Onderzoeksprojecten

In 2014 zijn de succesvolle N=N pilots opgevolgd door een vierjarig onderzoeksprogramma naar onderwijskwaliteit en studiesucces. Promovendi doen onderzoek in het kader van deze onderzoeksagenda. Onderzoeksvragen die aan bod komen betreffen onder andere de kwaliteit van het compensatoir toetsen en studiesucces in relatie tot kleinschalig en activerend onderwijs.

  • Leonor Gaitán

    Eerder onderzoek heeft aangetoond dat studeren in een internationale omgeving de interculturele communicatiecompetenties (ICC) van studenten kan verbeteren, hun wereldburgerschap kan ontwikkelen en uiteindelijk hun vermogen om succesvol te leven en te werken in een cultureel diverse samenleving kan vergroten. Het blijft echter onduidelijk welke voorwaarden bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling van ICC en mondiaal burgerschap, en welke processen dit kunnen belemmeren. Er kunnen verschillende factoren een rol spelen, zoals de culturele achtergrond van studenten, internationale ervaringen, motivaties en cursussen. Met haar PhD-project wil Leonor de universiteit helpen haar doelen te bereiken met betrekking tot internationaal onderwijs, en ook bijdragen aan het wetenschappelijk begrip van interculturele competentie en mondiaal burgerschap bij universitaire studies.

    Leonor behaalde in 2016 een bachelordiploma in psychologie aan de Universidad del Valle de Guatemala. Later behaalde ze in 2019 een Erasmus Mundus joint master in sociale en culturele psychologie (Global-MINDS) van ISCTE - Lisbon University Institute en de University of Oslo. Haar scriptie is gericht op de invloed van sociale media op de sociale identificatie en interculturele aanpassing van internationale studenten. Ze heeft sociale pedagogiek gestudeerd en heeft als onderzoeker mensenrechten in de noordelijke regio van Midden-Amerika gewerkt.

  • Judith Auer

    Mijn naam is Judith en ik kom oorspronkelijk uit Oostenrijk. Ik heb mijn bachelor onderwijskunde in Wenen afgerond en een semester in Oslo gestudeerd. Vervolgens heb ik mijn master aan de Erasmus Universiteit Rotterdam behaald. Tijdens mijn studie in Rotterdam voelde ik me erg welkom, genoot zo van de zee en was eindelijk in staat om de Nederlandse “g” uit te spreken, dus besloot ik om in Nederland te blijven. Ik begon mijn eerste fulltime baan eind 2018, als consultant bij het Learning Innovation Team bij de Rotterdam School of Management (RSM). Tijdens mijn studie en door middel van nevenonderzoeksprojecten heb ik ervaring opgedaan in academisch onderzoek en heb daar altijd veel plezier van gehad. Daarom ben ik erg blij dat ik de kans heb gekregen om mijn huidige functie als LI-consultant bij RSM te combineren met een parttime PhD-positie.

    Mijn PhD-project zal zich richten op vakevaluaties en meer specifiek op hoe je deze een geïntegreerd onderdeel kunt maken van onderwijsontwerp en docentprofessionalisering. Kwesties die verband houden met vakevaluaties, zoals lage respons, lage responskwaliteit, lage validiteit en betrouwbaarheid, vertekening, etc. zijn praktisch bekend bij het hoger onderwijs. Daarnaast worden deze problemen behandeld als onderzoeksthema's, vaak individueel en niet gecombineerd, waardoor een compleet overzicht ontbreekt van omstandigheden die vakevaluaties negatief beïnvloeden. Het doel van het doctoraatsproject is om bij te dragen aan zowel het onderzoek als de praktijk, door een model te introduceren dat kan helpen bij het identificeren en integreren van de dynamiek rond vakevaluaties en hiermee concrete oplossingen te bieden voor de hierboven genoemde vraagstukken.

    Contact:

    E-mail: auer@rsm.nl

    Telefoon: +31 (010) 408 9058

  • Pieter van Lamoen

    Lost in transition? Access and academic success of diverse students in higher education.

