Functiebeperkingen en voorzieningen

Studeren met een functiebeperking brengt wellicht een aantal uitdagingen met zich mee. Het is daarom belangrijk dat je zo snel mogelijk een afspraak maakt bij je studieadviseur om te bespreken welke voorzieningen jij nodig hebt om goed aan de EUR te kunnen studeren. Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende functiebeperkingen met daarbij tips hoe mogelijke beperkingen kunnen ondervangen. Lees deze tips goed door voordat je een eerste gesprek hebt met je studieadviseur. Ze kunnen goed als startpunt worden gebruikt bij het in kaart brengen van jouw behoeftes. Mocht jij goede tips hebben die hieronder kunnen worden toegevoegd, laat het ons vooral weten (mail naar naar smf@eur.nl)!

  • Motorische functiebeperking kan betekenen dat de student last heeft van beperkingen aan het bewegingsapparaat, of dat er sprake is van een beperking bij het aansturen van het bewegingsapparaat. Deze functiebeperking kan zowel aangeboren (bijvoorbeeld door een spierziekte) of niet aangeboren zijn (bijvoorbeeld door een ongeluk). In sommige gevallen is een motorische functiebeperking zichtbaar, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. De beperkingen kunnen in intensiteit, oorzaak en vorm variëren. De beperking kan resulteren in een verminderde fysieke belastbaarheid maar ook een verminderde mentale belastbaarheid (bijvoorbeeld door vermoeidheid).

      • RSI
      • (Gedeeltelijke) invaliditeit door verlamming
      • Tremor
      • Ataxie
      • Spasticiteit
      • Athetose
      • Amputatie
      • Reumatische aandoeningen
      • Osteoporose
      • Scoliose
      • Hypotonie
      • Spierontstekingen
      • Een student heeft vaak moeite met zich te verplaatsen: Dit kan zijn omdat hij of zij weinig energie heeft, pijn heeft met lopen, of in een rolstoel zit. De toegankelijkheid van de campus, de gebouwen en onderwijsruimtes kunnen dus belemmeringen met zich meebrengen.
      • Toegankelijkheid van de liften: Het kan zijn dat de lift van een gebouw kapot is op het moment dat de student in kwestie college heeft. Hij of zij kan dan dus niet naar de goede verdieping, terwijl de student wel op de campus aanwezig is!
      • Als gevolg van slechte (fijne) motoriek:
        • Maken van aantekeningen, schriftelijke toetsen en opdrachten.
        • werken met computer/laptop
        • Uitvoeren van praktische activiteiten / practicum
      • Aandachts-/concentratieproblemen: De student kan moeite hebben om zich te focussen of om verschillende taken (vrijwel) tegelijkertijd te moeten uitvoeren.
      • Langdurig één ding doen (staan, zitten, bewegen) kan pijnlijk/moeilijk zijn.
      • Wisselende aanwezigheid tijdens colleges en werkgroepen vanwege pijnklachten en of verminderde belastbaarheid.
      • Ruim wat extra studietijd in bij het voorbereiden van colleges en het lezen van je literatuur. Deel de stof op in kleinere stukken zodat je tijd hebt om tussendoor de nieuwe informatie te verwerken en uit te rusten.
      • Maak een planning! Een planning kan heel handig zijn wanneer je studeert en verschillende ballen in de lucht moet houden. Plan ook rustmomenten en momenten om leuke dingen te doen in! Een planning hoort niet volgestampt te zitten met studiemomenten.
      • Plan altijd extra lege blokken in. Op dagen dat je je goed voelt, kan je deze gebruiken om vooruit te werken, op dagen dat het minder gaat kan je dan even bijtanken. Zo zorg je ervoor dat er minder leerstof tot het eind blijft liggen (tot wellicht een moment dat jij juist niet lekker bent).
      • Spreek een middag voor het nieuwe blok af met een studiegenoot. Ontdek samen de campus en onderzoek welke routes je het best kunt nemen van het ene gebouw naar het andere. Combineer het nuttige met het aangename en sluit af met een lunch of drankje.
      • Geef met groepsopdrachten duidelijk aan wat je wel en niet kunt. Zo kan er geen onenigheid ontstaan binnen de groep en kan jij al jouw energie in jouw deel stoppen.
      1. Voorzieningen en maatregelen.
        Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
      2. Workshops, trainingen
        Tijdens en na het studeren heb je veel verschillende vaardigheden nodig. Studentbegeleiding organiseren verschillende workshops. Kijk eens naar hun agenda.  
      3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur
        Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen.Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.
  • Auditieve stoornissen zijn stoornissen aan het gehoor. De stoornissen variëren in hun uitingsvorm. Vaak wordt er gelijk aan doofheid gedacht, maar dit hoeft lang niet altijd. Studenten met een auditieve beperking kunnen ook moeite hebben met het opvangen van hoge of lage tonen of ervaren veel pijn bij harde geluiden. De beperking is vaak niet zichtbaar, waardoor er in eerste instantie problemen kunnen ontstaan in de communicatie. De ander ziet namelijk niet direct dat hij/zij ergens rekening mee moet houden.

