Uitdagingen van een maatschappelijke impact onderzoeker

Brian Godor is universitair docent aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences en themaleider Veerkrachtige Steden en Stedelingen binnen Vital Cities and Citizens (VCC). In dit interview vertelt hij ons meer over het belang van veerkracht onder kinderen. We komen meer te weten over zijn rol als themaleider en de uitdagingen waar een onderzoeker mee te maken heeft bij het integreren van wetenschap, praktijk en onderwijs.

Veerkrachtige Steden en Stedelingen, waar gaat dit thema volgens jou over?  

Voor mij gaat dit thema over het ontwikkelen van meer veerkrachtige burgers om toekomstige problemen het hoofd te kunnen bieden, maar dan wel op een empirisch onderbouwde manier om het hoogste niveau van autonomie en emancipatie te bereiken. Voor mij is het eindpunt om de wereld op een bepaalde manier te kunnen bekijken en op een optimistische manier te kunnen handelen. 

Waarom ben je zo geïnteresseerd in dit thema?

Het is zo zonde als ik kijk naar al het potentieel dat we soms mislopen door de ervaringen die kinderen niet opdoen of alle ervaringen die ouders missen. Want ik geloof echt dat elk kind zich veel verder kan ontwikkelen dan waar ze nu staan. 

Ik zie dit ook bij mijn eerstejaars studenten. Het is altijd jammer dat we in het eerste jaar zo'n 30 procent verliezen, ook al is iedereen in het eerste blok volledig gekwalificeerd om daar te zitten. Op de een of andere manier werkt het niet, en dat zie ik ook bij kinderen. Als we hen mondiger kunnen maken, zijn ze beter in staat om hun eigen toekomst te creëren. En het is de kers op de taart als we voetbal of andere sporten kunnen gebruiken voor de zelfontplooiing van kinderen. 

Wanneer raakte je geïnteresseerd in veerkracht?  

Voor mij is het een logisch gevolg van mijn interesse in onderwijs. Ik ben namelijk een leraar in hart en nieren en goed onderwijs helpt kinderen zich op een gezonde manier te ontwikkelen.  Ik heb hoogbegaafde leerlingen bestudeerd en die hebben het vaak moeilijk omdat ze niet het juiste soort curriculum krijgen, dus daar is een mismatch. Met veerkracht is het hetzelfde; welke handvatten hebben deze kinderen nodig, en hoe kunnen we hierin verder gaan?

Wat zijn je doelen binnen Vital Cities and Citizens? 

Mijn eerste doel is om het onderwerp veerkracht meer op de kaart te zetten. De uren die ik krijg van VCC hebben me in staat gesteld om me verder te verdiepen in literatuur en mijn eigen onderzoek en het heeft me de gelegenheid geboden om het citizen science project te starten met het Wetenschapsknooppunt.

En hoe probeer je maatschappelijke impact te maken? 

Ik denk altijd dat ik een bevoorrechte positie heb omdat ik een academicus ben en ik betaald word om te lezen, te leren en nieuwe dingen te ontdekken. Maar ik vind ook dat ik daardoor iets moet teruggeven aan de maatschappij. Als een maatschappelijke impactonderzoeker moet je totaal anders zijn; je zoekt niet naar subsidies van drie jaar en het werk dat je doet wordt niet gestuurd door publicaties.

In mijn type onderzoek moeten de deelnemers waar we het over hebben altijd worden betrokken. Het gaat om de ontwikkeling van mensen aan beide kanten. Het FAIRPLAY-project bijvoorbeeld, is vrij uniek. We hebben met alle deelnemende voetbalclubs een trainingssessie georganiseerd, die ging over coping en emotionele beheersing. Nu voeren de trainers en coaches een aantal van deze oefeningen uit in onder andere Hongarije en Uganda, waarbij ze kinderen leren hoe ze emoties kunnen herkennen. Het klinkt zo eenvoudig, maar zelfs als volwassenen hebben we nog ontwikkelings- of bindingsproblemen. Dus kun je je voorstellen wat deze kinderen in moeilijke situaties doormaken? Om kinderen op deze manier te zien leren is fantastisch.

Hoe belangrijk is interdisciplinariteit in jouw onderzoek? 

Het is cruciaal. Als we met 'wicked problems' willen omgaan, moeten we er op verschillende manieren naar kijken om ze op te lossen. In het FAIRPLAY-project hebben we ook onderzoekers met allerlei achtergronden. Het is echter altijd een uitdaging omdat je als projectleider al die verschillende talen moet spreken. Het is echt een meta-skill voor iemand om zo te kunnen schakelen. Ik heb geprobeerd klinische literatuur te lezen, zodat ik begrijp wat ze zeggen en ze kan binnenhalen.  

Is er een discipline waar je meer over zou willen weten? 

