Staat loopt miljarden mis

Staat loopt miljarden mis

Eind maart 2013 bracht Abvakabo FNV naar buiten dat de Nederlandse Staat miljarden misloopt. In het rapport ‘Miljarden voor het oprapen (deel 2). Belastingambtenaren over de aanpak van slokposten, spookburgers en windhappers’ zijn de uitkomsten van het onderzoek opgenomen dat in de periode eind 2012 tot en met begin 2013 plaatsvond onder medewerkers van de Belastingdienst.

Uit het onderzoek blijkt dat honderdduizenden belastingfraudeurs en foute bedrijven door de Belastingdienst worden herkend, maar niet worden aangepakt door tijdgebrek en personeelstekort. Fraudegevallen worden gepasseerd en terugvorderingen worden als oninbaar bestempeld. Eind 2012 heeft het kabinet € 157 miljoen vrijgemaakt om meer fraude op te sporen, maar dit zou een druppel op de gloeiende plaat blijken te zijn. Overigens krijgt niet alleen fraude beperkte aandacht van de Belastingdienst. Ook het aantal reguliere controles bij bijvoorbeeld mkb-belastingplichtigen is beperkt. Zo is in het in juni 2012 verschenen rapport van de commissie-Stevens over Horizontaal Toezicht te lezen dat een dergelijke belastingplichtige statistisch gezien slechts één keer in de 40 jaar wordt gecontroleerd.

De opdracht van de Belastingdienst is niet om zoveel mogelijk geld te innen, maar dat belasting wordt geheven en geïnd in overeenstemming met de wet- en regelgeving. Derhalve is in de permanente opdracht geen financiële doelstelling opgenomen. De permanente opdracht is namelijk als volgt: “De Belastingdienst voert de wet- en regelgeving die hem is opgedragen zo doeltreffend en doelmatig mogelijk uit. In zijn handelen streeft hij naar handhaving van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Dienstverlening aan en respect voor burgers en bedrijven zijn onlosmakelijk aan zijn handelen verbonden.” De Belastingdienst verwerkt volgens de eigen website jaarlijks aangiften van zo’n 6 miljoen particulieren en 1,1 miljoen ondernemers. De taken van de Belastingdienst omvatten eveneens de uitbetaling van voorlopige teruggaven en van toeslagen, toezicht houden op het naleven van de fiscale wetten en regels en het opsporen van fraude.

De Belastingdienst kan om praktische redenen de vele miljoenen aangiften van particulieren en ondernemers niet controleren. Het is overigens de vraag of dit zou moeten. Vanuit de permanente opdracht zou dit wenselijk kunnen worden geacht, maar wat kost een dergelijke investering en wat brengt het op? Er wordt door de Belastingdienst een balans gezocht tussen een gewenst niveau van toezicht en de betaalbaarheid van de uitvoering. Bij het toezicht speelt het denken in risico’s een rol om de schaarse middelen aan te wenden. Door middel van een risicoanalyse wordt ingeschat of een belastingplichtige zich aan de wettelijke regels houdt of dat dit mogelijk niet het geval is. Daarbij speelt ook de omvang van de (financiële) belangen een rol. Afhankelijk van die risico’s en het gewicht dat daaraan wordt toegekend, wordt zwaarder of minder zwaar gecontroleerd.

Ik pleit voor een versterking van de Belastingdienst, zodat actieve controle veel meer kan worden toegepast naast de overwegend gebruikelijke passieve controle. Het is de diversiteit van (controle)activiteiten die de naleving bevordert van de fiscale wet- en regelgeving door de belastingplichtigen, omdat de pakkans wordt vergroot. Zeker nu in deze economisch mindere tijden het risico op te creatief en zelfs frauduleus gedrag toeneemt. Dat betekent - los van voorlichting en andere (preventieve) activiteiten - dat controles van belang zijn en daartoe de nodige middelen kunnen worden aangewend. Ik acht het daarom noodzakelijk dat de Belastingdienst kan beschikken over voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers om te werken aan de permanente opdracht. Het is een belangrijke, zo niet noodzakelijke, voorwaarde om het mislopen van belastinginkomsten te voorkomen. Om het voorgaande pleidooi nader te onderbouwen, is naar mijn opvatting verder (empirisch) onderzoek nodig. Want op basis daarvan is eerst gefundeerd inzichtelijk te maken wat verschillende activiteiten de Belastingdienst kosten en wat dit (naar verwachting) betekent voor de belastingopbrengsten. Want de situatie - om in de woorden van de staatssecretaris te spreken - dat achter elke boom een inspecteur staat, lijkt ook mij geen wenselijke.

CV

Michiel Adriaansen is als wetenschappelijk medewerker en promovendus verbonden aan het Fiscaal Economisch Instituut (FEI bv) van de Erasmus School of Economics en daarnaast werkzaam als hogeschooldocent bij Avans Hogeschool.