06 83676038, kooistra@essb.eur.nl