CEFR niveaus

In 2001 werd, na jarenlange studie, het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor de Talen gepubliceerd (in het Nederlands meestal CEF genoemd als afkorting van ‘Common European Framework’). In feite wordt er in dit kader aangegeven, op verschillende niveaus, hoe vaardig taalgebruikers zijn in de betreffende taal.

Beginnend taalgebruiker

A1 Doorbraak

A2 Tussenstap

Onafhankelijk taalgebruiker

B1 Drempel

B2 Uitzicht

Vaardig taalgebruiker

C1 Effectieve operationele vaardigheid

C2 Beheersing

Om je taalbeheersing met één compleet niveau te verbeteren, dien je bij het Language & Training Centre (LTC) doorgaans twee cursussen volgen. Voor niet-Europese talen geldt dat je meer cursussen moet volgen om van het ene naar het andere niveau te komen. Kijk voor meer informatie onder de betreffende taal.

  • Doorbraak staat voor basiskennis van de taal, bekende dagelijkse uitdrukkingen en eenvoudige zinnen.

    Gesprekken

    Je kunt een eenvoudig gesprek voeren, over bekende onderwerpen, als de gesprekspartner bereid is om langzaam te spreken, dingen te herhalen en je helpt bij het formuleren van wat je probeert te zeggen. Je kunt eenvoudige vragen stellen en beantwoorden over zeer vertrouwde onderwerpen. 

    Spreken

    Je kunt eenvoudige uitdrukkingen en zinnen gebruiken om je woonomgeving en de mensen die je kent, te beschrijven.

    Luisteren

    Je kunt bekende woorden en eenvoudige zinnen herkennen, die jezelf en jouw directe omgeving betreffen, mits men langzaam en duidelijk spreekt.

    Schrijven

    Je kunt een korte, eenvoudige briefkaart schrijven, bijvoorbeeld voor het versturen van vakantiegroeten. Je kunt persoonlijke gegevens op een formulier invullen.

    Lezen

    Je kunt bekende woorden en eenvoudige zinnen lezen en begrijpen, bijvoorbeeld in briefjes, op posters en catalogi.
  • Tussenstap staat voor veelgebruikte uitdrukkingen en kan gesprekken voeren over alledaagse zaken.

    Gesprekken

    Je kunt eenvoudige dialogen voeren, eenvoudige en directe informatie uitwisselen over vertrouwde onderwerpen en activiteiten. Je kunt korte sociale gesprekken voeren over familie en hobby’s, maar je begrijpt meestal niet genoeg om het gesprek zelf gaande te houden. Je kunt in eenvoudige bewoordingen vertellen over jouw familie, opleiding, woonplaats, huidige werkkring.

    Spreken

    Je kunt een reeks uitdrukkingen en zinnen gebruiken om in eenvoudige bewoordingen jouw familie en andere mensen, leefomstandigheden, je opleiding en je huidige of meest recente baan te beschrijven. 

    Luisteren

    Je kunt de meest voorkomende woorden en zinnen begrijpen die betrekking hebben op persoonlijke zaken (familie, boodschappen doen, werk). Je begrijpt de hoofdzaken in korte, duidelijke en eenvoudige berichten en aankondigingen. 

    Schrijven

    Je kunt een kort briefje of een korte notitie schrijven over dringende zaken. Je kunt een eenvoudige persoonlijke brief schrijven, bijvoorbeeld om iemand voor iets te bedanken. 

    Lezen

    Je kunt korte, eenvoudige teksten lezen. Je kunt specifieke, voorspelbare informatie halen uit eenvoudige teksten, zoals advertenties, menu’s, dienstregelingen.

    Je kunt korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen.
  • Drempel staat voor eigen mening geven en kan ervaringen, gebeurtenissen, dromen en verwachtingen beschrijven.

    Gesprekken

    Je kunt zich in de meest voorkomende situaties redden wanneer je in het land bent van de doeltaal. Je kunt onvoorbereid deelnemen aan gesprekken over vertrouwde onderwerpen en het dagelijkse leven (familie, hobby’s, werk, reizen, actuele gebeurtenissen). Je kunt zinnen op een eenvoudige manier met elkaar verbinden, zodat je ervaringen, gebeurtenissen, jouw dromen, hoop en ambities kunt beschrijven. Je kunt in het kort redenen en verklaringen geven voor jouw meningen en ideeën. Je kunt een verhaal vertellen, de plot van een boek of film en je mening erover geven.

    Spreken

    Je kunt uitingen op een simpele manier aan elkaar verbinden, zodat je ervaringen en gebeurtenissen, je dromen, verwachtingen en ambities kunt beschrijven. Je kunt in het kort redenen en verklaringen geven voor je meningen en plannen. Je kunt een verhaal vertellen of de plot van een boek of film weergeven en je reacties beschrijven.  

    Luisteren

    Je kunt de hoofdpunten begrijpen van een gesprek over persoonlijke zaken, familie, werk, school en vrije tijd. Je kunt de hoofdpunten begrijpen van radio- of tv-programma’s over actuele zaken die binnen je belangstellingsfeer liggen. Voorwaarde is dat men relatief langzaam en duidelijk spreekt. 