      • Doofheid
      • Slechthorendheid
      • Ziekte van Ménière
      • Tinnitus
      • Volgen van college: Het volgen van colleges kan lastig zijn. Studenten met een auditieve beperkingen horen soms niet alles wat de professor of studiegenoot vertelt. Wanneer dit wel lukt, kost dit zoveel energie dat het niet meer mogelijk is ook de PowerPoints te lezen. Studenten ontvangen dus niet alle informatie die de docenten via verschillende manieren zenden.
      • Spontane interactie: Colleges kunnen studenten voorbereiden waardoor hij/zij een beetje kan verwachten wat eraan komt. Het volgen van spontane interactie/leermomenten kan lastig zijn. De student is dan afhankelijk van de communicatievorm of hij/zij ook actief kan deelnemen aan het gesprek.
      • Studenten hebben diverse ondersteuning nodig om regulier onderwijs te volgen (bijvoorbeeld visuele ondersteuning of een gebarentolk).
      • Bereid de werkgroepen en colleges goed voor. Door al een beetje te weten welke onderwerpen er worden besproken, zal je merken dat het volgen van het onderwijs gemakkelijker gaat. Je zou aan je studieadviseur kunnen vragen of jullie afspraken met de docenten kunnen maken dat jij de PowerPoints voor het college krijgt, zodat je het verhaal beter kunt volgen.
      • Vraag aan studiegenoten of je aantekeningen kunt uitwisselen. Zo kun je controleren of je de belangrijkste onderwerpen uit het college hebt gehaald. (Zij kunnen ook gelijk hun eigen aantekeningen controleren, want ook zonder auditieve beperking mis je soms iets tijdens college).
      • Maak een planning. Een planning kan heel handig zijn wanneer je studeert en verschillende ballen in de lucht moet houden. Plan ook rustmomenten en momenten om leuke dingen te doen in! Een planning hoort niet volgestampt te zitten met studiemomenten.
      • Naast contact op nemen met een studieadviseur is het raadzaam om contact op te nemen met het UWV. Via het UWV kun je een vergoeding aanvragen voor een schrijf- en gebarentolk.
      1. Voorzieningen en maatregelen.
        Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
      2. Workshops, trainingen
        Tijdens en na het studeren heb je veel verschillende vaardigheden nodig. Studentbegeleiding organiseren verschillende workshops. Kijk eens naar hun agenda.
      3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur.
        Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen. Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.
  • Bij een visuele functiebeperking is er sprake van geen of beperkt zicht. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een oogziekte of van een ongeluk.

      • Blindheid
      • Beperkt gezichtsveld
      • Beperkt diepte inzicht
      • Beperkte kleurenwaarneming
      • Beperkt licht-donker aanpassing
      • Combinatie van bovenstaande beperkingen
      • Communicatieproblemen: Studenten met een visuele beperkingen missen soms non-verbale signalen of lichaamstaal tijdens het voeren van gesprekken. Zij kunnen informatie dus anders interpreteren.
      • Volgen van college: Het volgen van college kan lastig zijn. Studenten met een visuele beperkingen hebben moeite om de slides te lezen. Wanneer dit wel lukt, kost dit zoveel energie dat het niet meer mogelijk is ook te blijven luisteren naar het hoorcollege. Studenten ontvangen dus niet alle informatie die de professoren via verschillende manieren zenden.
      • Toegankelijkheid onderwijsmateriaal (de verplichte literatuur, maar ook aanvullende literatuur of materiaal dat nodig is tijdens het doen van onderzoek). Boeken zijn soms niet te lezen omdat er bijvoorbeeld een heel klein lettertype wordt gebruikt. Het gebruik van digitale boeken kan een uitkomst zijn, maar soms zijn deze lastig te verkrijgen. De studieadviseur kan met je meedenken welke opties er mogelijk zijn.
      • Lezen: Lezen gaat moeizamer en kost meer energie, hierdoor ligt het tempo lager.
      • Toe- en doorgankelijkheid van de campus, gebouwen en onderwijsruimtes.
      • Energieproblemen ten gevolge van de extra belasting die de beperking met zich meebrengt.
      • Ruim wat extra studietijd in bij het voorbereiden van colleges en het lezen van je literatuur. Deel de stof op in kleinere stukken zodat je tijd hebt om tussendoor de nieuwe informatie te verwerken en uit te rusten.
      • Spreek een middag voor het nieuwe blok af met een studiegenoot. Ontdek samen de campus en onderzoek welke routes je het best kunt nemen van het ene gebouw naar het andere. Combineer het nuttige met het aangename en sluit af met een lunch of drankje.
      • Geef met groepsopdrachten duidelijk aan wat je wel en niet kunt. Zo kan er geen onenigheid ontstaan binnen de groep en kan jij je energie op jouw deel richten.
      • Maak gebruik van de passend lezen service van bibliotheken, zo heb je toch toegang tot ruim 75.000 boeken! 
      1. Voorzieningen en maatregelen.
        Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
      2. Workshops, trainingen
        Tijdens en na het studeren heb je veel verschillende vaardigheden nodig. Studentbegeleiding organiseren verschillende workshops. Kijk eens naar hun agenda.
      3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur
        Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen. Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.
  • Onder het begrip chronische ziekte verstaan we alle ziektes die een chronisch verloop hebben. De bijbehorende beperkingen zijn afhankelijk van aard en ernst van de aandoeningen. Het is erg afhankelijk van de aandoening waar studenten tegen aanlopen. Over het algemeen hebben studenten met een chronische ziekte last van een verminderde belastbaarheid. Het volgen van onderwijs wordt soms als zeer vermoeiend ervaren, des te meer wanneer er consulten in het ziekenhuis en bijwerkingen van medicatie in het spel zijn.

      • Multiple Sclerose (MS)
      • Reuma
      • Fibromyalgie
      • Longziekten (zoals astma, COPD en cistic fibrosis).
      • Ziekte van Crohn
      • Diabetes
      • Aanwezigheid tijdens (verplichte) werkgroepen en colleges
      • Concentratie- en energieproblemen (al dan niet als gevolg van medicatie)
      • Verminderde belastbaarheid
      • Prikkels / omgevingsfactoren (allergieën, meubilair, rook)
      • Aanwezigheid van klachten is vaak onvoorspelbaar, wat plannen extra lastig maakt. Het werken in groepsverband kan dan ook lastig zijn.
      • Vooruit werken: Wanneer je chronisch ziek bent, gaat het de ene dag beter dan de andere. Probeer je goede dagen zo effectief mogelijk in te richten, maar overvraag jezelf niet. Door op tijd aan het voorbereiden van tentamens of opdrachten te beginnen, kan je ondervangen dat je de deadline niet haalt wanneer je plotseling ziek bent.
      • Houdt ruimte vrij voor leuke dingen. Wanneer je je goed voelt is het belangrijk om ook leuke dingen in te plannen. Leer je studiegenoten beter kennen tijdens een borrel bijvoorbeeld. (win-win situatie: Zo ga je met meer plezier naar de colleges en vraag je wellicht makkelijker hulp wanneer je ziek bent.)
      • Zorg voor een goede leeromgeving: Heb je rugklachten? Kijk kritisch naar de bureaustoel waar je op zit. Heb je allergieën? Onderzoek welke studieplek het meest stofvrij is. In een goede studieomgeving studeer je effectiever omdat je, je beter kunt concentreren.
      • Geef aan het begin van een groepsopdracht goed aan wat je wel en niet kunt. Maak een duidelijke taakverdeling. Probeer een taak op je te nemen waarbij je niet afhankelijk bent van de input van anderen. Zo kan je voorkomen dat jij jouw deel moet maken op een moment dat het net slechter gaat.
      1. Voorzieningen en maatregelen.
        Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
      2. Workshops, trainingen
        Tijdens en na het studeren heb je veel verschillende vaardigheden nodig. Studentbegeleiding organiseren verschillende workshops. Kijk eens naar hun agenda.
      3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur
        Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen. Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.
  • Er is een breed scala aan psychische aandoeningen. Sommige kenmerken zijn specifiek voor een bepaalde stoornis, andere komen vaker terug. Deze aandoeningen hebben gemeen dat ze kunnen leiden tot depressieve klachten, vermoeidheid en ernstige vormen van stress of angsten. Het kan zijn dat studenten met deze beperking moeite hebben met het leggen van nieuwe en onderhouden van contacten, samenwerken en het plannen en organiseren van activiteiten.

      • Depressie
      • Schizofrenie
      • Persoonlijkheidsstoornissen
      • Eetstoornissen
      • Angststoornis
      • Burn-out
      • Concentratieproblemen: Dit kan als ontstaan door de psychische beperking, een gevolg zijn van de slapeloosheid die vaak aan een psychische beperking is gekoppeld of een bijwerking van de medicatie zijn.
      • Als gevolg van slecht slapen en een verminderde belastbaarheid kunnen studenten prikkelbaarder zijn. Het kan zijn dat de stemming wisselt tijdens een onderwijsbijeenkomst, waarbij de student plotseling extreem vlak of juist expressief op een onderwerp reageert.
      • Uitstelgedrag kan ervoor zorgen dat studenten niet op tijd hun opdrachten af hebben, Doordat zij het overzicht kwijt zijn, is het voor hen ook lastig eerder aan de bel te trekken.
      • Groepsopdrachten kunnen moeilijk zijn door bovenstaande belemmeringen. Studenten hebben weinig energie, hebben moeite met deadlines en zijn soms prikkelbaar waardoor overleggen soms aanvallen worden ervaren.
      • Ruim wat extra studietijd in bij het voorbereiden van colleges en het lezen van je literatuur. Deel de stof op in kleinere stukken zodat je tijd hebt om tussendoor de nieuwe informatie te verwerken en uit te rusten.
      • Geef aan het begin van een groepsopdracht goed aan wat je wel en niet kunt. Maak een duidelijke taakverdeling. Probeer een taak op je te nemen waarbij je niet afhankelijk bent van de input van anderen. Zo kan je voorkomen dat jij jouw deel moet maken op een moment dat het net slechter gaat.
      • Breng ritme in je dagtaken. Structuur in je dagritme zorgt dat je minder energie hoeft te stoppen in het bedenken wat je volgende taak is, zodat je meer energie overhoudt om geconcentreerd aan een taak te werken.
      • Maak een realistische planning: Merk je dat je minder concentratie hebt en kost het volgen van onderwijs zoveel energie dat het onmogelijk is om daarnaast nog veel te studeren? Bekijk dan of er opties zijn om iets langer over je studie te doen, waardoor je meer ruimte hebt om te ademen. Het kan meer rust geven één vak per periode te volgen en deze wel te halen, dan twee vakken te volgen en geen van beide halen.
      • Hak grote opdrachten in kleinere stukken: Wanneer je minder energie en concentratie hebt, is het moeilijker om in één keer een grote taak af te ronden. Maak het jezelf makkelijker en verspreid de opdracht over een aantal dagen. Zorg dat je genoeg ontspanning inplant, zodat je kleinere periodes geconcentreerd aan het werk kan.
      1. Voorzieningen en maatregelen.
        Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
      2. Workshops, trainingen
        Tijdens en na het studeren heb je veel verschillende vaardigheden nodig. Studentbegeleiding organiseren verschillende workshops. Kijk eens naar hun agenda.
      3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur
        Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen. Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.
  • Omdat er veel verschillende leer- en ontwikkelstoornissen zijn, vind je hieronder een opsomming van de vier meest voorkomende. 

