Kennis is niet alleen iets van de wetenschappelijke wereld, stelt filosoof Liesbeth Noordegraaf-Eelens

Liesbeth Noordegraaf-Eelens is econoom, universitair hoofddocent filosofie en Lector Transdisciplinary Education Innovation aan Codarts en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze nam op 10 september jl. deel aan het Arminius debat over de ingewikkelde rol van academische kennis in het publieke domein. Ze pleit voor en bescheiden houding, juist als je echt iets wilt bereiken: “Ik denk dat een kritische blik van groot belang is voor een universiteit die impact wil creëren.”

“Ik hoorde deze week dat ik de Umbra Erasmi penning krijg, die krijg je als je 25 jaar in dienst bent!” Als student-assistent is ze begonnen bij economie, nu werkt ze bij filosofie. Eén dag per week is ze lid van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving: “Ik zit daar als filosoof. Hoe kun je problemen naar een hoger abstractieniveau halen en daardoor verschillen kleiner maken?”

Waar werkt u momenteel aan?
“De afgelopen jaren ben ik veel bezig geweest met het Rotterdam Arts & Science Lab (RASL), een samenwerking tussen de universiteit, de Willem de Kooning Academie en Codarts. We hadden al een Double Degree programma maar zijn nu een onderwijsvernieuwings- en een onderzoeksprogramma aan het opzetten. Omdat we denken dat als je kennis vanuit kunst en wetenschap samenvoegt, dat je andere perspectieven kunt werpen op maatschappelijke vraagstukken.”

Wat voegt kunst toe aan academische kennis?
“Academische disciplines zijn erg methode-gedreven. In kunst wordt niet gewerkt met herhaling, maar met nieuwe dingen opbouwen. Het principe in kunst dat je een geheel nieuw proces gaat vormgeven, kan interessant zijn voor de wetenschap. We noemen het nu: transdisciplinair werken. Je begint vanuit disciplines, maar we gaan iets opbouwen en laten die disciplines achter ons.”

“Het principe in kunst dat je een nieuw proces gaat maken en vormgeven, kan interessant zijn voor de wetenschap.”

Hoe ziet dat eruit in de praktijk?
“Het is nog spannend, we zijn een paar weken geleden begonnen met een nieuwe minor. Op onderzoeksgebied is een promovenda aan de slag met de rol van kunstvormen in academisch onderwijs, een andere promovenda kijkt naar de inclusie van kwetsbare groepen als bron van kennis, en een derde promovendus kijkt naar de beoordeling van transdisciplinaire onderwijspraktijken.”

Zoekt u de grenzen op van het wetenschappelijke?
“Ja. Ik wil niet zeggen: de wetenschappelijke methodes gooien we weg. Maar wel: kennis is niét alleen iets van de wetenschappelijke wereld.
Het promotietraject over kwetsbare groepen wordt uitgevoerd door een promovenda met een opleiding in de kunsten en de wetenschappen. We willen onderzoeken of dat te combineren valt: een promotie met kunst. Het is een experiment, in feite, omdat het door institutionele kaders heen gaat.”

Is uw antwoord op de vraag hoe we academische kennis aan de man kunnen brengen: we moeten door kaders of disciplines heen?
“Door kaders heengaan is van belang omdat het andere kennis oplevert. In veel wetenschappelijke onderzoeken moet het onderwerp vaak in de methode passen, anders wordt het onderzoek niet als kennisbron gezien: dat is een begrijpelijk maar uitsluitend mechanisme. We willen iets zinnigs zeggen over complexe problemen, die uniek zijn, die zich niet zullen herhalen.”

Hoe, denkt u?
“Door de klassieke methodes uit te breiden met meer complexe methodes. Nu werkt het zo dat je het gebruik van een statistische methode eigenlijk niet hoeft te verantwoorden, de methode heeft zichzelf al bewezen. Als je een eigen methode gaat ontwikkelen, moet je stap voor stap uitleggen waarom je bepaalde beslissingen maakt. We zullen meer methodes krijgen die maar één keer worden gebruikt maar wel goed uitgelegd zijn, en navolgbaar zijn. Zo zou je complexe onderwerpen die uniek zijn toch kunnen onderzoeken.”

“Onderzoek kan als een inspiratiebron dienen, niet als blauwdruk.”

Is het controversieel, stuit jullie project op weerstand?
“We hebben een grote Europese beurs om de transdisciplinaire minor die we nu aanbieden met de RASL en vier Europese partners aan te bieden en te onderzoeken. We gaan niet zómaar experimenteren. Ik vind het belangrijk dat collega’s kritisch meekijken. We willen iets nieuws opbouwen, maar wel met respect voor de academische traditie waarin je verantwoording aflegt.”

Kijkt u altijd kritisch naar onderzoek?
“Ik vind dat belangrijk, ja. Als alleen mannen zijn gescand, kun je de uitslag dan toepassen op vrouwen? Psychologisch onderzoek wordt vaak gedaan op groepen studenten, die zijn hier makkelijk voorhanden, is dat toepasbaar op een gehele bevolking? Sterker nog: ik denk dat een kritische blik van groot belang is voor een universiteit die impact wil creëren. Als je impact wilt, moet je goed kijken: wie betrekken we bij ons onderzoek, en wie niet? Dat is iets heel anders dan kijken naar je publicaties of scores.”

Eigenlijk zegt u: om impact te hebben, moet je niet onderzoek doen en dat de wereld in gooien, maar zeg je liever: we hebben maar een kleine groep bekeken dus het geldt ook maar voor een kleine groep?
“Ja, ik ben voor bescheidenheid. Met draagvlak. We weten dit, we weten dit misschien nog niet. Als we onderzoek willen doen over Rotterdam Zuid, kunnen we dat niet zonder de mensen van Rotterdam Zuid. En de uitslag hiervan geldt misschien niet voor New York. Onderzoek kan als een inspiratiebron dienen, maar niet als blauwdruk.”

Universitair Hoofddocent
Faculteit
Erasmus School of Philosophy