Schrijvers pieken gemiddeld rond hun 44ste levensjaar

Schrijvers pieken gemiddeld rond hun 44ste levensjaar

Schrijvers maken hun belangrijkste werk gemiddeld genomen rond hun 44ste ­levensjaar, op een fractie van 0.57 van hun leven. Dat heeft prof.dr. Philip Hans Franses van de Erasmus School of Economics berekend. Sinds 1901 wordt de Nobelprijs voor de Literatuur uitgereikt. Aan de hand van de juryrapporten is te achterhalen welke werken van deze schrijvers als de meest belangrijke worden gevonden. Op dit moment zijn er 89 van deze prijswinnaars overleden en hier zijn de leeftijden van piekcreativiteit te bepalen. De piekleeftijd van schrijvers ligt dicht bij die van schilders.

Aanleiding voor het onderzoek was de enorme internationale mediabelangstelling voor een artikel van prof.dr. Philip Hans Franses (Erasmus School of Economics) in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Creativity Research Journal (2013):  “When do painters make their best work?” In dat artikel werd voor 189 bekende overleden schilders gevonden dat ze hun belangrijkste werk maakten zo rond hun 42ste levensjaar, maar nog veel interessanter, op een fractie van 0.62 van hun leven. Die fractie kwam dicht bij de bekende gulden snede (0.618), een getal dat associeert met optimaliteit.

Aangespoord door de vele vragen van belangstellenden heeft Franses dus nu ook de beste werken van schrijvers in kaart gebracht. Deze kerngetallen liggen erg dicht bij die van de schilders, en dat was voor het hetzelfde tijdschrift Creativity Research Journal een goede reden om deze resultaten als een commentaar te publiceren in de eerstvolgende uitgave van het blad.