Oriënteren

In deze fase ga je op zoek naar informatie over studeren in het algemeen en over allerlei opleidingen die je zou kunnen gaan volgen. Maar voordat je daarmee begint, wil je weten welke motieven voor jou belangrijk zijn om te bepalen of, wat en waar je wilt gaan studeren.

Aan de slag!
Print je de opdrachten uit (PDF)
Vul je de opdrachtendigitaal in (Word)

Ga direct naar:

Andere belangrijke onderwerpen:

 

Welke factoren zijn van invloed geweest op je studiekeuzetwijfels?

Hier volgt een lijst met verschillende factoren die in meer of mindere mate van invloed kunnen zijn op jouw (on)tevredenheid / twijfel omtrent je studiekeuze. Geef aan of deze factoren wel of niet op jou van toepassing zijn.

 

Ja

Nee

Ik vind de opleiding te theoretisch 

 

 

Ik vind de opleiding te vaag 

 

 

Ik vind mijn vooropleiding onvoldoende 

 

 

Ik vind dat er te weinig colleges zijn 

 

 

Ik weet niet wat ik later kan met deze opleiding 

 

 

Ik heb moeite met concentratie tijdens colleges 

 

 

Ik denk dat deze opleiding te zwaar voor me is 

 

 

Ik heb weinig contact met medestudenten 

 

 

Mijn docenten liggen me niet zo 

 

 

Ik kan niet goed plannen 

 

 

Ik ben snel afgeleid 

 

 

Ik heb geen goede studiemethode 

 

 

Ik studeer niet efficiënt 

 

 

Ik kan mezelf niet voldoende motiveren 

 

 

Ik heb te weinig doorzettingsvermogen 

 

 

Ik had een andere verwachting van de opleiding 

 

 

Ik heb geen interesse in deze opleiding 

 

 

Ik twijfel aan mijn capaciteiten 

 

 

Ik ben erg gespannen voor een tentamen 

 

 

Ik voel me eenzaam binnen deze opleiding 

 

 

Ik ben gauw moe 

 

 

Mijn gemoedstoestand beïnvloed mijn studie 

 

 

Ik heb geen goede huisvesting 

 

 

Ik voel me onder druk staan door de studiefinanciering 

 

 

Ik voel me onder druk staan door de hoge verwachting van anderen 

 

 

Ik heb geen zin in het beroep waar deze opleiding voor opleidt 

 

 

 

Zijn er nog andere factoren die van invloed zijn op jouw mening over je huidige opleiding?
Noem ook een aantal positieve factoren van je huidige opleiding.

Bespreek de uitkomsten van bovenstaande opdracht met je ouders en vrienden en/of de studentendecaan/ loopbaanadviseur.

 

Wat vind jij belangrijk bij je studiekeuze?

Zoek je vooral een leuke studie of houd je er ook rekening mee dat je er later wel werk mee moet kunnen vinden? Ga je eerst op zoek naar een stad en dan pas naar een studie?

Er zijn veel redenen waarom je voor een bepaalde studie kunt kiezen. Die zijn voor iedereen weer anders.

Geef bij elke uitspraak aan hoe belangrijk dit punt voor jou is: 1 = heel onbelangrijk, 2 = onbelangrijk, 3 = neutraal, 4 = belangrijk, 5 = heel belangrijk.

1

De stad waar je gaat studeren 

1 2 3 4 5

2

Na je studie weinig kans op werkeloosheid 

1 2 3 4 5

3

Een moeilijke studie kiezen 

1 2 3 4 5

4

Het advies van je mentor, docent, studieadviseur of studentendecaan 

1 2 3 4 5

5

Na je studie werk krijgen dat aansluit bij jouw interesses 

1 2 3 4 5

6

De plaats waar de onderwijsinstelling gevestigd is 

1 2 3 4 5

7

De mening van je ouders 

1 2 3 4 5

8

Interessante vakken tijdens je studie 

1 2 3 4 5

9

De afstand tussen de plaats waar je gaat studeren en je huidige woonplaats 

1 2 3 4 5

10

Goede carrière mogelijkheden 

1 2 3 4 5

11

Een studie kiezen die een uitdaging voor je is 

1 2 3 4 5

12

Een baan krijgen die goed betaalt 

1 2 3 4 5

13

Een studie kiezen waar je hart naar uitgaat 

1 2 3 4 5

14

De hoogst haalbare opleiding volgen 

1 2 3 4 5

15

De mening van je vrienden 

1 2 3 4 5

16

De regio waar je gaat studeren 

1 2 3 4 5

17

De verwachting van je familie 

1 2 3 4 5

18

Met de studie veel kanten op kunnen 

1 2 3 4 5

19

Een studie kiezen het beste aansluit bij datgene wat je kunt 

1 2 3 4 5

20

Vooral iets gaan doen wat je leuk vindt 

1 2 3 4 5

 

Vul nu de onderstaande tabel in. De nummers in de kolom ‘vraagnummer’ corresponderen met de dikgedrukte nummers die bij de uitspraken hierboven staan. In de kolom ‘toegekende scores’ vul je de getallen in die je bij de uitspraken hebt gekozen. Nadat je de scores bij elkaar hebt opgeteld, noteer je ze in de kolom ‘totaal’. Vervolgens maak je hiervan een rangorde: de hoogste score krijgt een 1 en de laagste een 5.

