Rotterdamse ondernemers aan de wieg

De 'founding fathers', v.l.n.r.: J.A. Ruys, C.A.P. van Stolk en mr. W.C. Mees 

(foto: collectie historisch fotoarchief EUR)

Ontstaansgeschiedenis Erasmus Universiteit Rotterdam

1913 - Nederlandsche Handels-Hoogeschool

De geschiedenis van de Erasmus Universiteit Rotterdam gaat terug naar 1913. Door de sterke ontwikkeling van de handel en de haven was de vraag naar economisch goed onderlegd personeel groot. Een aantal Rotterdamse ondernemers bracht geld bijeen voor de stichting en de instandhouding van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool (NHH), de voorloper van de huidige Erasmus Universiteit Rotterdam.
Dankzij dit particulier initiatief werd - voor het eerst in Nederland - 'economie' als zelfstandige tak van de wetenschap gedoceerd. Vanaf 1916 had de NHH een eigen pand aan de Pieter de Hoochweg.

1939 - Nederlandse Economische Hogeschool

In september 1939 vond de eerste naamswijziging plaats. Studenten studeerden tot september 1973 aan de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH). De NEH verwierf wereldnaam met haar onderwijs en onderzoek op het gebied van (bedrijfs-)economie en econometrie, met onder andere Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen.

De toenemende complexiteit van de samenleving leidde in de jaren '60 tot de komst van de faculteiten Rechtsgeleerdheid en Sociale Wetenschappen. In latere decennia volgden Wijsbegeerte, Historische en Kunstwetenschappen en Bedrijfskunde. De huisvesting aan de Pieter de Hoochweg werd veel te krap door de toestroom van studenten. In 1968 verhuisde de NEH naar de nieuwbouw aan de Burg. Oudlaan in Rotterdam-Kralingen.

1966 - Medische Faculteit Rotterdam

Een tweede instelling voor academisch onderwijs diende zich aan in Rotterdam. In 1966 werd van rijkswege de Medische Faculteit Rotterdam ingesteld. De huisvesting verrees naast het Dijkzigtziekenhuis. De faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen vormde samen met het Sophia Kinderziekenhuis en de Daniel den Hoedkliniek het Academisch Ziekenhuis Rotterdam, en draagt sinds 1 januari 2003 de naam Erasmus MC.

1973 - Erasmus Universiteit Rotterdam

In 1973 gingen de Medische Faculteit Rotterdam en Nederlandse Economische Hogeschool samen verder als Erasmus Universiteit Rotterdam – de eerste universiteit in Nederland die is vernoemd naar een persoon, Desiderius Erasmus Roterodamus. Een man dankzij wie de stad ook in de geleerde wereld al eeuwen bekendheid geniet. Sinds juli 2009 is het International Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag - toonaangevend op het terrein van ontwikkelingsstudies - onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Vernoemd naar Erasmus

De in Rotterdam geboren Erasmus (in 1466 of 1467) was filosoof, theoloog en humanist. Met zijn boeken had hij grote invloed op het culturele en intellectuele klimaat op het breukvlak tussen Middeleeuwen en Renaissance. Hij overleed in 1536 in Bazel. Erasmus was wereldburger. Zijn adagium 'Heel de wereld is je vaderland', is nog steeds het motto van onze afgestudeerden. 

Centennial room

In de hal voor de aula is de permanente expositie over 100 jaar Erasmus Universiteit gevestigd. Een centrale plaatst is ingeruimd voor Nobelprijswinnaar prof. Jan Tinbergen, met in de vitrine zijn Nobel-onderscheidingen uit 1969.

 

Rectores magnifici

EUR NEH NHH
2013-heden prof.dr. H.A.P. Pols 1971-1973 prof.dr. C.J. van der Weijden 1938-1939 prof.dr. Z.W. Sneller
2009-2013 prof.dr. H.G. Schmidt 1970-1971 prof.drs. H.W. Lambers 1937-1938 prof.dr. N.J. Polak
2004-2009 prof.dr. S.W.J. Lamberts 1968-1970 prof.mr. W.J. Slagter 1936-1937 prof.dr. P.E. Verkade
2000-2003 prof.dr.ir. J.H. van Bemmel 1967-1978 prof.dr. A.I. Diepenhorst 1935-1936 prof.mr. F. de Vries
1993-2000 prof.mr.dr. P.W.C. Akkermans 1966-1967 prof.drs. R. Burgert 1934-1935 prof.mr. C.W. de Vries
1989-1993 prof.dr. C.J. Rijnvos 1965-1966 prof.ir. T.J. Bezemer 1933-1934 prof.dr. W.E. Boerman
1986-1989 prof.dr. A.H.G. Rinnooy Kan 1964-1965 prof.dr. J.H. Kuhlmeijer 1932-1933 prof.dr. Z.W. Sneller
1983-1986 prof.dr. M.W. van Hof 1960-1964 prof.drs. H.W. Lambers 1931-1932 prof.dr. N.J. Polak
1979-1983 prof.dr. J. Sperna Weiland 1959-1960 prof.dr. J.H.van Stuyvenberg 1930-1931 prof.dr. P.E. Verkade
1975-1979 prof.dr. B. Leijnse 1958-1959 prof.drs.H.W. Lambers 1929-1930 prof.mr.dr. H.R. Ribbius
1974-1975 prof.dr. P.W. Klein 1957-1958 prof.drs. Ch. Glasz 1928-1929 prof.mr. F. de Vries
1973-1974 prof.dr. C.J. van der Weijden 1956-1957 prof.dr. J. Wisselink 1927-1928 prof.mr. H.W. Drucker
    1955-1956 prof.dr. W.E. Boerman 1926-1927 prof.dr. W.E. Boerman
    1954-1955 prof.dr. B. Pruijt 1925-1926 prof.dr. Z.W. Sneller
    1953-1954 prof.dr. B. Schendstok 1924-1925 prof.dr. N.J. Polak
    1952-1953 prof.dr. J.H. Kernkamp 1923-1924 prof.dr. P.E. Verkade
    1951-1952 prof.dr. H.J. Witteveen 1922-1923 prof.mr.dr. H.R. Ribbius
    1950-1951 prof.drs. H.W. Lambers 1921-1922 prof.mr. F. de Vries
    1949-1950 prof.drs. Ch.Glasz 1920-1921 prof.mr. W.H. Drucker
    1947-1949 prof.mr. Ph.A.N. Houwing 1919-1920 prof. J.G. de Jongh
    1945-1947 prof.mr. C.W. de Vries 1918-1919 prof.mr.dr. N.W. Posthumus
    1944-1945 prof.dr. G. Gonggrijp 1913-1918 prof.mr.dr. G.W.J. Bruins
    1943-1944 prof.dr. J.F. ten Doesschate    
    1940-1943 prof.dr. G. Gonggrijp    
    1939-1940 prof.dr. W.E. Boerman