    Tijdens het eerste jaar in het hoger onderwijs stoppen relatief veel studenten met hun studie. Aan de Erasmus Universiteit (EUR) lag dit percentage in de periode 2014-2018 bijvoorbeeld tussen de 16 en 20 procent. Bovendien laat onderzoek zien dat dit percentage hoger is onder studenten die als eerste in hun familie gaan studeren, ook wel bekend als eerstegeneratiestudenten, en onder studenten met een migratieachtergrond. Dit zou kunnen komen doordat deze groepen meer moeilijkheden ondervinden tijdens de transitie naar het hoger onderwijs, een periode die door veel studenten als uitdagend wordt ervaren. Het is daarom belangrijk om een grondig begrip te ontwikkelen van de moeilijkheden die verschillende groepen studenten ondervinden tijdens de transitie naar het hoger onderwijs, en van de mogelijkheden om studenten te ondersteunen tijdens deze periode. Zo kan  studie-uitval worden voorkomen en wordt academisch succes positief beïnvloed.

    In zijn PhD-project doet Pieter daarom onderzoek naar barrières voor studiesucces voor eerstegeneratiestudenten en studenten met een migratieachtergrond in verschillende fasen van de transitie naar het hoger onderwijs. Hierbij kijkt hij onder andere of deelname aan een programma voorafgaand aan het eerste jaar aan de EUR (het ‘Pre-Academic Programme’) uitval onder diverse studenten tegengaat en of dit hun academisch succes positief beïnvloedt, hoe diverse sociale netwerken onder studenten kunnen bijdragen aan academisch succes, en wat de effecten zijn van de nieuw ingevoerde numerus fixus procedure bij de Psychologie Bachelor aan de EUR op de diversiteit binnen de studentenpopulatie. Hij werkt aan dit onderzoek bij het Department of Psychology, Education and Child Studies van de Erasmus School of Social and Behavioral Sciences.

  • Pictured: Job Hudig

    Job Hudig

    Onderzoek naar hoe een evidence-based goal-setting interventie de prestatiekloof in gender en etniciteit verkleint

    Een studie naar een online goal-setting interventie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam liet zien dat de studieprestaties onder 703 eerstejaars bedrijfskunde studenten van het interventiecohort met ruim 20 procent waren verbeterd ten opzichte van de drie controlecohorten daarvoor (Schippers, Scheepers & Peterson, 2015). De bevindingen toonden in het bijzonder aan dat de prestatiekloof tussen vrouwelijke en mannelijke studenten met 98 procent was gedicht na het eerste studiejaar en de prestatiekloof tussen westerse studenten en studenten met een migratieachtergrond met 93 procent was gereduceerd na het tweede studiejaar. Hoewel diverse mogelijke verklaringen zijn genoemd in de studies naar de interventie is er tot dusver geen definitief uitsluitsel gegeven over de oorzaak van het positieve interventie-effect op de studieprestaties en het verkleinen van beide prestatiekloven. Job’s onderzoek heeft daarom twee doelen: 1) een potentieel mechanisme van de goal-setting interventie achterhalen, en 2) uitzoeken waarom de interventie specifiek de prestatiekloven heeft verkleind. Om deze doelen te behalen, voert Job allereerst een studie uit waarin hij verschillende nieuwe typen motivatieprofielen van eerstejaars studenten exploreert. Vervolgens test hij zijn voorgestelde mechanisme van de interventie terwijl hij de ontwikkelingen binnen de gender- en etnische subgroepen nauwgezet volgt. Uiteindelijk zal hij op basis van de bevindingen die voortkomen uit zijn systematische aanpak beweringen doen over hoe de goal-setting interventie de prestatiekloven heeft kunnen verkleinen. Job werkt aan zijn onderzoek bij het Department of Psychology, Education and Child Studies van de Erasmus School of Social and Behavioral Sciences.

    M.C. Schippers, Ad Scheepers & J.B. Peterson (2015). A scalable goal-setting intervention closes both the gender and minority achievement gap. Palgrave Communications (online), 1, 15014. doi: 10.1057/palcomms.2015.14

     

Afgerond onderzoek

  • Pictured: Rob Kickert

    Rob Kickert

    Het effect van N=N op studieprestaties, motivatie en studentkenmerken

    Rob Kickert onderzoekt of studenten op uiteenlopende opleidingen onder N=N (Nominaal is Normaal) verschillen ten opzichte van studenten onder het oude, traditionele toetsingssysteem. Allereerst kunnen dit verschillen zijn in studieprestaties, zowel wat betreft de voortgang als qua behaalde cijfers. Daarnaast onderzoekt Kickert wat de verschillen zijn in motivatie en studeergedrag, om zodoende te doorgronden wat een wijziging van toetsingssysteem met de studenten doet. De belangrijkste vraag is daarbij of N=N studenten motiveert om harder en beter te studeren. Deze resultaten kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van leer- en toetsomgevingen die studenten optimaal in staat stellen om hun potentieel te tonen.