Titulatuur

Gebruik kleine letters (tenzij aan het begin van een zin).
Voorbeeld: professor, rector magnificus, decaan, directeur, facultair voorlichter, hoofd, coördinator, docent, voorzitter.

Bij gebruik van meerdere titels wordt een volgorde gehanteerd. Hierbij geldt dat ‘dr.’ en ‘mr.’ voorgaan op ‘ir.’. En ‘dr.’ gaat voor ‘mr.’, behalve bij een meester in de rechten die gepromoveerd is in de juridische faculteit.[3]

Voorbeelden:

dr.mr.prof.dr.ir.
dr.ing.mr.dr.prof.drs.
dr.ir.mr.drs.prof.drs.ir.
dr.mr.mr.ing.prof.ir.
drs.mr.ir.prof.jhr.dr.
drs.ing.prof.prof.mr.
drs.ir.prof.dr.prof.mr.dr.
ing.prof.dr.drs.prof.mr.drs.
ir.ir.ing.prof.dr.ing. 

[3] G.H.A. Monod de Froideville, Titulatuurgids, ‘s-Gravenhage 1991, p.79

Alleen spatie tussen titulatuur en voorletters – géén spatie tussen meerdere titels. Spatie tussen voorletters en achternaam.
Voorbeeld: prof.dr. H.G. Schmidt en prof.dr.ir. J.H. van Bemmel

NB: het College van Bestuur heeft besloten om in alle vormen van officiële communicatie en correspondentie geen genusaanduiding meer te gebruiken, zodat er geen onderscheid bestaat tussen namen voor mannelijke en vrouwelijke medewerkers.
Voorbeeld oude stituatie: mw. prof.dr. M.L.C. Janssen.
Voorbeeld nieuwe situatie: prof.dr. M.L.C. Janssen.

Doctor honoris causa: de afkorting dr.h.c. mag voor de naam worden gezet. Deze komt direct na de doctorstitel die verkregen is door een wetenschappelijke promotie. Bij meerdere eredoctoraten wordt wel de titel van dr.h.c.mult. (van multiplex, meervoudig) gevoerd.
Voorbeeld: prof.dr.dr.h.c.mult. J. Tinbergen.

Internationale academische graden en andere aanduidingen achter de naam krijgen hoofdletters zonder punten: BA, LLB, LLM, MA, MBA, PhD, RA. Tussen de naam en de afkorting komt geen komma. De tweede letter van een afgekort woord krijgt een kleine letter: MSc (Master of Science).

Meer taalkundige regels: