Impact van 'De culturele niet-bezoeker'

Coach Potatoe

In november 2017 werd een motie aangenomen vanuit het parlement. De motie stelde dat weliswaar veel informatie aanwezig is over de bezoekers van culturele voorstellingen, tentoonstellingen en festivals, maar dat er te weinig inzicht is in de ‘niet-bezoeker’, terwijl culturele partijen daarmee wel hun voordeel zouden kunnen doen. Deze notitie, opgesteld door prof.dr. Koen van Eijck en prof.dr. Evert Bisschop-Boele geeft een overzicht van onderzoek naar cultuurparticipatie, en gaat, in lijn met de Kamervraag, nader in op de groep die uit onderzoek als minst actieve cultuurbezoeker uit de bus komt; de zogenaamde niet-bezoekers.
 

Bekijk de notitie

Resultaten van het onderzoek

In deze notitie hebben prof.dr. Van Eijck en prof.dr. Bisschop-Boele op basis van bestaand onderzoek, een beeld geschetst van wat er bekend is over de ‘niet-bezoeker’, en hoe het cultuurbereik verder vergroot kan worden. Ze beschrijven dat pogingen om de interesse te vergroten op verschillende manieren vorm kunnen krijgen. Educatie, het aanbod aanpassen aan de smaak van groepen niet-bezoekers, en vormen van dialoog en co-creatie met het beoogde publiek worden alle al in de praktijk gebracht, met wisselend succes.

Ten slotte wijzen prof.dr. Van Eijck en prof.dr. Bisschop-Boele op vragen rond de overheidsondersteuning en -financiering van kunst en cultuur in Nederland. Vindt men dat de waarde van cultuur zich niet beperkt tot gecanoniseerde cultuur en/of dat het van belang is te komen tot een meer gelijkmatige verdeling van overheidsgelden voor cultuur over de hele bevolking? Dan kan het nodig zijn om de uitgangspunten van cultuursubsidiëring opnieuw te doordenken.

Impact op de maatschappij

Deze notitie biedt suggesties voor het versterken van culturele participatie door het onderscheiden van de manieren waarop culturele instituten mogelijke toenaderingswijzen ontwikkelen voor huidige bezoekers, geïnteresseerde bezoekers, en ongeïnteresseerde niet-bezoekers. Op deze manier zou het makkelijker kunnen worden voor mensen om zich te relateren aan kunst op een manier betekenisvolle manier. Los van de praktische maatregelen die deze notitie aankaart, reflecteert deze notitie ook op de urgentie en wenselijkheid van het nemen van zulke maatregelen.

Klaarblijkelijk presteert Nederland vrij goed op het gebied van zowel passieve als actieve culturele participatie. Verder legt deze notitie uit hoe er geen ‘quick wins’ in de situatie mogelijk zijn, aangezien er in het verleden al veel gedaan is om nieuwe publiek naar culturele instellingen te trekken. Wij stellen daarom dat de overheid de culturele sector zal moeten herdefiniëren, hun beleid zal moeten heroverwegen en hun perspectief op kunstdisciplines die het waard zijn om gesubsidieerd te worden zal moeten verbreden, om de cultuurparticipatie te kunnen vergroten.

prof.dr. (Koen) CJM van Eijck