Keuzemotief

Vraagnummer

Toegekende scores

Totaal

Rangorde

Interesse

5+8+13+20

..+..+..+..

 

 

Capaciteiten

3+11+14+19

..+..+..+..

 

 

Toekomstperspectief

2+10+12+18

..+..+..+..

 

 

Invloed van anderen

4+7+15+17

..+..+..+..

 

 

Locatie

1+6+9+16

..+..+..+..

 

 

 

Interesse
Als ‘interesse’ bij jou op 1 staat, dan laat je je bij de studiekeuze vooral leiden door je interesses. De studie vind je inhoudelijk interessant en ook de aansluitende beroepspraktijk wekken jouw interesse.

Capaciteiten
Als ‘capaciteiten’ bij jou op 1 staat, dan wil je alles uit jezelf halen en kies je een studie die daartoe de meeste mogelijkheden biedt.

Toekomstperspectief
Als ‘toekomstperspectief’ bij jou op 1 staat, dan geef je de voorkeur aan een studie met goede vooruitzichten. Een studie zie jij vooral als een goede investering in de toekomst.

Invloed van anderen
Als ‘invloed van anderen’ bij jou op 1 staat, dan speelt de mening van anderen een belangrijke rol voor jou. Je luistert naar de suggesties van anderen en laat hierdoor je keuze beïnvloeden.

Locatie
Als ‘locatie’ bij jou op 1 staat, dan is de plaats waar je gaat studeren erg belangrijk voor jou. In eerste instantie kies je uit waar je gaat studeren en dan ga je pas na wat daar mogelijk is.

 


Belangrijkste factoren waar je rekening mee moet houden

Noem de drie belangrijkste factoren waar je rekening mee moet houden bij een eventuele keuze voor een nieuwe opleiding (denk hierbij aan de uitkomst van de voorgaande tests en opdrachten).

1.

2.

3.

 

 

 


 

HBO of WO?

Past het wetenschappelijk onderwijs goed bij jou? Of is een HBO opleiding passender? Hieronder een lijstje met de belangrijkste verschillen tussen de twee hoger onderwijs vormen.

HBO

WO

Beroepsgericht

Wetenschappelijk gericht

Praktijkgericht (met opdrachten in de praktijk, zoals bij organisaties)

Theoretisch gericht (abstracte opdrachten waarbij je onderzoek doet)

Stage is verplicht

Stage is mogelijk

Je past de theorie gelijk toe in de praktijk

Je genereert nieuwe kennis

Competentiegericht leren

Vakgericht leren

Veel verschillende vakken

Minder vakken (maar meer verdieping)

Gemiddeld studietempo

Hoog studietempo

Veel groepsgewijs werken

Veel zelfstandig werken

Persoonlijke benadering

Minder persoonlijke benadering

Meer controle op huiswerk

Minder/geen controle op huiswerk

Je wordt opgeleid voor een uitvoerend beroep

Je wordt opgeleid voor een hogere functie met sneller promotiemogelijkheden

Helder beroepsbeeld

Geen helder beroepsbeeld

                                                               (bron: http://keuzesprong.nl/hbo/hbo-of-wo-wat-is-het-verschil/)


Wie ben ik?

Daarnaast is het belangrijk dat je stilstaat bij jezelf. Wie ben je? Wat kan je? Wat wil je?
De website studiekeuze123 biedt aan aantal goede tests aan:

Persoonlijkheidstest
Wat motiveert jou om goede studieprestaties te leveren
Wat bepaalt jouw studiekeuze
       

Hoe ver ben ik? 
Een handig hulpmiddel bij studiekeuze is de Oriëntatiemeter. Dit is een test die je laat zien hoe ver je bent in jouw studiekeuzeproces. Sta je nog aan het begin en heb je nog geen idee wat je wilt studeren? Of heb je al wat stappen gezet en al een richting gekozen? In welke fase je ook zit, er is altijd een aantal acties die je nog kunt ondernemen om ervoor te zorgen dat je een studie kiest die bij jou past. Aan het eind van deze test laat de Oriëntatiemeter zien in welke fase van het studiekeuzeproces je zit en welke vervolgstappen je nog kunt nemen.

Pas als je jezelf goed kent, kan je op zoek naar een opleiding. Welke opleidingen zijn er allemaal? Kijk alvast eens naar de EUR bachelors, op studiekeuze123 of op kiesjestudie.nl naar de HBO en WO studies in Nederland. Welke opleiding past bij jou? Wat lijkt je interessant?

Pas op voor de 3 S'en
Eén van de grootste valkuilen bij het kiezen van een studie is een irrelevante motivatie - ook wel de valkuil van de 3 S’en (Stad, Salaris en Status) genoemd. Bijvoorbeeld het imago van een studie of beroep (status), lekker dicht bij huis of een gezelligheidsvereniging (stad) of later veel geld kunnen verdienen (salaris). Andere valkuilen zijn: de studie gaan doen omdat een vriend(in) diezelfde studie gaat doen of al doet, familiedruk, wist niets beters. Hoe beter je voor je zelf een studiekeuze inhoudelijk kunt motiveren, hoe beter.