    • Er zijn diverse vormen van Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Autisme is een ontwikkelingsstoornis, waarbij de prikkel- en informatieverwerking in de hersenen is verstoord. De diagnose wordt gesteld door een GZ-psycholoog, psychotherapeut of psychiater. Vaak – maar niet altijd - ondervinden studenten met autisme moeilijkheden op de volgende drie gebieden:

      1. De verbale en non-verbale communicatie. Studenten leggen vaak de nadruk op feitelijke informatie en non-verbale signalen worden niet altijd opgemerkt. Studenten krijgen dus niet altijd de volledige boodschap mee. Zij pikken bijvoorbeeld sarcasme niet altijd op.
      2. Sociale interactie en sociale communicatie.
      3. Verbeeldings- en voorstellingsvermogen.
        • Verwerken van informatie (tijdens colleges) gaat langzamer/moeizamer. Sommige studenten vinden het lastig om hoofd- en bijzaken te onderscheiden en kunnen zich gemakkelijk in een detail verliezen.
        • Het halen van deadlines. Studenten met autisme kunnen meer moeite hebben met het onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. Zij kunnen dus moeite hebben met het op tijd inleveren van opdrachten, terwijl dit niet komt omdat zij niet actief de studiestof hebben bestudeerd.
        • Gestructureerd leven: Hierbij gaat het nier enkel op het plannen van de leerstof, maar ook het maken van een dagindeling, het inplannen van de reistijd etc. Studenten met autisme kunnen moeite hebben met het maken van een planning. Structuur geeft hen echter wel rust en is wel een hulpmiddel om minder snel overprikkeld te raken.
        • Groepsopdrachten: Studenten met autisme vinden het vaak lastig flexibel te reageren op onvoorziene omstandigheden. Daarnaast zijn het volgen van een planning en samenwerken ook vaak obstakels.
        • Actief meedoen in werkgroepen: Studenten met autisme hebben vaak moeite met het situaties zonder duidelijke structuur en nemen minder snel initiatief.
        • Regelen van praktische zaken rondom studeren. Studenten met autisme vinden het aanbrengen van structuur lastig. Hierdoor blijven ook zaken als ‘inschrijven voor herkansingen’ of ‘tijdig e-mail van docent’ lastig.
        • Concentratie (door overgevoeligheid voor prikkels en door denkpatronen).
        • Tijdens groepsopdrachten: Zorg dat er een duidelijke taakverdeling komt. Jij weet dan precies waar je voor verantwoordelijk bent. Reserveer ook wat extra tijd voor onvoorziene omstandigheden.
        • Studeer met een kookwekker. Spreek met jezelf af hoe lang je aan een opdracht mag werken en zet de wekker. De eerste keren zal je nog veel meer tijd nodig hebben om je taak af te ronden nadat de wekker is gegaan, maar je zal merken dat je de tijd steeds beter leert inschatten.
        • Bereid de hoorcolleges en werkgroepen goed voor. Wanneer jij al iets weet over het thema, zal je sneller de rode lijn van de docent ontdekken en kunnen volgen.
        • Gebruik een noise-blocker wanneer je aan het studeren bent. Door een koptelefoon op te zetten (zonder muziek) kun je je in alle rust op je studiewerk richten en verminder je het aantal afleidende prikkels.
        • Vraag aan studiegenoten of je aantekeningen kunt uitwisselen. Zo kun je controleren of je de belangrijkste onderwerpen uit het college hebt gehaald. (Zij kunnen ook gelijk hun eigen aantekeningen controleren, want ook zonder autisme mis je soms iets tijdens college).
        1. Voorzieningen en maatregelen.
          Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
        2. Workshops, trainingen
          Tijdens en na het studeren heb je veel verschillende vaardigheden nodig. Studentbegeleiding organiseren verschillende workshops. Kijk eens naar hun agenda. Daarnaast wordt  er twee keer per jaar wordt de workshop Studeren met Autisme Spectrum Stoornis (ASS) aangeboden door de afdeling studentbegeleiding.
        3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur
          Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen. 
          Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.
    • Bij AD(H)D is er sprake van aandacht en concentratieproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Bij ADD is er alleen sprake van aandacht- en concentratieproblemen. AD(H)D wordt vastgesteld door een psycholoog. Studenten met AD(H)D hebben moeite met het plannen en structuren van hun studiestof.

        • Studenten hebben moeite om zich te focussen en lang stil te zitten. Dit resulteert dat het voor deze studenten lastig is goed te luisteren tijdens colleges en toetsmomenten.
        • Overzicht houden en krijgen, het maken van planningen en het organiseren van groepsopdrachten.
        • Inschatten benodigde studietijd: hierdoor start de student vaak te laat, of is een student vaak langer bezig met zijn huiswerk dan verwacht door het gebrek aan concentratie.
        • Orde houden: Studenten met AD(H)D raken vaak opdrachten/spullen kwijt en vergeten deadlines op te schrijven en na te leven.
        • Medicijnen zijn niet altijd de oplossing voor alle problemen. Hoewel het gebruik van medicatie een deel van de klachten ondervangt, is het niet zaligmakend. Sommige klachten blijven in bepaalde mate aanwezig. Daarnaast kan het inregelen van de juiste medicatie ook gepaard gaan met extra problemen.
        • Studeer met een kookwekker. Spreek met jezelf af hoe lang je aan een opdracht mag werken en zet de wekker. De eerste keren zal je nog veel meer tijd nodig hebben om je taak af te ronden nadat de wekker is gegaan, maar je zal merken dat je de tijd steeds beter leert inschatten.
        • Bereid de hoorcolleges en werkgroepen goed voor. Wanneer jij al iets weet over het thema, zal je sneller de rode lijn van de docent ontdekken en kunnen volgen.
        • Gebruik een noise-blocker wanneer je aan het studeren bent. Door een koptelefoon op te zetten (zonder muziek) kun je je in alle rust op je studiewerk richten en verminder je het aantal afleidende prikkels.
        • Vraag een studiegenoot af en toe om hulp: Controleer de deadlines.
        • Ruim je spullen op een vaste plek op. Leg alle literatuur, opdrachten en andere losse papieren van een vak in één doos, zodat je het altijd terug kan vinden. Plaats op je computer/laptop ook alle formulieren in een mapje voor één vak in plaats alles in ‘mijn documenten’.
        • Vraag aan studiegenoten of je aantekeningen kunt uitwisselen. Zo kun je controleren of je de belangrijkste onderwerpen uit het college hebt gehaald. (Zij kunnen ook gelijk hun eigen aantekeningen controleren, want ook zonder AD(H)D mis je soms iets tijdens college).
        1. Voorzieningen en maatregelen.
          Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
        2. Workshops, trainingen
          Twee keer per jaar wordt de workshop Studeren met AD(H)D aangeboden.
        3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur
          Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen. Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.
    • Studenten met dyscalculie hebben ernstige en hardnekkige problemen met (het leren) rekenen. De precieze oorzaak voor dit probleem is niet bekend, maar het hangt niet samen met intelligentie of slecht onderwijs. De kans bestaat dat het erfelijk is en dat de stoornis een neurologische oorzaak heeft. Er zijn vele vormen van dyscalculie, de kenmerken kunnen daarom enorm verschillen. Een orthopedagoog of een GZ-psycholoog kan de stoornis vaststellen.

        • Studenten met dyscalculie hebben moeite met wiskundige activiteiten waar andere studenten moeten terugvallen op geautomatiseerde kennis en vaardigheden: (opvolgen van verschillende stappen in) complexe rekenprocedures, inschatten, hoofdrekenen en complexe opdrachten, 
        • Dit vertaalt zich ook in gebrek aan inzien van cijfermatige data en verbanden.
        • Moeite met interpreteren van ruimtelijke weergave van numerieke informatie.
        • Het volgen van stappenplannen of recepturen kan voor studenten extra moeilijk zijn. Dit betekent dus ook het uitvoeren van grote opdrachten waarbij een groot aantal deelvragen moeten worden beantwoord.
        • Het maken van toetsen binnen een bepaalde tijd. Studenten met dyscalculie kunnen minder goed een juiste tijdsinschatting maken.
           

         

        • Gebruik formule- en rekenkaarten tijdens het studeren. Zo help je je hersenen bij het volgen van bepaalde routes.
        • Maak je eigen stappenplannen: Zijn bovenstaande kaarten niet voldoende? En moet je procedures volgen of grote sommen oplossen? Maak samen met een studiegenoot een stappenplan. Wanneer je dit stappenplan uit je hoofd leert, kan je hem toepassen op je tentamen.
        • Gebruik een (sprekende) rekenmachine.
        • Studeer met een kookwekker. Spreek met jezelf af hoe lang je aan een opdracht mag werken en zet de wekker. De eerste keren zal je nog veel meer tijd nodig hebben om je taak af te ronden nadat de wekker is gegaan, maar je zal merken dat je de tijd steeds beter leert inschatten.

         

        1. Voorzieningen en maatregelen.
          Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
        2. Workshops, trainingen
          Tijdens en na het studeren heb je veel verschillende vaardigheden nodig. Studentbegeleiding organiseren verschillende workshops. Kijk eens naar hun agenda.
        3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur
          Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen. Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.
    • Dyslexie is een aandoening waardoor lezen, spellen en schrijven moeizaam gaat. Dit staat los van het intelligentieniveau van de student. De EUR heeft een Dyslexieprotocol opgesteld die de dyslexie verklaring van studenten toetst waarna vervolgens de voorzieningen kunnen worden toegekend.

        • Colleges volgen: Studenten met Dyslexie hebben meer energie en tijd nodig om de PowerPoint te lezen, het is voor hen dus lastig aantekeningen maken terwijl het verhaal verdergaat.
        • Bestuderen en eigen maken van grote hoeveelheden studiemateriaal.
        • Zelf structuren van nieuwe leerstof (antwoorden op vragen tijdens werkgroepen, of het volledig antwoorden van toetsvragen)
        • Nuances onderscheiden in meerkeuze vragen.
        • Correct lezen van de vraag en interpreteren van de opdracht.
        • Schriftelijke presentaties/opdrachten (rommelige structuur, verkeerde zinsverbanden, spelfouten)
        • Schriftelijke toetsen maken.
        • Engelstalige literatuur/onderwijs.
        • Maak gebruik van voorleessoftware. Vraag een textaid account aan via smf@eur.nl.
        • Bereid de hoorcolleges en werkgroepen goed voor. Wanneer jij al iets weet over het thema, zal je sneller de rode lijn van de docent ontdekken en kunnen volgen.
        • Vraag aan studiegenoten of je aantekeningen kunt uitwisselen. Zo kun je controleren of je de belangrijkste onderwerpen uit het college hebt gehaald. (Zij kunnen ook gelijk hun eigen aantekeningen controleren, want ook zonder Dyslexie mis je soms iets tijdens college).
        • Heb je een vak met Engelse literatuur? Lees eerst online over het onderwerp door Nederlandse artikelen te lezen. Wanneer je al iets over het onderwerp weet, gaat het Engels iets makkelijker.
        • Lees je geprinte literatuur met een pen/marker of iets anders naar keuze. Kleur wat je al gelezen hebt, zo raak je de draad niet kwijt.
        • Schrijf na elke paragraaf een samenvatting van twee zinnen op en benoem de moeilijke/nieuwe begrippen. Dit helpt je ook bij het voorbereiden op je tentamens: Je hebt al een samenvatting en begrippenlijst kant en klaar liggen!
        • Maak gebruik van de passend lezen service van bibliotheken, zo heb je toch toegang tot ruim 75.000 boeken! 
        1. Voorzieningen en maatregelen.
          Op dit moment moet je contact opnemen met je studieadviseur om te bespreken op welke voorzieningen en maatregelingen jij een beroep kunt doen. Binnenkort zal hier ook een overzicht worden geplaatst wat voor ondersteuning de EUR aanbiedt ter indicatie. Voorzieningen worden echter altijd per student aangewezen en de examencommissie zal dan ook beslissen voor welke voorzieningen jij in aanmerking komt.
        2. Workshops, trainingen
          Twee keer per jaar wordt de workshop Studeren met Dyslexie aangeboden.
        3. Psycholoog, studentdecaan, studieadviseur
          Op de EUR is er een divers team werkzaam om jou te helpen bij verschillende vragen. Voor zaken met betrekking tot je beperking is het belangrijk zo snel mogelijk contact op te nemen met je studieadviseur. Loop je tegen andere dingen aan, wil je bepaalde vaardigheden ontwikkelen of heb je vragen over je loopbaan? Kijk dan eens op de website van ons studentenbegeleidingsteam.