    Schrijven

    Je kunt eenvoudige teksten schrijven over onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn. Je kunt persoonlijke brieven schrijven waarin je jouw ervaringen of indrukken beschrijft. 

    Lezen

    Je kunt teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit zeer frequente, dagelijkse of aan werk gerelateerde taal. Je kunt de beschrijving van gebeurtenissen, gevoelens en wensen in persoonlijke brieven begrijpen.

  • Uitzicht staat de hoofdlijnen van complexe teksten begrijpen, kan duidelijke, gedetailleerde tekst produceren en kan spontaan aan een gesprek deelnemen.

    Gesprekken

    Je kunt op een vloeiende manier deelnemen aan gesprekken met moedertaalsprekers. Je kunt een actieve rol spelen in discussies over bekende thema’s en jouw mening geven. Je kunt een duidelijke, gedetailleerde beschrijving geven over een breed scala van onderwerpen gerelateerd aan jouw interessegebieden.

    Spreken

    Je kunt duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen presenteren over een breed scala van onderwerpen die betrekking hebben op uw interessegebied. Je kunt een standpunt over een actueel onderwerp verklaren en de voordelen en nadelen van diverse opties uiteenzetten. 

    Luisteren

    Je kunt een uitgebreide conversatie, lezing en complexe argumentatie volgen mits het onderwerp redelijk vertrouwd is. Je kunt op tv nieuws en actualiteitenprogramma’s begrijpen. je kunt het merendeel van de films in de standaardtaal begrijpen.  

    Schrijven

    Je kunt een duidelijke tekst schrijven over onderwerpen die u interesseren. Je kunt een essay of verslag schrijven, informatie doorgeven of een standpunt verdedigen.

    Je kunt brieven schrijven over persoonlijke ervaringen of gebeurtenissen. 

    Lezen

    Je kunt artikelen en verslagen begrijpen over actuele onderwerpen waarin de schrijver stelling neemt, of een standpunt verwoordt. Je kunt modern literair proza begrijpen. 
  • Effectieve operationele vaardigheid staat voor jezelf vloeiend uitdrukken en de taal flexibel en efficiënt gebruiken voor sociale, academische en professionele doeleinden.

    Gesprekken

    Je kunt zich vloeiend uitdrukken zonder al te veel te moeten zoeken naar uitdrukkingen. Je kunt de taal flexibel en effectief gebruiken op sociaal en professioneel gebied. Je kunt ideeën en meningen accuraat verwoorden en op een vaardige manier een bijdrage leveren aan een gesprek.

    Spreken

    Je kunt duidelijke, gedetailleerde beschrijvingen geven over complexe onderwerpen en daarbij subthema's integreren, specifieke standpunten ontwikkelen en het geheel afronden met een passende conclusie. 

    Luisteren

    Je begrijpt de meeste gesproken taal, ook als het niet goed gestructureerd is en wanneer verbanden impliciet zijn. Je kunt tv-programma’s en films zonder al te veel inspanning begrijpen. 

    Schrijven

    Je kunt uzelf middels duidelijk gestructureerde teksten uitdrukken en uitgebreid standpunten uiteenzetten. Je kunt in een brief, essay of verslag gedetailleerde uiteenzettingen geven over complexe onderwerpen. Je kunt diverse soorten teksten schrijven in een persoonlijke stijl, aangepast aan de lezer voor wie het bedoeld is. 

    Lezen

    Je kunt lange en complexe, zakelijke en literaire teksten begrijpen. Je kunt gespecialiseerde artikelen en uitvoerige technische instructies begrijpen, ook al hebben zij geen betrekking op jouw werkterrein. 
  • Beheersing staat voor zonder moeite alles kunnen begrijpen of lezen en kan zichzelf spontaan, zeer vloeiend, precies en genuanceerd uitdrukken, ook in meer complexe situaties. 

    Gesprekken

    Je hebt geen enkele moeite om deel te nemen aan wat voor gesprek dan ook.
    Je beheerst vaste uitdrukkingen en zegswijzen en kunt jezelf vloeiend uitdrukken.

    Je kunt nuanceverschillen in meningen weergeven en kunt eventuele problemen zodanig maskeren, dat ze niet opvallen. Je kunt een duidelijke beschrijving of argumentatie geven, passend bij de context en met een logische structuur nieuwe inzichten of aandachtspunten aan de orde brengen.

    Spreken

    Je kunt een duidelijke, goedlopende beschrijving of redenering presenteren in een stijl die past bij de context en in een doeltreffende logische structuur, zodat de toehoorder in staat is de belangrijke punten op te merken en te onthouden. 

    Luisteren

    Je hebt geen enkele moeite om wat voor soort gesproken taal dan ook te begrijpen.

    Het maakt niet uit of het gaat om direct contact of via media uitgezonden stukken tekst, mits je de tijd hebt om je vertrouwd te maken met het soort accent. 

    Schrijven

    Je kunt een duidelijke en goed lopende tekst schrijven. Je kunt complexe brieven, verslagen en artikelen met een logische structuur schrijven. 

    Lezen

    Je hebt geen enkele moeite om wat voor soort tekst dan ook te lezen: abstracte teksten, manuscripten, literatuur en specialistische artikelen.