Sectorstudie 'Geweld in de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen' afgerond

In opdracht van de Commissie Geweld in de Jeugdzorg hebben prof. dr. Richard Staring (projectleider) en dr. Abdessamad Bouabid van de sectie Criminologie van Erasmus School of Law onderzoek gedaan naar geweld dat vanaf 1990 heeft plaatsgevonden in de overheidsopvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s).

Veel incidenten tijdens onderzoeksperiode 1990 - 2018

Uit onderzoek blijkt dat de amv-opvang zich in de onderzoeksperiode vooral kenmerkt door veel incidenten van psychisch geweld tussen alleenstaande minderjarige vreemdelingen onderling en psychisch geweld en verwaarlozing vanuit de begeleiding naar de amv’s. Ook het getuige zijn van geweld - indirect slachtofferschap - komt veelvuldig naar voren en drukt voor een belangrijk deel een negatieve stempel op het verblijf van de jongeren in de opvang. Seksueel geweld komt slechts incidenteel naar voren; er wordt dan vooral gesproken over seksuele uitbuiting en signalen van prostitutie in en rondom de opvang.

De geregistreerde werkelijkheid van het geweld in de persoonsdossiers van de amv’s en instellingsarchieven zijn van dien aard dat de onderzoekers niet met stelligheid iets kunnen zeggen over de omvang van het geweld.

Aanleiding van de incidenten

De onderzoekers onderscheiden drie contexten die (samen) aanleiding hebben gegeven tot het hierboven beschreven geweld onder amv’s. De eerste context is het migratierecht en betreft de stress, frustratie en onzekerheid die zich bij de amv’s ontwikkelt onder invloed van de spanningen rondom de uitkomsten van de persoonlijke en/of andermans asiel- en gezinsherenigingsprocedures. De tweede context is het amv-opvangsysteem waarin beheersbaarheid, leefbaarheid en veiligheid samengaan met vrijheidsbeperkende huisregels die tot eenzaamheid, apathie, frustratie en irritatie bij de amv’s kunnen leiden. Ten derde speelt de persoonlijke achtergrond een rol, die zich kenmerkt door geweld, verlies en/of afscheid van naasten in het herkomstland en tijdens de reis naar Nederland evenals overmatig alcohol- en drugsgebruik in Nederland.

Ondanks een trend naar kleinschaligheid in de opvang, ontwikkelingen in het opvangbeleid waarmee wordt beoogd een einde te maken aan de onzekerheid waar amv’s mee worstelen en een toenemende professionalisering in de opvang van amv’s blijven alle geweldsvormen gedurende de gehele onderzoeksperiode terugkomen, mede door de continuïteit van de drie contexten en de ervaren noodzaak om de asielinstroom beheersbaar te houden.

Ervaring met betrekking tot de incidenten

Er is sprake van een grote diversiteit onder de amv’s als het gaat om hoe het geweld is ervaren. Sommigen lijken geweldservaringen snel te zijn ‘vergeten’ of relativeren deze ervaringen met eerdere traumatische gebeurtenissen of de overwegend positieve ervaringen in de opvang. Anderen vertellen over de stress en angst op het moment van het geweld en/of over de manier waarop ze hiermee zijn omgegaan, bijvoorbeeld door te kiezen voor isolement of overplaatsing.

De ervaringen op de langere termijn zijn eveneens divers: sommigen kijken overwegend positief terug op de periode in de opvang, waar anderen vertellen door de geweldservaringen nog steeds moeite te hebben met het aangaan en opbouwen van relaties, andere te vertrouwen of het beheersen van emoties.

Over het onderzoek

Voor dit onderzoek hebben de onderzoekers interviews gehouden met (voormalige) amv’s en professionals die in de onderzoeksperiode bij de opvang van amv’s betrokken zijn geweest. Daarnaast zijn amv-persoonsdossiers van voogdij-instelling Nidos en dossiers van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd geanalyseerd evenals incidentenregistraties van Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en Nidos. In dit onderzoek staan drie vragen over geweld in de amv-opvang centraal: wat is er gebeurd, hoe kon het geweld gebeuren en hoe is het geweld door de amv’s ervaren?