Getallen

De hele getallen beneden de twintig, de tientallen tot honderd, de honderdtallen tot duizend, de duizendtallen tot tienduizend en verder de getallen honderdduizend, miljoen, miljard en biljoen worden in woorden weergegeven.
Voorbeeld: achttien, vijftig, driehonderd, zesduizend, 21 duizend, zevenpuntsschaal, de kwart miljoenste inschrijving, de top tien.

Als toepassing van bovenstaande regel in dezelfde alinea getallen in woorden en cijfers oplevert, valt de keuze op cijfers.
Voorbeeld: slechts 18 van de 53 studenten slaagden voor het tentamen.

Getallen in exacte en zakelijke mededelingen in cijfers.
Voorbeeld: op 8 november, 42 studiepunten, maximumsnelheid 100 km, na 13.00 uur is de collegezaal vrij.

Rangtelwoorden met de of ste – afhankelijk van de uitspraak – (overal e is ook correct).
Voorbeeld: 7de, 7e, 38ste, 38e.

Getallen in breuken – alleen onder de twintig – in woorden.
Voorbeeld: een kwart, een achtste, vier vijfde, een tweederde meerderheid, twee en half of tweeënhalf.

Geldbedragen in woorden aaneenschrijven. Na duizend volgt een spatie. Miljoen en miljard zijn aparte woorden. Gebruik bij geldbedragen van vier of meer cijfers een punt om de duizendtallen aan te geven.
Voorbeeld: 4.000.

Gebruik het euroteken vóór het bedrag of het woord euro erachter zetten.
Voorbeeld: € 430.000 óf 430.000 euro.

De woorden -jaars, -jarig, -maal, -rang en -tal worden aan het telwoord geschreven.
Voorbeeld: de eerstejaarsstudente, de tweejarige opleiding, viermaal winnaar van de Varsity, derderangs acteur, een vijftal voorbeelden.

Procent voluit schrijven in een tekst, niet weergeven met het %-teken.
Voorbeeld: Ruim 85 procent van de studenten woont op kamers.

Meer taalkundige regels: