Nederland waterland, maar werkt ‘onze’ aanpak ook in het buitenland?

Nederland profileert zich als expert op het gebied van waterbeheer en deelt die kennis graag met het buitenland. In veel landen staat deze ‘Dutch Delta Approach’ model voor het formuleren van waterbeleid. Dat dit beleid zich hier heeft bewezen, wil niet zeggen dat dit ook werkt in een andere context. In haar onderzoek concentreerde promovendus Ellen Minkman zich daarom op de vraag wat er nodig is voor effectieve beleidsoverdracht. Betere aansluiting bij lokale beleidsthema’s en het betrekken van partijen met voldoende invloed op het beleidsproces blijkt hiervoor de sleutel.

Het poldermodel, waterschappen en de prestigieuze Deltawerken zijn allemaal toonbeelden van Nederland waterland. De eeuwenlange strijd tegen water dwong ons niet alleen tot intensief samenwerken, maar bracht ons ook tot technisch geavanceerde innovaties. Die kennis wordt actief gepromoot door de Nederlandse regering om de watersector internationaal te positioneren. De ‘Dutch Delta Approach’ (DDA) wordt zo ingezet als diplomatiek instrument in bilaterale betrekkingen en past binnen het hulp-en-handel-beleid voor ontwikkelingslanden.

Aanpak mist aansluiting bij lokale context

Maar de kennisoverdracht gaat dus lang niet altijd even soepel. Minkman: “Onze aanpak is sterk op de Nederlandse context gebaseerd. Bijvoorbeeld met ons landschap en klimaat als uitgangspunt, maar ook onze cultuur en bestuurlijke organisatie.” In Jakarta (Indonesië) en Vietnam schoven er bijvoorbeeld partijen aan die niet genoeg bevoegdheid hadden. “In Vietnam zijn er twee ministeries verantwoordelijk voor water, maar zij kunnen niet zomaar de strategische koers veranderen. Daarvoor zijn zij afhankelijk van andere ministeries, zoals het ministerie van planning. Als zo’n partij niet aan tafel zit, loop het proces op een gegeven moment vast.”

Intenties niet altijd duidelijk

De koppeling met Nederlandse handelsbelangen roept de vraag op wiens belang het meest gediend is bij het overnemen van Nederlandse ideeën, wat mogelijk de rol van Nederland als gidsland op het gebied van water ondermijnt. “Zo pleitten Nederlandse experts voor het afsluiten van de baai bij Jakarta via een grote dam van 40 miljard euro. Dit roept bij Indonesiërs de vraag op: Is dat echt het beste voor Indonesië of is het Nederlandse bedrijfsleven daarbij gebaat?” Volgens de promovendus handelen experts met de beste bedoelingen, maar loop je op termijn het risico dat een dubbele agenda je positie als onafhankelijke adviseur (trusted advisor) ondermijnt.

Daarnaast krijgen experts vaak een beperkt mandaat mee, waarbij er weinig ruimte is om te anticiperen op veranderingen in de lokale situatie (bijvoorbeeld een andere politiek leider) of om nieuwe inzichten mee te nemen. Ook worden dergelijke projecten technisch ingestoken, met beperkte aandacht voor sociale en bestuurlijke aspecten. De conclusies van het onderzoek wijzen daarom op het belang van multidisciplinaire teams met een flexibel mandaat, oftewel met een open einddoel bij het delen van ‘de Dutch Delta Approach’ met andere landen.

Deze DDA moet je volgens Minkman niet als een statisch beleidsmodel zien, maar juist constant en kritisch herzien op basis van ervaringen in het buitenland, iets wat tot nu toe weinig gebeurt: “Nu worden projecten in de aanbestedingsfase vaak erg dichtgetimmerd, door vast te leggen wie wat precies moet opleveren. Dat is een gemiste kans, omdat je de flexibiliteit verliest om beter aan te sluiten op de lokale bestuurlijke context.”

Promotie

Op 14 januari 2021 verdedigt Ellen Minkman haar proefschrift getiteld ‘Building Bridges: Policy Transfer and Translation of the Dutch Delta Approach in South and Southeast Asia’ aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences.

Promovendus
Meer informatie

Meral van Leeuwen, persvoorlichter EUR, 06-40264367, press@eur.nl.