Curriculum

Klinische Technologie

De opleiding Klinische Technologie leidt op tot klinisch technoloog: een medisch-technisch professional die zijn of haar expertise inzet binnen een medisch behandelteam voor een optimale diagnose en behandeling van de patiënt. Hij of zij vergemakkelijkt de introductie van technologische vernieuwingen in de zorgsector en maakt het verschil in de gezondheidszorg van de toekomst. Als student leer je op een ingenieursmanier het menselijk lichaam en ziektes analyseren en leer je werken met complexe technologieën. 

Bekijk hier een overzicht van het curriculum 2020-2021. Voor meer informatie over de vakken, zie de studiegids van de TU Delft

Lijnonderwijs

Gedurende de bachelorfase krijgen studenten naast hun reguliere vakken ook lijnonderwijs.  Het doel van Klinische vaardigheden en professioneel gedrag (KVPG) is om studenten unieke vaardigheden bij te brengen zoals het afnemen van een anamnese en het toepassen van acute geneeskunde. Hierbij kunnen studenten zich door middel van observatie, ervaring en reflectie ontwikkelen tot een hoogwaardig medisch expert. Daarnaast leren studenten over woord, gedrag en uiterlijk om professionaliteit in hun gedrag te waarborgen.

Gedurende de bachelorfase krijgen studenten naast hun reguliere vakken ook lijnonderwijs. Academische vorming is een breed begrip wat we onderscheiden in drie onderdelen:

  1. wetenschappelijke vorming, gericht op uitvoering en interpretatie van medisch wetenschappelijk onderzoek
  2. algemene academische vorming, gericht op vaardigheden voor een academisch werk- en denkniveau, zoals structureren en analyseren van informatie, schrijfvaardigheid
  3. beroepsgebonden academische vorming, gericht op verbreding van vakkennis, zoals op gebied van filosofie en geschiedenis van geneeskunde en (medische) technologie.

Gezien de aard van het vak academische vorming is dit vak niet los te zien van de inhoud van andere vakken. Waar morgelijk zal inhoudelijk worden aangesloten op de thematiek die in dezelfde periode wordt aangeboden in andere vakken.

Periode 1

Systeembiologie vormt een stevige theoretische basis voor al het verdere medisch onderwijs. De student krijgt een diep begrip van de grondbeginselen van het functioneren van het menselijk organisme op cellulair en moleculair niveau.

In Wiskunde 1 leren studenten een aantal wiskundige basisbegrippen die het fundament vormen om wiskundige beschrijvingen en modellen op te kunnen stellen van bijvoorbeeld processen in het menselijk lichaam. Er wordt aandacht besteed aan analytische wiskundige beschrijvingen en oplosmethoden en aan het vereenvoudigen van complexe problemen via numerieke oplosmethoden.

Periode 2

Systeembiologie vormt een stevige theoretische basis voor al het verdere medisch onderwijs. De student krijgt een diep begrip van de grondbeginselen van het functioneren van het menselijk organisme op cellulair en moleculair niveau.

Na de basis uit Wiskunde 1 volgt een verdieping in Wiskunde 2. In dit vak maakt lineaire algebra zijn introductie en wordt de eerste aanzet gegeven voor gebruik van het rekenpakket Matlab. Dit programma zal in de loop van de studie veelvuldig worden gebruikt.

Periode 3

De student verwerft inzicht in de anatomie, fysiologie en functie van het spierskeletsysteem, waaronder botten, gewrichten, pezen en spieren. Het spierskeletsysteem is de steunpilaar van het lichaam en zorgt voor de beweging. Deze functies worden geïntroduceerd aan de hand van de elementaire aspecten van de biomechanica: statica (de leer van krachtenbalansen), kinematica (bewegingsleer) en dynamica (krachten in spieren en momenten rond de gewrichten). Daarnaast leert de student medische terminologie en hoe deze toe te passen.

Periode 4

De student verwerft inzicht in de anatomie, fysiologie en functie van het spijsverteringssysteem: mond, slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm, lever en alvleesklier. Het spijsverteringssysteem zorgt voor aanvoer van bouwstoffen, omzetting van brandstof in energie en afvoer van afvalstoffen. Deze processen worden ook bekeken vanuit een thermodynamisch oogpunt.

Vanuit de techniek zal aandacht worden besteed aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de diagnose met endoscopie, zoals bijvoorbeeld de endoscopische pil.

Periode 5

De student verwerft inzicht in de anatomie, fysiologie en functie van het zenuwstelsel en zintuigen, waaronder het oor en het evenwichtsorgaan. De zintuigen en het zenuwstelsel zijn de belangrijkste sensoren in het lichaam die informatie geven over de toestand van de wereld buiten het lichaam. De functies van deze ‘sensoren’ in de normale, gezonde situatie worden geïntroduceerd aan de hand van de elementaire aspecten van elektriciteit en beschreven met behulp van theoretische beschrijvingen van signalen, zoals impuls- en frequentieresponsie. Dit stelt de student in staat om differentiaalvergelijkingen door middel van verschillende methoden op te lossen.

De theorie is nodig voor begrip van verwerking en interpretatie van neurofysiologische technieken als EMG en EEG-signalen. Inzicht in de functie van de betreffende systemen wordt verder uitgediept aan de hand van sleutel voorbeelden en typisch daarbij behorende exemplarische ziektebeelden.

Periode 6

De student verwerft inzicht in de anatomie, fysiologie en functie van het bloedvormend- en het immuunsysteem. Naast het normale functioneren wordt ook de reactie op verstoringen van deze systemen bestudeerd. De nadruk ligt hierbij op het verkrijgen van inzicht in de pathogenese van ziektebeelden zoals leukemenie en immuundisfuncties. Tevens worden technologische aspecten van onderzoek, diagnose en therapie behandelt.

Periode 7

De student verwerft inzicht in de anatomie, fysiologie en functie van het cardiovasculaire en respiratoire systeem: hart en bloedvaten, londen en luchtwegen. Deze systemen zijn essentieel voor de instandhouding van het metabolisme in lichaamscellen. Studenten doen kennis op aan de hand van medische beeldvorming, diagnostische (meet)methoden en wiskundige modellen. Daarnaast worden biomedische instrumentatie en fysische principes van het meten aan bloed en uitademing behandeld. Aan de orde komen o.a. meting van bloeddruk, hartsag, en zuurstofsaturatie (pulse oxymeter).

Periode 8

De student verwerft inzicht in de anatomie, fysiologie en functie van het urogenitaal systeem, zoals nier, prostaat, blaas, urineleiders, baarmoeder, eierstokken, teelballen. De normale werking van de uitscheidings- en voortplantingsorganen wordt hiermee verbonden. Daarnaast krijgt de student de principes en basisbegrippen van de statistiek geïntroduceerd en maakt kennis met de belangrijkste statistische methoden en hun toepassingen in medisch onderzoek. Het accent wordt gelegd op de hypothesevorming en statistische analyse die gepresenteerd worden in studies uit de praktijk van de nefrologie, gynaecologie, en urologie.

Periode 1

In bachelorjaar 1 heeft de student op een basaal niveau kennis gemaakt met de zeven orgaansystemen en de medische beeldvorming daarvan. In deze periode worden de fysische principes die ten grondslag liggen aan de verschillende beeldvormende technieken uitgelegd en komt op geïntegreerde wijze de toepassing van deze technieken bij verschillende ziektebeelden aan de orde. Ook de gevaren van de toepassing van ioniserende straling en de mogelijkheden om deze gevaren te beheersen worden behandeld.

Periode 2

De student verwerft inzicht in de histologie, fysiologie en functie van het endocrien systeem. Het endocrien system speelt een belangrijke rol bij de regeling van de fysiologische processen in het menselijke lichaam. Aan de orde komen de endocriene assen en de bijbehorende hormonen en stofwisselingsprocessen. Daarnaast worden stoornissen in het endocriene systeem behandeld. Additionele regeltechnische begrippen worden geïntroduceerd om communicatie (door 'signalen') in de endocriene regelkring te doorgronden. Hierbij dienen Matlab en Simulink als belangrijk gereedschap voor de implementatie, simulatie en verificatie van dynamische modellen en regelsystemen. 