Ik zou graag meer willen leren over economie. Er is een nieuwe stroming in opkomst die probeert om maatschappelijke impact te kwantificeren. Als ik mijn sociale impact kwantificeer, kijk ik altijd naar verschillen tussen psychologische indicatoren: zijn ze gelukkiger, hoe is hun welzijn? Maar deze nieuwe beweging zegt eigenlijk 'als we weten dat deze kinderen zullen stoppen met roken, scheelt dat 10% aan gezondheidszorg'. Een club in Engeland die ook deel uitmaakt van het FAIRPLAY-project heeft hun impact ook gekwantificeerd. Ze hebben ooit een presentatie gegeven en zeiden: 'We hebben vorig jaar 34 miljoen pond aan impact gecreëerd'. Hoe kun je daar omheen?

En ik werk graag samen met mijn collega-themaleider Jan Fransen, die een treetje boven mij in de maatschappij actief is. Waar ik op organisatieniveau en lager werk, doet hij dit op of boven gemeenteniveau. Daar ligt dus een mooi verbindingspunt. Binnenkort zal een stagiair een van onze clubs gaan helpen, om te kijken hoe het lokale niveau beter kan aansluiten bij de gemeente.

Kan het een uitdaging zijn om samen te werken met mensen uit de praktijk?  

Ik denk dat het complexer is om de stad met de wetenschap te verbinden dan de wetenschap met de stad. Maar ik denk dat dit ook een van mijn sterke punten is. Als ik naar Feyenoord ga, kan ik niet over zelfbehoud of eigenwaarde praten; je moet altijd je doelen vertalen. Einstein zei jaren geleden al: "Als je je onderzoek niet in 30 seconden kunt uitleggen, dan begrijp je je onderzoek niet." Dus als ik bij Feyenoord ben heb ik het erover dat kinderen de kapitein van hun schip worden, dat is een mooie manier om die grote academische concepten te vertalen.

Waarom is het stedelijke element belangrijk binnen je onderzoek?  

De problemen zijn in een stedelijke omgeving meestal groter dan op het platteland. In steden is er een aanzienlijk potentieel voor het ontstaan van problemen. Natuurlijk heb je overal veerkracht nodig, en ook in dorpen duiken problemen op. Maar in steden hebben ouders over het algemeen minder te geven, er spelen andere mechanismen. 

Hoe zou je onderwijs willen verbinden met onderzoek en praktijk? 

Het zou geweldig zijn om een minorprogramma of een gezamenlijke masteropleiding te ontwikkelen met mijn collega themaleider Jan Fransen en met andere universiteiten. Tot nu toe heb ik onderwijs en praktijk verbonden door masterstudenten te koppelen aan het Feyenoord-project, dat onderdeel is van het FAIRPLAY-project. Maar ook dat vereiste een vertaalslag, want het waren acht of negen verschillende afstudeerrichtingen met hun eigen criteria.

En tot slot, wat is volgens jou een vitale stad? 

Een vitale stad maakt haar inwoners sterk genoeg om het beste uit zichzelf te halen. En dat kan in onderwijs, financiën, bij het aanleggen van groen, enzovoort. Het is een stad die zich voortdurend vernieuwt, zonder haar kernkwaliteiten te verliezen. Ik wil niet elk jaar een nieuwe beeldvorming van Rotterdam zien. Daar zit een kernprincipe in, maar we moeten ook voortdurend kijken hoe we verder kunnen. Dat is een complexe en voortdurende discussie over wat we nu eigenlijk willen bereiken. Dus als we bijvoorbeeld meer gelijkheid willen, dan moet je je afvragen wat dat precies is en hoe je dat kunt bereiken.

Universitair Docent
Meer informatie

Vital Cities and Citizens

Met het Erasmus Initiatief Vital Cities and Citizens wil de Erasmus Universiteit bijdragen aan de kwaliteit van leven in stedelijke gebieden. In vitale steden kunnen de inwoners hun levensdoelen bereiken door educatie, zinvol werk en deelname aan het publieke leven. De vitale stad is een platform voor creativiteit en diversiteit, een veilige ontmoetingsplaats voor verschillende sociale groepen. De betrokken onderzoekers focussen zich op een van de volgende subthema’s: 

•    Inclusieve Steden en Diversiteit 
•    Duurzame en Rechtvaardige Steden
•    Slimme Steden en Gemeenschappen
•    Veerkrachtige Steden en Stedelingen

VCC is een samenwerking tussen Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB), Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) en International Institute of Social Studies (ISS).

Gerelateerde content

Roma jongeren Boedapest werken aan weerbaarheid binnen FAIRPLAY project Erasmus Universiteit

Binnen het FAIRPLAY project van EUR krijgen jongeren in Boedapest de kans om tijdens voetbaltrainingen te werken aan hun weerbaarheid.

Voetbal om de veerkracht van jongeren te vergroten: een programma voor levensvaardigheden bij jeugd

Dr. Brian Godor gaat onderzoeken wat de maatschappelijke impact van voetbal is en hoe stedelijke jeugd veerkrachtiger kan worden door voetbaltrainingen.