Tegengaan onveiligheidsgevoelens is een complexe puzzel

Het is een veelgehoorde claim: burgers blijven zich onveilig voelen, ondanks dat de criminaliteit in Nederland al jarenlang daalt. Deze claim strookt echter niet geheel met de werkelijkheid. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Iris Glas waarin zij de onveiligheidsbeleving van Nederlanders heeft onderzocht. De onveiligheidsbeleving van burgers is een uitkomst van een complexe optelsom van verschillende factoren. Waaronder bijvoorbeeld de verscheidenheid van herkomst van de inwoners, de mate van economische achterstand in de woonomgeving en of de fysieke leefomgeving goed onderhouden is.

Meer dan criminaliteit

Zoals uit eerder onderzoek is gebleken, laat het promotieonderzoek van Glas zien dat een gevoel van onveiligheid niet alleen te maken heeft met hoeveel criminaliteit er wordt gepleegd. Dat dalende criminaliteitscijfers zich niet altijd een-op-een laten vertalen in een daling in ervaren onveiligheid is dus niet verrassend. Er blijken veel meer factoren mee te spelen dan veiligheid alleen. Dit uit zich bijvoorbeeld in buurten waarin veel inwoners wonen van een andere afkomst. Daar voelen mensen zich vaker onveilig. We zien het ook in economisch zwakkere buurten en als buurten niet ‘schoon en heel’ zijn. Glas analyseerde voor haar onderzoek grootschalige enquêtedata uit de landelijke Veiligheidsmonitor en de Rotterdamse Veiligheidsindex.

Een groter veiligheidsgevoel

Een ander belangrijk inzicht uit Glas’ haar onderzoek is dat de onveiligheidsbeleving van burgers door de jaren heen verandert. Uit een van de deelstudies naar onveiligheidsgevoelens van Rotterdammers, bleek dat dat het percentage Rotterdammers dat zich wel eens onveilig voelt in zijn of haar buurt, in de jaren 2003-2007 bijna gehalveerd is. Vanaf 2008 zijn deze cijfers gestabiliseerd. Dit wijst erop dat mensen zich niet steeds onveiliger voelen zoals vaak wordt beweerd.

Voorbij de buurt

Glas kijkt in haar promotieonderzoek ook kritisch de rol van ‘de buurt’. Buurten zijn namelijk vaak administratieve eenheden, met grenzen die buurtbewoners niet altijd als logisch of betekenisvol ervaren. Daarnaast neemt in discussies over onveiligheidsgevoelens de buurt een prominente rol in. Beleidsmakers nemen vaak aan dat verbeteringen in de buurt de veiligheidsbeleving van de inwoners positief zal beïnvloeden. Glas laat zien in haar onderzoek waarom deze buurtaanpak soms te simplistisch is, en introduceert een alternatieve en preciezere aanpak om te onderzoeken op welke manieren de woonomgeving van iemand bepalend is voor iemands onveiligheidsbeleving.

Persoonlijke wooncirkel in kaart

Onderdeel van deze aanpak is dat elke inwoner een ‘persoonlijke wooncirkel’ krijgt toebedeeld, waarbij de persoon zelf het middelpunt vormt. De grootte van de cirkel bepaalt vervolgens wat wel of niet onder iemands woonomgeving valt. Met deze persoonlijke wooncirkels kan nauwkeuriger worden bepaald welke kenmerken van de woonomgeving samenhangen met meer of minder onveiligheid. De resultaten van Glas laten zien dat het soms nuttig kan zijn om voorbij de (administratieve) buurt te kijken, en in plaats daarvan de persoonlijke wooncirkel als uitgangspunt te nemen.

Promotie

Op donderdag 21 januari 2021 verdedigt Iris Glas haar proefschrift, getiteld: ‘Fear of Crime and Neighbourhood Cohesion in Context. On the role of place, time and ethnic diversity’ bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Promovendus
Meer informatie

 

Meral van Leeuwen, persvoorlichter EUR, 06-40264367, press@eur.nl.