Periode 3

In Wiskunde 3 wordt de fundamentele technische kennis uitgebreid met de wiskundige en natuurkundige principes die ten grondslag liggen aan medische beeldvormende technieke gebaseerd op golven (licht en geluid). De beschrijving en het gedrag van golven staan daarom in dit college centraal.Het gedrag van golven wordt verklaard vanuit de natuurkundige basisprincipes, en er wordt zo veel mogelijk gerefereerd aan toepassingen in de medische diagnostiek.

Voor het berekenen en zichtbaar maken van golven en vectorvelden zal veelvuldig gebruik worden gemaakt van de softwarepakketten Matlab en Maple.

Periode 4

In de bachelorfase is de theoretische basis van het spierskeletsysteem en bijbehorende biomechanica gelegd. In jaar 2 wordt dit onderwerp uitgediept aan de hand van exemplarische ziektebeelden. De belastbaarheid van het spierskeletsysteem wordt gepresenteerd met het daarmee samenhangende ontstaan van beschadigingen. Het humaan materiaalgedrag wordt fysisch onderbouwd met behulp van de sterkteleer. Daarnaast leren studenten de behandeling van ziekten en trauma aan het spierskeletsysteem, zoals prothesiologie en preoperatieve planning.

Periode 5

In dit vak komen verschillende technieken naar voren om ziek weefsel te behandelen. Centrale pijlers hierbij zijn de kwaliteit van behandeling en het voorkomen van beschadiging aan gezond weefsel. Met de klassieke chirurgie als basis wordt opgebouwd naar geavanceerdere technieken zoals robotchirurgie. De fysische principes en technologie die nodig waren om deze operatietechnieken te ontwikkelen en te kunnen introduceren in de kliniek worden behandeld, alsmede de uitdagingen die nog moeten worden aangepakt.

In dit vak krijgt de student verdieping in signaaltheorie en medische statistiek door de introductie van stochastische modellen en willekeurige processen voor het beschrijven van systemen en signalen die niet deterministisch zijn. De stochastische modellen worden opgesteld op basis van de theorie over kansberekening. Eigenlijk is in werkelijkheid geen enkel signaal deterministisch van aard. Daarom is de in dit vak geïntroduceerde theorie een nuttige uitbreiding in het beschrijven en modelleren van systemen en signalen vanuit technische perspectief. 

Periode 6

In aansluiting op de basiskennis uit bachelorjaar 1, ligt nu de nadruk op enerzijds de elektrische eigenschappen van het hart en anderzijds de homeostase.

  • De elektrische aansturing van het hart wordt behandeld voor de gezonde en pathologische situatie (hartritmestoornissen, hartfalen) middels technische systeembeschrijving. Aan bod komen ook diagnostiek (zoals ECG-metingen) en behandelmethoden (zoals pacemakers). 
  • Homeostase is een proces op multi-orgaanlevel. De student leert hoe het organisme met behulp van circulatie, ventilatie en homeostase het milieu interieur handhaaft, welke compensaties optreden bij dreigend falen en wanneer er sprake is van decompensatie.

Periode 7

In dit ontwerpproject staat de synthese van technieken, instrumenten en apparaten centraal om tot een technische oplossing te komen voor een probleem dat voortkomt uit de klinische praktijk. Dit probleem kan van diagnostische, therapeutische of procedurele aard zijn, en vormt het kader waarin de student voor de eerste keer een ontwerpcyclus doorloopt. De opdracht wordt uitgevoerd in groepen van vier studenten.

Deze stage is een eerste beroepsmatige kennismaking van studenten met de medische zorg in de praktijk. De stage duurt drie weken en vindt plaats intra- en extramuraal: bijvoorbeeld op de afdeling radiologie of chirurgie; in een verpleeghuis of in een revalidatiecentrum. Tijdens deze stage staat professioneel gedrag centraal. De student komt heel direct in aanraking met artsen en patiënten en krijgt een indruk van verschillende aspecten van zijn/haar toekomstige werkveld. Door deze stage worden studenten zich bewust van hun verantwoordelijkheid als klinisch technoloog t.o.v. de zorgprofessionals en patiënten. 

Periode 8

Voortbouwend op de kennis uit bachelorjar 1 verwerft de student verder inzicht in het neurale en zintuiglijke systeem met kennis over exemplarische ziektebeelden, diagnostiek en behandeling. Het klinisch beeld wordt daarbij verder uitgebreid met de specialisaties oogheelkunde en revalidatiegeneeskunde.

Centraal staan de computerpractica waarin technische vaardigheden op het gebied van signaalanalyse wordt toegepast op klinische praktijkvoorbeelden. Hiermee leert de student in aanvulling op de wiskundige beschrijving van signalen, deze ook te meten, filteren, bewerken en interpreteren in het tijd- dan wel frequentiedomein.

Lijnonderwijs

Gedurende de bachelorfase krijgen studenten naast hun reguliere vakken ook lijnonderwijs.  Het doel van Klinische vaardigheden en professioneel gedrag (KVPG) is om studenten unieke vaardigheden bij te brengen zoals het afnemen van een anamnese en het toepassen van acute geneeskunde. Hierbij kunnen studenten zich door middel van observatie, ervaring en reflectie ontwikkelen tot een hoogwaardig medisch expert. Daarnaast leren studenten over woord, gedrag en uiterlijk om professionaliteit in hun gedrag te waarborgen.

In het eerste jaar heb je kennisgemaakt met medisch wetenschappelijke artikelen, het hebben van een kritische houding en toetsbare oordeelsvorming. In het tweede jaar bouwen we daar op voort door zelf een een 'onderzoeks-analyse' uit te voeren.

Studenten worden verdeeld over vier thema's:
1.    Interventie cardiologie
2.    Bewegingsapparaat
3.    Digitale operatie ondersteuning
4.    Revalidatie geneeskunde

Binnen ieder thema vormen de studenten groepen van 3 bij een bepaalde vraagstelling over dat thema. Deze vraagstelling wordt in de loop van het jaar uitgewerkt tot een systematisch review, dat tevens antwoord geeft op de vraagstelling.

Lijnonderwijs

Gedurende de bachelorfase krijgen studenten naast hun reguliere vakken ook lijnonderwijs.  Het doel van Klinische vaardigheden en professioneel gedrag (KVPG) is om studenten unieke vaardigheden bij te brengen zoals het afnemen van een anamnese en het toepassen van acute geneeskunde. Hierbij kunnen studenten zich door middel van observatie, ervaring en reflectie ontwikkelen tot een hoogwaardig medisch expert. Daarnaast leren studenten over woord, gedrag en uiterlijk om professionaliteit in hun gedrag te waarborgen.

In het derde jaar is academische vorming tweedelig (deel A en B) en richt zich op leren reflecteren op wetenschappelijk onderzoek en de producten van onderzoek. Het gaat erom een visie te ontwikkelen vanuit een breder perspectief, zowel wetenschapsfilosofisch (‘intern': validiteit) als maatschappelijk-ethisch (‘extern’: nut en acceptatie).

In deel A worden relevante onderwerpen en standpunten in groepen bediscussieerd. Deel B speelt een rol bij het Klinisch Technologisch Onderzoek (KTO) wat dient als afstudeerproject. Studenten scrhijven hiervoor een essay waarop ze reflecteren op hun KTO.

Periode 1 en 2

In de eerste twee periodes van bachelorjaar 3 is er ruimte voor een minor. Studenten kiezen zelf voor een verbredend of verdiepend programma aan een universiteit van hun voorkeur. Zie voor meer informatie de minorpagina van de EUR, TU Delft of Leiden Universiteit.

Periode 3

Dit blok borduurt voort op de opgedane kennis in periode 4 van bachelorjaar 1. De student verwerft kennis over exemplarische ziektebeelden van het spijsverteringsysteem, zoals maligniteiten en inflammatoire darmziekten. Ook krijgt de student de relevante diagnosemethoden voor de betreffende ziektebeelden aangereikt. Daarbij is het van belang om de moleculaire-, cellulaire- en histologische veranderingen tijdens ziekte te doorgronden. 

Aansluitend op het blok spijsvertering maakt de student een verdiepingstap in de optimalisatie van beeldvorming door de introductie van verschillende beeldanalysetechnieken. Basisprincipes van de algemene beeldverwerking zullen worden behandeld en begrippen als sampling van medische beelden passeren de revue. Ook aan bod komen elementaire beeldoperaties zoals filtering, beeldsegmentatie en medische visualisatie- en patroonherkenningsconcepten.

Periode 4

Dit vak bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over casuïstiek, dataverzameling op de IC en gebruik van deze data. Tijdens een bezoek aan de IC leren studenten over de werkwijze op de IC en wordt een patiënt bezocht. Aan de hand van verkregen data maakt de student zelf een reconstructie van het beloop van deze specifieke patiënt. In een tweede opdracht ligt de nadruk op artefact herkenning bij deze dataverzameling.

Het tweede deel van het vak gaat over modelleren en simuleren van het respiratoir systeem. De meeste patiënten op de IC worden ondersteund in hun ademhaling. De mechanica van het respiratoire systeem, gaswisseling en chemische veranderingen in het bloed vormen een complex fysiologisch systeem. De student verwerkt dit in een computermodel die de fysiologie van een patiënt benadert. Aan de hand van simulaties onderzoekt de student wat verschillende (patho-)fysiologische situaties voor gevolgen hebben.

Periode 5

Dit vak bestaat uit twee delen en richt zich op het domein van complexe diagnose-therapie-combinaties met focus op radiotherapie.  In het eerste deel doet de student kennis op over de technische, fysische en radiologische basis van radiotherapie. In het tweede deel werken studenten in groepsverband aan een medische vraagstelling van een behandelend arts. Hierbij wordt de individuele student uitgedaagd om opgedane vaardigheden toe te passen om een diagnose en/of behandelplan op te stellen voor een specifieke patiëntcasus.

Periode 6

In dit vak staan twee onderwerpen centraal:

  • Medische informatica

In dit onderwijs wordt ingegaan op de eigenschappen van medische gegevens en de meerwaarde van informatie/communicatie technologie. Van belang in het geneeskundig proces zijn het verkrijgen, analyseren en interpreteren van gegevens, alsmede het toepassen van kennis. Medische informatica is het wetenschappelijke veld met als doel deze informatie processen te verbeteren.

  • Organisatie van de zorg

In deze cursus wordt ingegaan op de wijze waarop het Nederlandse zorgsysteem werkt en hoe vastgesteld kan worden of er effectief en doelmatig te werk wordt gegaan.

Periode 7

Dit vak richt zich op een aantal basis technieken om genomische data te analyseren, van elementaire statistiek (vinden van relevante verschillen) en clusteren (data ordenen) tot classificeren (voorspellingen doen aan de hand van data). Ook wordt er aandacht besteed aan de verschillende high-throughput meettechnieken en de noodzakelijke voorbewerking van de data. Het belang hiervan komt voort uit de razendsnelle ontwikkelingen in de moleculaire biologie. Sequencing van volledige genomen en de mogelijkheid om RNA, eiwitten, metabolieten en hun interacties op grote schaal te meten brengen een revolutie teweeg in biologisch onderzoek en dientengevolge ook op de diagnostiek. Als gevolg van deze ontwikkelingen zal een toekomstig klinisch technoloog een stevige basis moeten hebben in relevante statistische en data analyse methoden. 

 

 

Periode 8

Studenten Klinische Technologie sluiten de BSc opleiding af met een klinisch-technologisch onderzoeksproject (KTO) waarin zij moeten laten zien dat zij de beginselen van het doen van wetenschappelijk onderzoek beheersen. Dit vindt plaats in groepsverband. Het KTO sluit naadloos aan bij het vak Academsiche Vorming 3 (AV3) en bestaat uit drie fasen:

  • Oriëntatiefase: waarin de studenten een onderzoeksopdracht kiezen en zich op het onderwerp oriënteren door het schrijven van een onderzoeksvoorstel.
  • Voorbereidingsfase: waarin de studenten een systematische literatuurreview doen, hypothesen en onderzoeksvragen/-doelen formuleren en een gedetailleerd onderzoeksplan schrijven.
  • Uitvoeringsfase: waarin de studenten het onderzoek uitvoeren, data-analyse doen, rapporteren en uiteindelijk presenteren en verdedigen tijdens een slotsymposium.

De juiste studie gevonden?

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen