Wanneer ademhalen politiek wordt

Een pleidooi voor duurzame en rechtvaardige steden
ANP

Als mensen sterven, vanwege een wereldwijde pandemie, armoede of racistisch geweld, wat is dan de zin van grote vage woorden als ‘duurzaamheid’, ‘rechtvaardigheid’ en ‘transities’? In dit stuk betoogt Flor Avelino hoe en waarom de transitie naar duurzame en rechtvaardige steden een kwestie is van leven of dood, of dat in elk geval zou moeten zijn.

“Op ‘n dag laten ze ons nog betalen voor de lucht die we inademen” zei mijn moeder toen ik klein was. Ik weet nog wat een vreemd en onvoorstelbaar scenario ik dat vond. Toch denk ik regelmatig aan deze woorden terug, als ik zie hoe de wereld zich ontwikkelt en ik daarbinnen mijn onderzoek uitvoer naar macht in transities.

Dit jaar ga ik een nieuwe uitdaging aan als themaleider Duurzame & Rechtvaardige Steden binnen het Vital Cities & Citizen (VCC) initiatief van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Duurzame en rechtvaardige steden zijn steden die kwaliteit van leven en welzijn verhogen, de behoeftes van huidige en toekomstige generaties vervullen, rechtvaardigheid en gelijkheid mogelijk maken, en dat alles doen binnen de grenzen van de ecosystemen waar steden onderdeel van zijn (zie Vanesa Castán Broto and Linda Westman 2017). Hoewel geen enkele stad volledig aan deze criteria voldoet, zijn er ontelbare initiatieven en benaderingen die deze principes nastreven en daarmee hun steden (iets) duurzamer en rechtvaardiger maken.

Mijn benoeming als themaleider werd bevestigd vlak voor de Corona lockdown in maart, gevolgd door de mondiale protesten tegen racisme in mei en juni. Wekenlang voelde ik mij ontmoedigd om te communiceren over duurzame en rechtvaardige steden: als mensen sterven, vanwege een wereldwijde pandemie, armoede of racistisch geweld, of door overstromingen, droogte of bosbranden, wie geeft er dan nog om vage woorden als ‘duurzaamheid’, ‘rechtvaardigheid’, ‘transities’ en ‘stedelijke vitaliteit’? Maar tussen de ontmoediging door realiseerde ik ook meer dan ooit hoezeer rechtvaardige duurzaamheid een kwestie is van leven en dood, of dat in elk geval zou moeten zijn.

Steden en de politieke strijd over leven of dood

Samen met de andere leiders in het Vital Cities & Citizens team leerde ik het concept van ‘stedelijke vitaliteit’ waarderen en steden begrijpen als levende processen die fundamenteel verschillen van de mechanische wetten van natuurkunde of scheikunde. Vanuit die blik ben ik duurzame en rechtvaardige steden gaan bezien als nederzettingen die leven mogelijk maken – niet alleen huidig leven maar ook toekomstig leven, niet alleen van de mens, maar van alle levende wezens – en deze niet alleen in staat stellen om te overleven, maar ook om te gedijen en zich verder te ontplooien. Echter, omdat veel levende wezens overleven en gedijen ten koste van anderen, zijn onze steden inherent onderhevig aan een heftige, politieke machtsstrijd over leven en dood.

De Covid-19 pandemie heeft deze politieke strijd over leven en dood pijnlijk zichtbaar gemaakt. Dan heb ik het niet alleen over de moeilijke keuzes die artsen moesten maken in overvolle ziekenhuizen, of over de doodsstrijd tussen mens, dier en virus, maar ook over de manier waarop politici spraken over leven en dood in allerlei Covid-19 persconferenties. Bijvoorbeeld Andrew Cuomo, de gouverneur van de staat New York, die gedecideerd vast stelde dat je “niet het recht hebt om het leven van een ander op het spel te zetten” (6 April) en dat er “niks gaat boven de publieke gezondheidsrisico’s van andermans leven” (22 April). 

De vrijheid van de één mag niet gaan ten koste van andermans leven

Toen Cuomo gevraagd werd naar de economische ontberingen van hen die zonder inkomen zaten en niet naar hun werk konden, sprak hij de journalist streng toe over hoe er niks erger kon zijn dan dood gaan: “Economic hardship — yes, very bad — not death. Emotional stress, from being locked in a house — very bad, not death. Domestic violence on the increase? Very bad, not death. And the death of someone else. See, that’s what we have to factor into this equation. Yea, it’s your life, do whatever you want, but you’re now responsible for my life, you have a responsibility to me. It’s not just about you, you have a responsibility to me.” 

Ondertussen bij een persconferentie op 21 April in Nederland, kondigde Minister President Mark Rutte de verlenging van de Coronamaatregelen aan en zei hierbij letterlijk het volgende: "De vrijheid van de een mag niet ten koste gaan van de gezondheid van de ander”

Gangbare politici die normaal vooral een (neo)liberale economische logica volgden, leken nu over te gaan op een staatsdiscours over maatschappelijk solidariteit en levensbescherming, uitmondend in een onvoorstelbare onderbreking van de mondiale wereldeconomie. Politieke beslissingen die lange tijd onmogelijk leken in liberale democratieën als het ging over klimaatverandering, armoede of oorlog, werden nu plots gerechtvaardigd door (onze angst voor) een virus dat Covid-19 heet. Deze levensbeschermende uitspraken van politieke leiders werden instemmend toegejuicht door velen, waaronder ikzelf. Echter, hoezeer ik deze sociaal verantwoordelijke benaderingen van Covid-19 ook steun, het is bijna onmogelijk om niet ook de discrepantie op te merken, tussen enerzijds de levensethiek waar men zich op beroept in de Corona lockdown, en anderszins de verwaarlozing van menselijke levens op zoveel andere fronten.

Wie beslist er over leven en dood in Covid-19 en daarbuiten?

Wie beslist er over leven en dood, hoe, wanneer en tegen welke kosten? Deze vraag achtervolgt me sinds het begin van de Covid-19 pandemie en de daaropvolgende lockdown maatregelen. De surrealistisch lege straten in de anders bruisende stad van Amsterdam leken verstoken te zijn van leven, alles om dat kleine doch angstwekkende micro-organisme uit te hongeren voordat het ons kon doden. Soms werd ik bijna woedend als mensen de ecologische of persoonlijk voordelen van Covid-19 vierden, het uitlegden als een “zegen voor het milieu” of als de terechte wraak van de natuur. Tegelijkertijd kon ik het niet helpen om ook te genieten van de schone lucht, de stilte van het afwezige verkeer en de fluitende vogels. Nooit eerder ervaarde ik de lente en haar begin van nieuw leven zo vol en intens als dit jaar, en kon ik zo bewust aanschouwen hoe de blaadjes en bloesem ontluiken op balkons, in tuinen en parken om ons heen. Nog unieker was het fietsen door het centrum van Amsterdam, genietend van haar mooie architectuur zonder me te moeten banen door massa’s toeristen, wietdampen of naar de hoeren gapende dronken mannen.

Na bijna een decennium in Amsterdam te wonen, heeft de Corona lockdown als het ware mijn eerste échte kennismaking met de stad mogelijk gemaakt, zonder de verstorende afleiding van massatoerisme, overconsumptie, reizen en forenzen, door mijzelf of door anderen. Echter, deze ‘charmante’ momenten van de Corona semi-lockdown voor hoog bevoorrecht mensen zoals ikzelf, werden teniet gedaan zodra de politieke realiteit indaalde van hoezeer deze pandemie de bestaande ongelijkheden verergert in onze hopeloos onrechtvaardige en onduurzame steden.  

Black Lives Matters demonstratie in Amsterdam

Een voorbeeld van dergelijke ongelijkheid werd sprekend ten toon gesteld in Amsterdam op maandag 1 juni. Om 12:00 openden de restaurants en terrassen voor het eerst in 3 maanden hun deuren, en om 17:00 vond een #BlackLivesMatter antiracisme demonstratie plaats op de Dam. Het was alsof de stad explodeerde, met demonstranten, maar ook met mensen die kwamen drinken, eten, winkelen, bezichtigen en zonnebaden. Alsof de stedelijkheid in één dag drie maanden in te halen had na al die weken van bijna lege straten.

De Amsterdamse autoriteiten hadden 250-300 demonstranten verwacht in plaats van de 5000+ mensen die kwamen opdagen, waardoor het bijna onmogelijk werd om de verplichte 1,5 meter afstand te bewaren. Om een confrontatie tussen politie en demonstranten te voorkomen in een anderszins vreedzaam protest, besloot de burgemeester om de menigte niet te laten ontbinden, een besluit dat enerzijds door velen werd gesteund maar anderzijds nog feller bekritiseerd werd. Wat volgde was een driftig publiek debat dat een paar weken duurde.

Burgers uit het hele land spraken hun onvrede uit over het feit dat ze door de Coronamaatregelen de 2e Wereldoorlog niet hadden kunnen herdenken op de Dam, of de begrafenis van een grootouder niet hadden mogen bijwonen, terwijl de Black Lives Matter demonstranten nu wel massaal bij elkaar mochten komen. Politici over het gehele rechtse spectrum eisten het aftreden van Femke Halsema, Amsterdam’s eerste vrouwelijke GroenLinkse burgemeester, en dienden zelfs een motie van wantrouwen in. Juristen en journalisten debatteerden over het verschil tussen demonstreren als grondrecht versus het bijwonen van herdenkingsceremonies, en over hoe en wanneer de staat verwacht mag worden om haar zogenaamde monopolie op geweld in te zetten voor politionele interventie.  

Hoewel deze publieke debatten filosofisch fascinerend zijn, vond ik het ook pijnlijk om te aanschouwen hoe de selectieve verontwaardiging  onder de Nederlandse bevolking losbarstte en werd gericht op de Black Lives Matter demonstranten. Diezelfde dag werden lokale autoriteiten overal in Nederland overrompeld door de massa’s mensen in cafés, parken, winkels, boulevards, op terrassen en stranden. Terwijl de winkelaars, drinkers en zonnebaders werden ontzien, keerde de politieke verontwaardiging zich bijna volledig tegen de Black Lives Matters demonstranten en de Amsterdamse burgemeester. Zoals een vriend van mij, Daniël Schut, het scherp observeerde die dag: er schuilt een cynische ironie in als zwarte mensen veroordeeld worden voor het bijwonen van een antiracisme demonstratie, terwijl witte mensen vergoelijkt worden voor het massaal samenscholen op terrassen en stranden voor hun vermaak.

Ademnood

Sinds de Black Lives Matter demonstraties losbarstten te midden van de Covid-19 pandemie, heb ik mijn overpeinzingen over de politiek van leven en dood specifiek gericht op het meest mondaine dat er bestaat: ademhalen. Ik werd nauwlettend opmerkzaam voor elk teken van ademnood, die ik ineens overal zag, op kleine en op grote schaal, op het nieuws en in mijn eigen omgeving.

Ik zag het op de filmpjes van Coronapatiënten die naar adem snakten van achter hun beademingsapparatuur.

Ik zag het in mijn vader, een astmatische overlever van longkanker die ons liever niet in Amsterdam bezoekt vanwege de luchtvervuiling.

Ik zag het in de filmpjes van boze mensen die protesteren tegen de Coronamaatregelen, omdat ze voelen dat hun vrijheid wordt onderdrukt en dat de verplichte mondmaskers hen verstikt.

Ik zag het in de verhalen van mensen die maandenlang thuis vast zaten, met huisgenoten die constant zorg nodig hebben en/of huiselijk geweld plegen, zonder naar buiten te mogen voor frisse lucht.

We zagen het allemaal in hoe een zwarte man, George Floyd genaamd, gedood werd door een langzame verstikking onder de knie van een politieagent, terwijl hij smekend riep dat hij geen adem kreeg.

We zien het in de Corona mondmaskers die worden omgetoverd in “I can’t breathe” protesttekens bij Black Lives Matter demonstraties in steden over de hele wereld.

Klimaatverandering en luchtvervuiling

Ondertussen ontwikkelt ook de planeet die we bewonen zich tot een plek waar het systematisch steeds moeilijker ademhalen wordt. De tekenen zien we overal: in verwoestende overstromingen, droogtes en bosbranden, in toenemende temperaturen en stijgende zeespiegels. Zelfs als onze 4 miljard oude planeet ons niks kon schelen, noch het overleven van haar ecosystemen en alle levende soorten. Zelfs als we alleen zouden geven om het menselijke ras. Zelfs als we denken dat de schadelijke gevolgen van klimaatverandering te onvoorspelbaar en ver weg zijn om te bevatten. Zelfs als we ons alleen richten op zichtbaar en dreigend menselijk leed in het hier en nu, dan nog is het zo dat milieuschade ons dagelijks mensenlevens kost.  

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geeft aan dat een derde van de sterfgevallen aan beroertes, longkanker, hart en vaatziektes te wijten zijn aan luchtvervuiling en dat er “elke dag 93% van de kinderen ter wereld onder de 15 jaar (1,8 miljard kinderen) lucht inademtdie zo vervuild is dat hun gezondheid en ontwikkeling ernstig risico loopt. Een tragisch gegeven is dat velen van hen sterven: WHO schat dat er in 2016 600,000 kinderen stierven aan acute lagere luchtweginfecties ten gevolge van luchtvervuiling”.

Ecologische en sociale (on)rechtvaardigheid 

Wat het nog erger maakt, is dat deze sterfgevallen door luchtvervuiling geenszins gelijk verdeeld zijn, want zij die het meeste lijden onder luchtvervuiling zijn doorgaans niet diegenen die het veroorzaken. Economische, ecologische en raciale onrechtvaardigheid zijn nauw met elkaar verbonden. Luchtvervuiling is slechts één voorbeeld in een lange lijst van onrechtvaardigheden in onze steden en daarbuiten. Zoals keer op keer aangetoond door onderzoekers en recentelijk samengevat in een artikel over environmental (in)justice door Isabelle Anguelovski, Panagiota Kotsila en Helen Cole:  “lage inkomens en minderheden worden consequent blootgesteld aan meer milieuschade en hebben minder toegang tot ecologische voorzieningen, waardoor ze een lagere gezondheids- en levensverwachting hebben”.

Waar blijven de gedurfde uitspraken van onze nationale en stedelijke leiders als het gaat om deze levensbedreigende crises veroorzaakt door milieuschade, racisme en armoede? Wat als de uitspraak van onze minister-president, dat "de vrijheid van de een niet ten koste mag gaan van de gezondheid van de ander”, niet alleen zou gelden voor het verslaan van Corona maar ook voor het reguleren en belasten van industriële complexen zoals bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, luchtverkeer, farmaceutica, militaire diensten en reclame? Zou dat ons kunnen helpen waarborgen dat mensen in steden en andere gemeenschappen toegang krijgen tot basale levensvoorzieningen als huisvesting, voedsel, water, zorg, energie, transport, publieke ruimte en schone lucht?

Opkomen voor het recht op leven

Wellicht moeten we duurzame en rechtvaardige steden nadrukkelijk benaderen in termen van leven en dood. Niet alleen onze politieke leiders, maar ook wij als onderzoekers, docenten, activisten, ondernemers, betrokken burgers en kiezers. Misschien kunnen we meer solidariteit tonen voor elkaars maatschappelijke doelen door onze verontwaardiging en toewijding te delen voor het recht op leven, op dezelfde manier als we dit deden en doen in de Corona pandemie. Of je het nu hebt over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens of de 17 Sustainable Development Goals, over de gespecialiseerde conventies en topoverlegstructuren van de Verenigde Naties of de complexe parlementaire debatten, beleidsprogramma’s en onderliggende wetenschappelijke theorieën over duurzaamheid en rechtvaardigheid, uiteindelijk komt het allemaal neer op het recht op leven en de vraag wie er mag beslissen over leven en dood, hoe, wanneer en tegen welke kosten.

Gedurende de laatste maanden zijn velen van ons zich nog meer bewust geworden van hoe bevoorrecht we zijn, of het nu is omdat we gezond, rijk en/of wit zijn, geliefd worden, of simpelweg inkomenszekerheid en een dak boven ons hoofd hebben. Onlangs riep Johan Fretz iedereen die nog kan ademhalen op om hun mond open te doen en op te komen tegen racisme. Ik steun die oproep van harte, en doe daarbij ook een beroep op alle stadsmakers en denkers om op te komen voor het recht van alle huidige en toekomstige generaties om te kunnen wonen op een plek waar we kunnen overleven, gedijen en simpelweg ademhalen.

Verder lezen en/of acties

  1. "Environmental justice means racial justice", zeggen activisten: https://www.theguardian.com/environment/2020/jun/18/environmental-justice-means-racial-justice-say-activists
  2. The Lasting Impact of Covid-19 on Environmental Justice in Cities, by Isabelle Anguelovski, Panagiota Kotsila and Helen Cole, based on research presented at the UrbanA Open Webinar: COVID-19, Justice and Sustainability in Cities: https://medium.com/@bcnuej/the-lasting-impact-of-covid-19-on-environmental-justice-in-cities-8cc38b0a6c58
  3. Helen V. S. Cole , Isabelle Anguelovski , Francesc Baró , Melissa GarcíaLamarca , Panagiota Kotsila , Carmen Pérez del Pulgar , Galia Shokry & Margarita Triguero-Mas (2020): The COVID-19 pandemic: power and privilege, gentrification, and urban environmental justice in the global north, Cities & Health: https://doi.org/10.1080/23748834.2020.1785176
  4. More about urban environmental justice at the Green Inequalities blog of the Barcelona Lab for Urban Environmental Justice & Sustainability: http://www.bcnuej.org/green-inequalities/
  5. Extreme Heat During the COVID-19 Pandemic Amplifies Racial and Economic Inequities: https://www.americanprogress.org/issues/green/news/2020/06/29/486959/extreme-heat-covid-19-pandemic-amplifies-racial-economic-inequities/
  6. Equal Justice Initiative (EJI): https://eji.org/ [where you can also donate]
  7. African American history and the history of more than one billion people of African ancestry around the world: https://www.blackpast.org/
  8. It seems black lives don't matter quite so much, now that we've got to the hard bit, by Nesrine Malik: https://www.theguardian.com/commentisfree/2020/jul/06/black-lives-matter-protests-change-demands
  9. UrbanA project over duurzame & rechtvaardige steden: https://urban-arena.eu
  10. Wiki over duurzame & rechtvaardige steden: https://wiki.urban-arena.eu/

Over Vital Cities and Citizens

Met het Erasmus Initiative Vital Cities and Citizens wil de Erasmus Universiteit bijdragen aan de kwaliteit van leven in stedelijke gebieden. In vitale steden kunnen de inwoners hun levensdoelen bereiken door educatie, zinvol werk en deelname aan het publieke leven. De vitale stad is een platform voor creativiteit en diversiteit, een veilige ontmoetingsplaats voor verschillende sociale groepen. De betrokken onderzoekers focussen zich op een van de volgende subthema’s:

Onderzoeker
dr. Flor Avelino
Biography
Flor Avelino is themaleider binnen het Erasmus Initiative Vital Cities & Citizen (VCC). Ze werkt bij DRIFT als senior onderzoeker in de politiek van duurzaamheidstransities en sociale innovatie. Ze specialiseert in macht en empowerment theorieën, en is betrokken bij onderzoeksprojecten naar transformatieve sociale innovatie (TRANSIT), duurzame & rechtvaardige steden (UrbanA) en sociale innova
Contact
Britt Boeddha van Dongen MSc.