Bekijk het studieprogramma

Rechtsgeleerdheid
Bachelor Rechtsgeleerdheid student

Studie in cijfers

6-12u
Contacturen eerstejaars Aantal uur aangeboden per week
56%
Doorstroom naar tweede jaar Binnen deze opleiding
Bekijk alle

Wat houdt de studie Rechtsgeleerdheid in?

Het recht is een verzamelnaam voor alle regels die er bestaan. Sommige van deze regels zijn uitgewerkt in wetten. Het recht moet ervoor zorgen dat mensen goed met elkaar kunnen samenleven. Als mensen het niet met elkaar eens zijn, kan de rechter aan de hand van wetten en regels een uitspraak doen over wat er dan verder moet gebeuren.

Op onder meer de volgende vragen ga jij het juridische antwoord vinden:

  • Kan KLM aansprakelijk worden gesteld voor misleidende groene reclames?
  • Wie is er verantwoordelijk als een zelfbesturende auto een ongeluk veroorzaakt?
  • Mag de burgemeester zomaar een voetbalwedstrijd verbieden?

Je leert bij deze studie geen wetten uit je hoofd! Je leert wel wetten toepassen op concrete situaties.

Wetten uit je hoofd leren heeft geen zin, omdat wetten sterk in verandering zijn. Tijdens de studie leer je hoe je met wetboeken moet werken. Je leert waar je bepaalde regels kunt vinden, hoe je ermee om moet gaan en hoe je ze kunt interpreteren. Dat gebeurt aan de hand van de praktijk.

Het recht is dus niet zomaar een verzameling regels. Het recht lééft: het staat in direct contact met de maatschappij. Veranderen onze opvattingen, dan verandert het recht mee. Het recht is daarom ook altijd in beweging. Dat is wat rechtsgeleerdheid zo boeiend maakt!

Jouw studiejaar is opgedeeld in vier periodes van acht weken. In deze acht weken volg je twee vakken en neem je deel aan onderwijsgroepen of werkgroepen en colleges. Je sluit elk vak af met een tentamen. Daarnaast leer je het hele jaar praktijkgerichte vaardigheden in het vak Juridisch-Academische Vaardigheden.

Naast de contacturen op de universiteit (12 uur) is een groot deel van je week bestemd voor zelfstudie (28 uur).

Onderwijsgroep

In je verplichte onderwijsgroep volg je onderwijs aan de hand van Probleemgestuurd Leren. Met 13 medestudenten en onder begeleiding van een tutor bespreek je een probleem, analyseer je deze en werk je deze uit aan de hand van zelfstudie. Vanaf Bachelor 2 volg je onderwijs in grotere werkgroepen, maar ga je nog steeds zelf actief met de stof aan de slag. Je doet niet alleen juridische kennis op, maar ook sociale en praktische vaardigheden.   

Colleges

De colleges dienen ter aanvulling op de kennis die je hebt opgedaan in de onderwijsgroepen en werkgroepen. Je krijgt een overzicht over de structuur van het vak. Onderwerpen worden verdiepend aan je uitgelegd. Ook leg je verbanden met andere vakken en worden actualiteiten besproken. 

Tentamen

Na afloop van een periode van acht weken volgt een tentamenweek waarin je elk vak afsluit met een tentamen. 

Juridisch-Academische Vaardigheden

Tijdens Juridisch-Academische Vaardigheden leer je beroepsvaardigheden aan, zoals het schrijven van een juridische memo, het schrijven van processtukken en het mondeling voordragen van een pleidooi. Ook leer je digitale technologieën kritisch en verantwoord te gebruiken. Denk daarbij aan databases en AI. Bovendien komen onderzoeksvaardigheden naar voren.   

Bindend Studieadvies (BSA)

Als voltijdstudent moet je in het eerste jaar van inschrijving alle 60 EC (studiepunten) van het eerste bachelorjaar halen. Dit betekent dat je de vakken, na een eventuele herkansing, met minimaal een 5,5 moet afsluiten. Twee vakken mag je met een afgeronde 5 afsluiten, mits je tegenover deze cijfers minimaal een 7 hebt staan. Voldoe je niet aan deze norm, dan kan je jezelf de opvolgende drie jaar niet inschrijven voor een opleiding aan Erasmus School of Law. Met persoonlijke omstandigheden wordt rekening gehouden.

Compensatieregeling

In het eerste jaar van inschrijving mag je maximaal twee afgeronde vijven (4,5 of hoger) compenseren met andere behaalde cijfers voor tentamens van het eerste bachelorjaar. Wel moet dit aan het eind van het eerste jaar van inschrijving leiden tot een gemiddeld cijfer van tenminste een 6,0 (onafgerond) voor alle eerstejaarsvakken. 

Herkansingen

Als eerstejaars bachelorstudent mag je een aantal hertentamens per studiejaar afleggen. De hertentamens van de vakken uit periode 1 van het eerste bachelorjaar vinden plaats in januari. De hertentamens van de periodes 2, 3 en 4 uit het eerste bachelorjaar vinden plaats eind juni / begin juli. 

De voertaal binnen de opleiding is overwegend Nederlands, met uitzondering van een aantal specifieke vakken die in het Engels worden gegeven.

Inleiding rechtswetenschap 

Inleiding rechtswetenschap geeft je een algemene, brede kennismaking met het recht en de bestudering daarvan, de rechtswetenschap. Welke rechtsgebieden zijn er? Welke rechtsbronnen? Mag de rechter afwijken van de letterlijke tekst van de wet? Welke rol spelen beginselen en gewoonterecht? Antwoorden op deze en andere vragen hangen mede af van de ideeën die men heeft over hoe het recht zou moeten zijn. Ook is van belang hoe men kijkt naar de verhouding tussen rechtspraak, wetgeving en bestuur. We besteden dan ook aandacht aan zowel het rechtssysteem als aan de theoretische, filosofische en historische context van het recht en de rechtswetenschap. Het uitgangspunt is dat u als student basiskennis over het recht en de verschillende benaderingen van het recht verwerft. 

Inleiding privaatrecht

Privaatrecht betreft regels omtrent de rechtsbetrekkingen tussen personen onderling. Het privaatrecht kent veel deelgebieden. In dit vak zullen het verbintenissenrecht en het goederenrecht centraal staan. Het doel van dit vak is primair om voldoende basiskennis op te doen van het privaatrecht, zodat een stevige basis is gelegd voor de vakken Verbintenissenrecht en Goederenrecht in jaar 2. 

Inleiding staats- en bestuursrecht

In het vak inleiding staats- en bestuursrecht leg je de focus op de rechtsverhouding tussen de burger en de overheid. Voordat daadwerkelijk kan worden ingezoomd op de relatie tussen de burger en de overheid moet eerst verdiepende kennis omtrent de overheid worden opgedaan. Wat is de overheid precies en hoe is zij georganiseerd? Wie behoren er tot de overheid? Wat doen de verschillende instanties die tot de overheid behoren en aan welke regels moeten zij zich houden? Wat mag de overheid en wat mag zij juist niet? Als deze vragen zijn beantwoord, wordt de relatie tussen de burger en de overheid nader bestudeerd. 

Inleiding strafrecht

Het vak Inleiding strafrecht is het eerste vak van de drie verplichte vakken strafrecht in de bachelorfase. Het vormt de inleiding op de vakken Formeel strafrecht en Materieel strafrecht. Het gaat in dit vak dus om de grote lijnen, waarmee beoogd wordt een indruk te geven van wat ‘strafrecht’ inhoudt. Je zult (basis)kennis opdoen van zowel het strafrecht als het strafprocesrecht. De nadruk zal liggen op de juridische systematiek van beide rechtsterreinen en het feitelijk, maatschappelijk functioneren van het strafrecht in de samenleving. Daarbij zal ook aandacht zijn voor actuele vragen op dat terrein.

Introduction to International and European Union Law

The course Introduction to International and European Union Law provides an overview of the central themes and concepts within public international law and European Union law. It explains how and with what kind of instruments international and European Union law shape the international community. It also discusses the effect these areas of law have on the national community and on national legal systems.  

Empirical legal studies

Bij Empirical Legal Studies (ELS) bestudeer je het recht vanuit een empirisch perspectief. Het vak is niet gericht op het positieve recht, maar de wisselwerking tussen het recht en de samenleving staat centraal. Je stelt vragen als “Waar komt deze wet- en regelgeving vandaan?”, “In hoeverre wordt deze wet- en regelgeving nageleefd” en “Op welke wijze komt een rechter tot een uitspraak?”. Kortom: tijdens dit vak verschuift de belangstelling van law in the books naar law in action. Bij ELS worden sociologische, maar ook psychologische, antropologische en (in mindere mate) economische methoden en inzichten gebruikt om het recht te bestuderen. Je kijkt naar wat er van het recht terecht komt in de alledaagse maatschappelijke werkelijkheid. 

Inleiding fiscaal recht

De algemene doelstelling van het vak is om de student inzicht te laten verwerven in het belastingrecht en de samenhang met andere rechtsgebieden. Het vak biedt een systematische inleiding in het belastingrecht. De student krijgt inzicht in de structuur van de verschillende heffingswetten en maakt kennis met de specifieke denkwereld die aan het bestuderen en beoefenen van het belastingrecht eigen is.

Recht, economie en maatschappij

Waar mensen samenleven en goederen schaars zijn, ontstaan onvermijdelijk conflicten. Het recht biedt oplossingen voor deze conflicten. Rechten worden dus toegekend en plichten worden opgelegd omdat ze ergens toe dienen, omdat ze een functie vervullen. In R.E.M. bestudeer je het recht vanuit de functie van het verlagen van kosten voor de samenleving als geheel. 

R.E.M. dus gaat over de maatschappelijke rol van het recht, waarbij de verschillende rechtsgebieden worden gezien als onderdelen van een samenhangend geheel. Op deze manier beoogt het vak een ‘scharnier’ te vormen waarmee inzichtelijk wordt dat alle vakken uit het eerste bachelorjaar, alsmede uit de verdere rechtenstudie, met elkaar verbonden zijn. 

Het vak Juridisch-Academische Vaardigheden I staat in het teken van het aanleren van vaardigheden die een beginnend jurist moet beheersen. Deze vaardigheden zijn jouw toolbox als jurist. Ze stellen je in staat overtuigend te schrijven en spreken, zorgvuldig onderzoek te doen, en kritisch en verantwoord om te gaan met digitale bronnen en AI. Ze helpen je te communiceren, samen te werken en juridische vraagstukken op te lossen. In het vaardighedenonderwijs gaan we met elkaar aan de slag om deze vaardigheden te ontwikkelen. Ook werk je aan reflectie, het geven en ontvangen van feedback en het sturen van je eigen leerproces. 

European Union Law

This course aims to provide an understanding of the substantive law of the European Union, particularly the internal market and the four freedoms, the meaning of EU-citizenship, the system of legal protection within the European Union,the basics of economic integration and European Competition law.

Staatsrecht

Het staatsrecht is het recht dat overheidsambten instelt en aan deze ambten bevoegdheden toekent. Daarnaast regelt het staatsrecht de verhouding tussen de verschillende overheidsambten en de relatie tussen de overheid en de burger. Al deze onderwerpen komen in het vak Staatsrecht aan de orde. Daarmee bouwt het vak Staatsrecht voort op kennis die is opgedaan bij het vak Inleiding staats- en bestuursrecht. 

Verbintenissenrecht

Het vak Verbintenissenrecht bouwt voort op het vak Inleiding privaatrecht uit het eerste jaar; het vak biedt zowel een verdieping als een verbreding van de daar aangeboden stof. Verbintenissen komen voort uit contract of uit de wet. Het verbintenissenrecht omvat aldus het contractenrecht en het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht.  

Bestuursrecht

Bestuursrecht is het huis waar je woont, de straat waarop je loopt, de financiële zekerheid die de overheid je soms biedt, en zelfs de reden waarom je in dit land kan verblijven. Het bestuursrecht raakt, kortom, de kern van onze samenleving. Dat betekent ook dat het bestuursrecht over veel verschillende onderwerpen gaat, die geregeld zijn in tal van verschillende wetten. Deze onderwerpen delen echter ook een aantal gemeenschappelijke begrippen, bijvoorbeeld over het gebruik van bevoegdheden, besluiten, vormen van rechtsbescherming en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze gemeenschappelijke begrippen en hun samenhang worden het algemeen deel van het bestuursrecht genoemd; dit deel staat centraal in dit vak.  

Goederen- en insolventierecht

Het goederenrecht vormt samen met het verbintenissenrecht een van de twee pijlers van het vermogensrecht. Iedereen heeft te maken met goederenrecht, of het nu de vraag betreft wie eigendom van een gestolen fiets heeft of de vraag aan welke eisen een bank moet voldoen wil zij bewerkstelligen dat zij een geldig pandrecht krijgt op de handelsvorderingen van haar debiteur. Het goederenrecht is daarnaast onlosmakelijk verbonden met het insolventierecht. Denk aan vragen als, moet de curator van de dief van bovengenoemde gestolen fiets deze fiets ook in faillissement teruggeven, of moet de fiets juist ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers worden verkocht? En mag de bank, die een geldig pandrecht op de handelsvorderingen van haar debiteur heeft verkregen, haar vordering in faillissement verrekenen? Dat en meer komt aan bod tijdens het vak Goederen- en insolventierecht.

Formeel strafrecht

In het vak formeel strafrecht doe je basiskennis op van het formele strafrecht, mede in Europees verband, met als doel op praktisch niveau om te kunnen gaan met de Nederlandse procesregels vanuit het perspectief van de diverse procesdeelnemers. De inhoud van dit vak bouwt voort op de onderwerpen die in Inleiding strafrecht reeds aan de orde zijn geweest. Het strafprocesrecht staat daarbij centraal. Het (formele) strafprocesrecht omvat de regels wanneer, hoe en onder welke voorwaarden de diverse bij de strafrechtspleging betrokken organen mogen optreden vanaf het tijdstip dat een strafbaar feit is gepleegd, in georganiseerd verband is beraamd of er sprake is van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf tot en met de onherroepelijke afdoening van een strafzaak door de strafrechter.

Burgerlijk procesrecht

Burgerlijk procesrecht is als het ware het sluitstuk van het materiële privaatrecht. Hier komen civielrechtelijke ’vakken als het goederen- en verbintenissenrecht, samen bij het bestuderen van de wijze waarop een partij haar geschil aan de overheidsrechter kan voorleggen en hoe zij een uitspraak van de rechter ten uitvoer kan leggen. Het materiële recht dient dus als basis voor de bestudering van het burgerlijk procesrecht.  

Materieel strafrecht

Het vak Materieel strafrecht borduurt voort op eerstejaars vak Inleiding strafrecht. In het onderhavige vak wordt dieper ingegaan op het materiële strafrecht. Het overkoepelende thema van het vak betreft ‘strafrechtelijke aansprakelijkheid’. Het vraagstuk wie, wanneer en waarvoor strafrechtelijk aansprakelijk is, valt uiteen in verschillende leerstukken zoals schuld, poging, deelneming en strafuitsluitingsgronden. 

In het vak Juridisch-Academische Vaardigheden II zal worden voortgebouwd op wat in jaar 1 is geleerd. Verschillende juridische en academische vaardigheden zullen verder uitgediept worden.

Minor

Geef kleur aan je opleiding met een minor! Aan het begin van je derde bachelorjaar is er ruimte om een keuzevak te volgen. Ga jij je horizon verbreden of ga je juist specialiseren binnen je eigen vakgebied? Waar je ook voor kiest, minor = more!

Public International Law

The focus of the Public International Law course falls on the structure of international law, how that structure manifests itself in particular core regimes of international law such as the law of treaties, the law of state responsibility, the law on the use of force, human rights law, law of immunities, international criminal law, international economic law and dispute settlement – and also, briefly, how the structure of the international legal order is changing, and why. 

Rechtsfilosofie

Het overkoepelende thema van dit vak is ‘recht, staat en samenleving’. Onderwerpen die onder andere aan bod zullen komen zijn de belangrijkste ethische theorieën (utilisme, kantiaanse plichtethiek en deugdenethiek) en juridische beroepsethiek, globaal rechtspluralisme, klassieke en moderne theorieën van het sociaal contract, rechtsstaat & grondrechten, democratie, maatschappelijk onrecht, het debat over legal moralism, strafrechtstheorieën en het debat over universalisme en relativisme. De relevantie van de vaak abstracte theorieën zal inzichtelijk worden gemaakt door middel van terugkoppeling naar actuele casus. 

Recht & Bedrijf

Het vak bestaat uit twee delen. In het eerste deel van het vak – duurt tien weken – komt de basis van de rechtsgebieden aan bod. Op deze manier leer je de kern van ieder rechtsgebied. 
 
In het tweede deel van het vak – duur vijf weken – verdiep jij je in een rechtsgebied naar keuze. De studenten kiezen voor een aan het gekozen rechtsgebied gekoppelde bedrijf. Je gaat vervolgens groepsmatig en zelfstandig aan de slag om op projectmatige wijze de projectdossiers uit te werken en de bedrijven te voorzien van advies. Jij hebt daarbij de rol van juridisch specialisten/junior advocaten van een advocatenkantoor die het bedrijf van advies moet voorzien en worden ‘begeleid’ door hun patroon (docent). De adviezen worden door de studenten gepresenteerd aan het betreffende bedrijf. Je leert daarmee de stof toe te passen in de praktijk en samen te werken. Ook zal het verband tussen de verschillende rechtsgebieden aan de orde komen in de projectdossiers. Zo kan een rechtsregel in het ene domein een knelpunt vormen voor het andere domein (denk aan bescherming van werknemers versus vrijheid van ondernemerschap).

In het vak Juridisch-Academische Vaardigheden III zullen de geleerde vaardigheden verder verdiept worden. Bij dit vak schrijf je onder meer je bachelorwerkstuk binnen een gekozen rechtsgebied. 

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen