Beslissen

Als je alle tests hebt gemaakt en de oefeningen hebt doorlopen, heb je meer inzicht gekregen in:

-          voor jou belangrijke keuzefactoren
-          je studieprestatie/motivatie
-          je interesses
-          interessante sectoren en opleidingen
-          je leerstijl(en)
-          wat voor type persoon je bent en wat daar bij past
-          je competenties
-          je werkwaarden

Nu ben je bijna zo ver dat je een definitieve keuze kunt maken. Je gaat nogmaals na of alle informatie die je verzameld hebt, klopt bij het beeld dat jij voor jezelf hebt gemaakt. Mocht je nog twijfelen, dan kun je nog eens teruggaan naar de verkennings- en de verdiepingsfase.

Vergelijk de opleidingen die je nu op je lijstje hebt staan nog eens goed met elkaar aan de hand van onderstaande opdrachten, om uiteindelijk je definitieve beslissing te kunnen nemen.

Opdrachten

Ga direct naar:

T model

Dit model is een besluitvormingstechniek die je kunt gebruiken bij het maken van een keuze tussen twee of meer studies.

 

Studie A

Positieve aspecten

cijfer

Negatieve aspecten

cijfer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal:

 

Totaal:

 

negatief – positief =

 

 

Studie B

Positieve aspecten

cijfer

Negatieve aspecten

cijfer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal:

 

Totaal:

 

negatief – positief =

 

Stap 1:
Zet een van de studies bovenaan het model. Daaronder is ruimte om de positieve en de negatieve aspecten van de studie op te schrijven. Probeer daarbij aan alle aspecten te denken die met de studie te maken hebben, b.v. de inhoud (vakken), de zwaarte van de studie, de plaats van de universiteit of hogeschool, de sfeer op de opleiding etc..

Doe dit vervolgens ook met de tweede mogelijkheid.

Stap 2:
Wanneer dit van beide studies die je wilt vergelijken is gebeurd dan ga je kijken hoe belangrijk elk aspect is. Je kent aan elk aspect een cijfer toe. Je kunt een cijfer geven van 1 t/m 10. Het cijfer 10 geef je aan een aspect wanneer dat zeer zwaar telt en het cijfer 1 aan een aspect dat eigenlijk niet of nauwelijks belangrijk is, en verder natuurlijk alles wat daartussenin zit.

Stap 3:
Tel vervolgens alle punten van de kolom positief van de eerste studie op, daarna van de kolom negatief. Trek dan de uitslag van de negatieven af van de positieven. Daar komt een eindcijfer uit. Doe hetzelfde met de kolommen van de tweede studie. Deze twee eindcijfers kun je dan gaan vergelijken. De cijfers kunnen hoog zijn, laag zijn, zelfs onder nul zijn. Het verschil tussen deze twee cijfers zegt iets over welke van de twee studies je meer aanstaat. Maar belangrijker is eigenlijk dat je heel goed hebt nagedacht over alle aspecten die aan de studies vastzitten, zowel de positieve als de negatieve aspecten. En tevens dat je hebt nagedacht over hoe belangrijk bepaalde argumenten eigenlijk zijn.

Ter overweging:

- Bedenk ook dat wanneer je over een bepaalde studie alleen positieve aspecten kunt bedenken dat dit kan betekenen dat het óf een hele goede optie is, óf je wilt/kunt de negatieve aspecten (nog) niet zien. Onderzoek welke van de twee waar is.

- Bedenk ook dat niemand een studie 100% leuk vindt. Dat is niet realistisch. Er zijn altijd minder interessante onderdelen. Met 75-80% zit je ook goed. Vind je maar 50% leuk, denk dan nog even goed na of de keuze voor deze studie wel een verstandige is.

 

Kiezen met hart en hoofd

Vergelijk de opleidingen die je nu op je lijstje hebt staan nog eens goed met elkaar, om uiteindelijk je definitieve beslissing te kunnen nemen. Je wilt hierbij wellicht rekening houden met verschillende factoren: je wilt kiezen met zowel je hoofd als je hart.

Onderstaande tabel kan je hierbij gebruiken.

Belangrijke kenmerken

Wegingsfactor

Studie A

Studie B

Studie C

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 

Vul de opleidingen in die je nu nog op je lijstje hebt staan.

Geef in de linker kolom aan welke kenmerken van een opleiding je belangrijk vindt. Geef in de 2e kolom aan welke wegingsfactor je zelf toekent aan deze kenmerken.

Geef vervolgens iedere opleiding een cijfer per kenmerk en vermenigvuldig dit cijfer met de wegingsfactor. Bereken daarna de score per opleiding.

Voorbeeld:

Belangrijke kenmerken

Wegingsfactor

Studie A

Studie B

Studie C

Interessant

4

8(*4)

7(*4)

9(*4)

Past bij mijn kwaliteiten

3

6(*3)

6(*3)

4(*3)

Goed baanperspectief

2

4(*2)

8(*2)

7(*2)

Leuke stad

1

8(*1)

3(*1)

6(*1)

Totaal

 

66

65

68

 

Actieplan

Het doel van het opzetten van een actieplan met tijdsplanning is te komen tot stappen, waarmee je tot een definitieve keuze kunt komen. Ga voor jezelf na wat je nu nog nodig hebt om je keuze definitief te maken. Wat mis je nog? Moet je nog met iemand praten, mis je toch nog specifieke informatie over een opleiding of….? Noteer in het onderstaande schema waar je nog achteraan moet en welke acties je daarvoor gaat ondernemen, wat het gewenste resultaat is en wanneer je die acties gaat uitvoeren.

Schrijf gerichte plannen op, geen algemene ideeën.
Houd de plannen die je maakt realistisch en haalbaar, en vooral CONCREET.
En houd je dan vervolgens ook aan je plan.
Wanneer je je plan volledig hebt uitgevoerd en je bent nog niet in staat om een keuze te maken, dan stel je een nieuw actieplan op.

Wat heb je nog nodig om je definitieve keuze te maken?

Actie

Gewenst resultaat

Wanneer: datum/tijd