Terwijl het debat over integratie verhardt, kalft het beleid steeds verder af

Erik Fecken

Het nationale debat over identiteit en integratie is de laatste jaren steeds meer verhard, tegelijkertijd is het beleid hierop juist afgebouwd. Hoewel gedecentreerd beleid vaak wordt gezien als een antwoord op het besturen van complexe beleidsproblemen, laat onderzoek van Ilona van Breugel zien dat dit in het geval van een omstreden beleidsthema als integratie juist dreigt te leiden tot verwatering van beleid. Dit concludeert zij in haar proefschrift ‘Mainstreaming Integration Governance. Proxies and taboos in a contested policy context’ dat zij op donderdag 10 december verdedigt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Integratiebeleid richt zich van oudsher op het ‘integreren’ van immigrantengroepen in een samenleving. Vanaf 2000 raakt integratiebeleid steeds meer omstreden. Veel voormalig doelgroepenbeleid werd afgeschaft en de nadruk kwam te liggen op aanpassing van immigranten aan de heersende normen en waarden. Maar wie deze groepen dan zijn, op welke manier integratie vormgegeven moet worden of wat precies de samenleving vormt waarin men wordt geacht te integreren, is constant onderwerp van discussie. Het omstreden karakter van integratiebeleid in combinatie met de decentralisatie van het beleid naar andere departementen en het lokale niveau vanaf 2013, heeft ervoor gezorgd dat veel beleid rondom integratie simpelweg is verdwenen. De verharding van het politieke debat over nationale identiteit en integratie staat het (decentraal) herzien van integratiebeleid in de weg. 

Geen doelgroepenbeleid meer

Een voorbeeld is het taboe op informatievoorziening in andere talen. Dit zien we ook terug in de huidige coronacrisis. Hoewel doventolk Irma Sluis niet meer weg te denken is bij de persconferenties, verstrekt de overheid geen vertaling van de persconferenties in het Arabisch, Turks of Pools, maar alleen in het Engels. Van Breugel hierover: “De aanpak van de coronacrisis is een kwestie van volksgezondheid, geen principekwestie over doelgroepenbeleid. Alleen samen krijgen we corona onder controle, is de slogan. Maar je moet dus wel eerst even de taal leren. Hier zie je dat de voornaamste afweging blijft: geen informatievoorziening in een andere taal. In plaats van dat de vraag gesteld wordt: bereiken wij als overheid alle burgers? Zelfs in een crisissituatie en volksgezondheidsvraagstuk is er geen ruimte voor dit soort vragen.”

Nationaal debat kun je niet lokaal oplossen

Ook op lokaal niveau blijken zulke taboes de vormgeving van diversiteitsbeleid in de weg te staan. Van Breugel: “Met het idee achter de decentralisatie van integratiebeleid, namelijk dat lokaal vormgegeven beleid dichter bij de burger staat en beter past bij de lokale situatie, is niets mis. Helaas zie je dat je de politisering van het debat en nationale taboes rondom dit onderwerp hiermee allesbehalve oplost.” Hoewel er wel beleidsinnovatie plaats vindt op lokaal niveau, blijft dit beperkt: “De nationale identiteitsdiscussie kun je niet lokaal oplossen.”

Kloof tussen samenleving en beleid

“De situatie nu is eigenlijk heel gek en tegenstrijdig”, vertelt Van Breugel. “Het publieke en politieke debat verhardt maar het beleid is juist heel indirect en ontwijkend. Wat er in de samenleving speelt wordt op geen enkele manier beantwoord door beleid. Door deze situatie te continueren, wordt die kloof niet gedicht en groeit hij wellicht zelfs.”

Promotie

Op donderdag 10 december 2020 verdedigt Ilona van Breugel haar proefschrift, getiteld: ‘Mainstreaming Integration Governance. Proxies and taboos in a contested policy context’ aan Erasmus Universiteit Rotterdam.
 

Promovendus
Meer informatie

 

Meral van Leeuwen, persvoorlichter EUR, 06-40264367, press@eur.nl